IN Angelsaksische bedrijven is het courant te verlonen onder de vorm van aandelenopties. Toch is het goed te weten welke problemen eventueel kunnen ontstaan.

Stel, je werkt voor een Belgische dochter van een Amerikaanse onderneming in België. Op het einde van het jaar ontvang je naast de gewone bezoldiging, als blijk van waardering voor je goede prestaties, een belangrijk pakket aandelenopties van het moederbedrijf. Aandelenopties zijn een specifieke vorm van bezoldiging. Ze worden vooral aan kaderleden toegekend en verlenen voordelen gekoppeld aan de groei van de onderneming.

Een aandelenoptie geeft het recht om gedurende een bepaalde termijn een bepaald aantal aandelen te kopen tegen een vooraf bepaalde of bepaalbare prijs (uitoefenprijs).

Vanzelfsprekend kan je als werknemer beslissen of je het aanbod al dan niet aanvaardt. Bij niet aanvaarding zal je niet belast worden, bij aanvaarding val je onder volgende regeling.

De toekenning van aandelenopties is sinds 1999 in België geregeld door specifieke fiscale wetgeving. Dit houdt in dat het belastbaar voordeel - in functie van de toekenningsmodaliteiten - geschat kan worden tussen de 7,5 en 15 procent van de waarde van het onderliggend aandelenpakket.

De voordelen die uit het gratis of tegen verlaagde prijs verkrijgen van aandelenopties voortvloeien, zijn op het ogenblik van de toekenning belastbaar als voordeel van alle aard. De administratie gaat ervan uit dat de optie werd toegekend op de zestigste dag die volgt op de datum van het aanbod. De datum van het aanbod is de dag waarop men over alle modaliteiten van de aangeboden optie wordt ingelicht.

Dit houdt in dat de toekenning op dat ogenblik een belastbaar feit wordt en hetzij via bedrijfsvoorheffing, hetzij via de aangifte personenbelasting tot belastingbetaling aanleiding geeft. Ook al komt het effectieve vermogensvoordeel pas jaren later (op het ogenblik dat de optie wordt uitgeoefend).

In de praktijk betekent dit zeer vaak een voorfinanciering van de belasting door het betrokken kaderlid op een onzeker voordeel. De waarde van de optie is immers functie van de koers van het aandeel. Enige liquiditeitsplanning is hierbij zeker aangewezen wil men niet voor verrassingen komen te staan.

Na uitoefening van de opties zal het kaderlid in bovenstaand voorbeeld bovendien met een ander probleem rekening moeten houden. Stel dat ons kaderlid in het verleden - de tweede helft van de jaren negentig was best een aantrekkelijke beursperiode - een portefeuille met uitgeoefende opties ter waarde van 150.000 dollar heeft opgebouwd bij een Amerikaans beurshuis. Om praktische redenen wordt de portefeuille aangehouden in de VS.

In dat geval hebben de nabestaanden, bij onverwacht overlijden van het kaderlid, een serieus probleem. Zij zullen namelijk tweemaal successierechten betalen op deze aandelenportefeuille. Eenmaal in eigen land - het kaderlid is (was) immers Belg - en nog een keer in de Verenigde Staten omdat hij als ,,non-resident alien'' voor meer dan 100.000 dollar aandelen in een Amerikaans bedrijf bezat. Helaas is er tot op heden geen verdrag dat deze dubbele belasting vermijdt of mildert.

Jo Stremersch is vennoot bij Stremersch, Van Broekhoven & Partners.