ECCLESTONE EN GELD. VRIENDEN TOT IN DE DOOD

GRENSGANGER. Horen, zien en dromen

Mijn vader heeft me een keer naar een Formule-1-wedstrijd meegenomen. Ik was negen. Het jaar was 1961. De Grote Prijs van Brussel werd gereden op het zogenoemde Circuit du Heysel , wij woonden in Vilvoorde, een boogscheut verder. Een stratencircuit op de brede lanen rond het expositiepark van de legendarische Expo van 1958. Omdat ik in mijn herinnering in hemdsmouwen toekeek en een frisco van een venter kocht, heb ik altijd gedacht dat de race in volle zomer plaatsgevonden had.

Mijn geheugen deugt niet, want het was 9 april 1961. Geen hemdsmouwen en geen ijsje dus? Toch wel. Verslaggever Paul Frère, een jaar eerder zelf coureur in Brussel, schreef in zijn verslag dat de lente ...

Niet te missen