BRUSSEL - De elf toponderhandelaars van vakbonden en werkgeversfederaties beginnen vandaag aan een vergadermarathon die tot drie dagen kan duren. Maar de gesprekken kunnen ook reeds na enkele uren, zonder enig uitzicht op resultaat, worden stopgezet. De slaagkansen van het tweejaarlijkse loonoverleg zijn tot bijna nul geslonken.

NA een pauze van tien dagen wordt het loonoverleg vandaag hervat. De leden van de Groep van Tien hebben hun agenda's vrijgemaakt om tot en met woensdag non-stop te kunnen vergaderen. Maar de gesprekken beginnen onder een bijzonder slecht gesternte. Tijdens de voorgaande ontmoetingen was er geen enkel teken dat de twee kampen hun grote meningsverschillen over loonmatiging en arbeidsflexibiliteit kunnen overwinnen.

De werkgevers blijven vasthouden aan hun stelling dat er geen ruimte is voor loonsverhogingen, de vakbonden blijven een loonsverhoging eisen. Ook inzake overuren en brugpensioenen klinken de standpunten onverzoenbaar. De vakbonden verwijten de werkgevers een aanval op sociale verworvenheden. De werkgevers nemen het dan weer niet dat de drie vakbonden op 21 december een nationale betoging organiseren.

Die betoging hangt als een donkerzwarte schaduw over de onderhandelingen. Niemand ziet in hoe de vakbondsleiders op een week voor die betoging toegevingen zullen doen. En niemand ziet in waarom de werkgevers onder druk van straatacties van hun principes zullen afwijken.

In het beste geval wordt een onmiddellijke breuk vermeden en blijven de onderhandelaars - allicht tegen beter weten in - aan tafel zitten tot dinsdag of woensdag. Heel misschien wordt het overleg verdaagd, tot na 21 december, maar ook dat biedt geen garanties op succes.

Mogelijk vragen de sociale partners aan de regering-Verhofstadt om met een verzoeningsvoorstel te komen. Dergelijk scenario staat beschreven in de wet op de vrijwaring van het concurrentievermogen, uit 1996: als het sociaal overleg geen loonnorm oplevert (met de maximale marge voor loonkostenstijgingen in sectoren en bedrijven) moet de regering met een bemiddelingspoging uitpakken.

Dan komt de federale minister van Werk, Freya Van den Bossche (SP.A) in beeld, en waarschijnlijk ook premier Guy Verhofstadt (VLD). Die zouden op een vergelijk kunnen aansturen: een beetje meer loon in ruil voor een beetje soepeler overuren. Het is evenwel onduidelijk in hoeverre liberalen en socialisten op één lijn zitten inzake loonmatiging en welke richtlijnen de paarse coalitie in petto heeft voor de cao-onderhandelaars in de bedrijfssectoren, die vanaf januari aan de slag gaan.

Bladzijde 45: analyse: Praat voor de vaak.