JONGE HONDEN AAN DE LEIBAND. DAVID VAN REYBROUCK

De muren zijn wit, de vloer van hout en de ramen hoog en groot. Er staan een boekenkast en twee archiefkasten. Een bureau met een draagbare computer en een tafel met een schrijfmachine. Achter het bureau zit David Van Reybrouck, in de schrijfmachine zit de aanzet tot een gedicht. De ruimte die hij zijn atelier noemt, op de derde verdieping van een vroegere bonnetterie, blinkt uit in leegte. ,,Ik heb het nodig om te werken,'' zegt Van Reybrouck. ,,Ik voel me al snel opgejaagd als er te veel dingen tegelijk op me afkomen. Ik probeer altijd en overal om leegtes te creëren. Ik heb bijvoorbeeld het liefst van al een lege koelkast.

© BDW
Zo lang ik me kan herinneren heb ik leegtes opgezocht. Ik heb in kloosters gestudeerd, ging op reis naar gebieden waar geen mens heen wilde en toen ik aan mijn doctoraat werkte aan de universiteit van Leiden, huurde ik geregeld een kamer bij een oud vrouwtje in Katwijk aan Zee, een onooglijk, streng gereformeerd vissersdorpje waar het absolute niets te beleven valt. Niet dat ik een eenzaat ben. Ik kan makkelijk alleen zijn, precies omdat ik niet eenzaam ben. Ik voel me geborgen door vriendschappen ...