Innovatie is brandstof voor onze economie
Let's make things better, luidde de reclameslogan waar een bekende Nederlandse elektronicafabrikant enkele jaren geleden mee uitpakte. Het lijkt een holle frase, maar ze vatte goed samen waar het bedrijf voor wilde staan. Betere dingen maken en de dingen op een betere manier maken; met een duur woord: innovatie.

Bij het woord 'innovatie' zijn we geneigd te denken aan grote wetenschappelijke doorbraken, zoals de uitvinding van de drukpers of de stoommachine. Dat waren inderdaad historische uitvindingen die hun plaats in de geschiedenisboeken verdienen, en die in de hele wereld echte welvaartsgolven hebben teweeggebracht. Vaak luidden ze ook op andere maatschappelijke domeinen een heuse trendbreuk in. Denk maar aan de invoering van de lopende band en van andere automatiseringsprocessen: die brachten niet alleen een stijging van de gemiddelde welvaart met zich mee, ze hebben ook bijgedragen tot de opkomst van de industriële maatschappij. Met fenomenen zoals verstedelijking, de klassenstrijd en de opkomst van het socialisme, de modernistische cultuurbeweging, en moderne kwalen zoals stress en depressie.

Maar innovatie stopt niet bij die grote, beroemde uitvindingen. Innovatie, of innoveren, kun je heel eenvoudig omschrijven als het verbeteren van de dingen die we maken of doen. Als een auto-ingenieur een nieuwe koetswerkvorm heeft ontdekt die de luchtweerstand van een bepaald type wagen met een procent vermindert, dan heeft hij op zijn manier aan innovatie gedaan. Stel je even voor dat zijn ideetje goed is voor een brandstofbesparing van één centiliter benzine per honderd kilometer. Dat lijkt misschien niet veel, maar als er zo een miljoen wagens rondrijden die elk jaar gemiddeld 15.000 kilometer bollen, dan heeft onze ingenieur in zijn eentje wel 1,5 miljoen liter benzine per jaar bespaard.

En het hoeft niet alleen over industriële verbeteringen te gaan. Als de supermarktketen Delhaize zijn klanten de mogelijkheid geeft om zelf hun producten in te scannen, is dat ook een vorm van innovatie. Zo wordt er aan de kassa's energie vrijgemaakt die elders nuttiger kan worden ingezet.

Het zijn die kleine verbeteringen die het, als je ze allemaal bij elkaar optelt, mogelijk maken dat onze welvaart jaar na jaar blijft toenemen: een fenomeen dat beter bekendstaat als economische groei. Want het geld dat we in het eerste voorbeeld op benzine besparen, is beschikbaar voor andere dingen. Via het raderwerk van de economie kan het terechtkomen bij weer een andere ondernemer met een innovatief idee, die op zijn beurt weer een aantal mensen aan werk kan helpen.

Met andere woorden: dankzij innovatie kunnen we onze welvaart vergroten en meer mensen aan een job helpen. Het is belangrijk om dat in het achterhoofd te houden, want vaak gaan mensen er intuïtief van uit dat innovatie jobs vernietigt. Het voor de hand liggende voorbeeld is dat van de robots die het werk van de arbeiders in een autofabriek overnemen. Het klopt misschien wel dat er door die robots een aantal menselijke jobs verloren gaan. Maar aan de andere kant zullen auto's in die fabriek goedkoper en efficiënter geproduceerd worden. De fabrikant zal ze daardoor goedkoper op de markt kunnen brengen, waardoor hij er meer verkoopt en dus meer winst maakt. En die winst kan hij weer investeren in andere activiteiten en nieuwe jobs. Bovendien is er ook winst voor de economie als geheel: als mensen minder moeten betalen voor een nieuwe auto, neemt hun koopkracht toe.

Innovatie gaat dan ook hand in hand met de creatie van welvaart. Toen de eerste automobiel ruim honderd jaar geleden werd uitgevonden, was het nog een excentriek, futuristisch tuig dat alleen bestemd leek voor verwende miljonairs die op zoek waren naar een tijdverdrijf. Dat vandaag bijna elke rijke westerling over een wagen beschikt - om nog te zwijgen over zijn verwarmde huis, zijn televisie, computer en gsm - is uiteindelijk te danken aan het - letterlijk - verrijkende effect van technische en technologische vernieuwing.

Is innovatie dan alleen maar een zaak van ingenieurs, managers en harde centen? Toch niet. Het kan evengoed gaan om vernieuwingen die een product origineler maken, zonder dat het daarom meteen om een technische verbetering hoeft te gaan. Innovatie bestaat net zo goed in de wereld van mode, design, en de culturele sector. Alleen heeft men het daar over creativiteit. Maar ook in de kunstwereld zie je dat originele en innovatieve kunstenaars meer erkenning krijgen, en dat er een grotere vraag is naar hun werk. Dus ook daar kijkt de economische logica weer om de hoek.

Sommigen zullen opwerpen dat die wedren naar welvaart en rijkdom niet zo'n goede zaak is, omdat we er ons milieu en onze gezondheid mee verpesten. En gelijk hebben ze. Welvaart is pas echt vooruitgang als ze ook duurzaam is en latere generaties ten goede komt, en als ze niet ten koste gaat van onze geestelijke en lichamelijke gezondheid. Maar het zou verkeerd zijn om innovatie dan maar aan te wijzen als de schuldige voor onze problemen. Integendeel zelfs: voor heel wat van die problemen kan technologische vernieuwing een oplossing betekenen. Denk maar aan hybride auto's of passief verwarmde huizen, die slechts een fractie van de energie verbruiken van wat we gewoon zijn. Of aan telewerken, als een manier om het fileprobleem en de stress op het werk aan te pakken.

Veel belangrijker is het om wetten en afspraken te maken die bedrijven dwingen om het milieu en de gezondheid van hun werknemers te respecteren. Op die manier kun je innovatie ook aanmoedigen. Een bekend voorbeeld is het Kyoto-protocol, dat bedrijven financieel straft als ze hun CO2-uitstoot niet verminderen. Liever dan een boete te betalen, zullen die bedrijven investeren in milieuvriendelijke verbrandingstechnologie.

Het voorbeeld geeft al aan dat er wel degelijk behoefte is aan een innovatiebeleid door de overheid. Niet alleen door regels op te leggen, maar ook door er af te schaffen. Zo bestaan er nog altijd heel wat Belgische gemeenten die een belasting heffen op drijfkracht (zeg maar op machines) of op computers. Daarmee geven ze aan bedrijven eigenlijk de boodschap dat innovatie - of noem het meer efficiëntie - niet wenselijk is. Belastingen zijn niet per definitie slecht, maar je kunt ze beter niet heffen op dingen die eigenlijk aangemoedigd moeten worden.

Gelukkig is het dezelfde overheid niet ontgaan dat innovatie van levensbelang is voor de gezondheid van de economie. Zowel op Europees als op nationaal niveau zijn politici op zoek naar het recept om innovatie en ondernemerschap te stimuleren.

Bestaat er zo'n magische formule? We moeten bescheiden blijven en aanvaarden dat innovatie grotendeels een spontaan proces is. De harde wetten van de economische concurrentie doen het grootste deel van het werk. Bedrijven die willen overleven, moeten hun concurrenten altijd een stap voor zijn, en dat kunnen ze onder meer doen door te innoveren. Het is dus belangrijk dat de overheid die concurrentie vrijwaart. Het is geen toeval dat de communistische landen van het vroegere Oostblok jarenlang zijn blijven steken op het welvaartsniveau van de jaren 1950 en 1960. Bedrijven hadden er in die landen geen enkel belang bij om risico's te nemen door geld te investeren in nieuwe toepassingen.

Wat de overheid wel kan en moet doen, is een klimaat in het leven roepen waarin creativiteit en innovatie kunnen gedijen. Bijvoorbeeld door te investeren in een onderwijssysteem dat creatieve geesten aflevert. Door mensen met een origineel idee te beschermen tegen namaak en plagiaat - wat onder meer vereist dat ze zonder al te veel papierwerk een octrooi kunnen nemen op hun uitvinding. En de overheid kan ervoor zorgen dat mensen met een goed idee ook aan geld geraken om het in een uitvinding om te zetten. Niet alleen door zelf fondsen ter beschikking te stellen, maar ook door fiscale stimuli te geven aan privé-investeerders die hun nek durven uitsteken.

Het zijn basisregels die trouwens ook binnen de muren van een onderneming gelden. Een bedrijf dat aan de spits wil blijven, moet zijn creatievelingen ook voldoende middelen en bevoegdheden geven, en hen laten delen in de winst die ze door hun uitvindingen hebben bijgebracht.

Maar toverformules bestaan ook hier niet. De drang om te innoveren is nu eenmaal niet bij iedereen aanwezig. En dat hoeft ook niet. Heel wat mensen zijn perfect gelukkig als ze de ruimte krijgen om hun job zo goed mogelijk te doen. Ook zij hebben af en toe wel een goed idee dat hun werk kan verlichten en hun wereld aangenamer kan maken. Geluk zit in een klein hoekje, zegt het spreekwoord. Misschien zit innovatie wel in hetzelfde hoekje.