Vanaf september gaat de Koninklijke Munt opnieuw 45 miljoen muntjes van 1 en 2 eurocent slaan. Dat meldden de kranten van Sud Presse gisteren, en het werd bevestigd bij de Munt.

In september 2004 had minister van Financiën Didier Reynders aangekondigd dat hij in 2005 de productie van de kleine muntjes zou laten stopzetten, zonder ze evenwel uit omloop te nemen. Die beslissing viel midden in een Europese controverse over de muntjes van 1 en 2 cent. In veel landen vond men het gefriemel met de kleine eurocentmuntjes lastig en overbodig. Finland bijvoorbeeld nam ze uit de omloop en in Nederland werd een overeenkomst gesloten dat winkels hun eindfactuur mochten afronden op 5 cent als ze dat ook duidelijk afficheerden.

Ook in ons land bleken nogal wat mensen de kleine muntjes liever kwijt dan rijk te zijn. Allicht juist daarom dreigde er ook een tekort aan de kleine muntjes: mensen verloren ze, of stopten ze, om hun portemonnee te ontlasten, in de spaarpot van de kinderen.

Door geen nieuwe muntjes te laten slaan, liep de minister vooruit op een mogelijk akkoord, ook in ons land, over een afronding tot op vijf cent. Een werkgroep onder leiding van de Nationale Bank moest bekijken of daarover ook in België een consensus mogelijk was. Daardoor zouden de kleine muntjes als vanzelf uit de omloop verdwijnen. Een bijkomend argument was dat de productie meer kostte dan hun eigenlijke waarde.

De werkgroep geraakte het echter niet eens: de consumentenorganisaties en distributiesector waren niet gewonnen voor de afschaffing van de stukjes van 1 en 2 cent. De consumenten vreesden dat de afschaffing zou leiden tot hogere prijzen. Voor de supermarkten, en vooral dan voor de hard discounters, bleek het centje belangrijk om scherp te kunnen concurreren. Toen de ministers van Financiën van de eurozone eind 2004 beslisten dat de muntjes niet afgeschaft zouden worden, kwam er een definitief een einde aan de discussie.

(kdr)