Banken doen licht uit bij tapijtgroep Nelca
Afgelopen donderdag hadden de bonden van de twee grote vestigingen, tapijtfabrikant Nelca in Lendelede en Dejaeghere Spinning Mills in Waregem (foto), al de boodschap gekregen dat er liquiditeitsproblemen waren.
Het faillissement van de textielgroep Dejaeghere/Nelca is het grootste in de tapijtsector sinds de val van Louis De Poortere. Nelca kampte al jaren met zwaar weer, maar het einde komt toch nog onverwacht.

DE val van de West-Vlaamse textielgroep Dejaeghere betekent het verlies van vrijwel 400 jobs. Enkel Tasibel in Hamme (110 jobs) ontsnapte gisteren aan het faillissement, maar ook daar kregen de vakbonden afgelopen vrijdag op een bijzondere ondernemingsraad te horen dat er "liquiditeitsproblemen" zijn. Dit betekent dat de val van de groep kan oplopen tot méér dan 500 jobs.

Afgelopen donderdag hadden de bonden van de twee grote vestigingen, tapijtfabrikant Nelca in Lendelede en Dejaeghere Spinning Mills in Waregem, al de boodschap gekregen dat er liquiditeitsproblemen waren. Vrijdag vond nog een belangrijke vergadering plaats met de banken, waarop herstelmaatregelen en de kredietplanning werden besproken. ING was de belangrijkste bankier, gevolgd door KBC.

De banken geloofden blijkbaar niet meer in dat plan en zegden de kredieten op. Daarop gingen gisteren vier West-Vlaamse vennootschappen van Dejaeghere ,,op bekentenis failliet" (ook Interdying NV en de West-Vlaamsche Moket en Fluweelmaatschappij). In totaal werden een achttal curatoren aangesteld. De West-Vlaamsche Moket en Fluweelmaatschappij was al in een vergevorderde fase van vrijwillige vereffening.

Nelca, waar tot voor kort het Vlaams overheidsfonds Gimvindus (Textiel Vlaanderen) nog in participeerde, was de kleinste van de grote Vlaamse tapijtgroepen. De familie Dejaeghere, die al vele decennia actief is in de textielsector, kocht de tapijtproducent destijds over van de uit elkaar gespatte textielgroep Neirynck.

Die overname paste in een verticale integratie met de spinnerij-activiteiten. Later volgde onder meer de Hamse producent van sisal-tapijt, Tasibel. De groep Dejaeghere, en meer bepaald Nelca, had het al jaren moeilijk. De groep was actief in de markt van massaproductie van getuft tapijt, maar miste volgens kenners de nodige omvang. Inspanningen om zich te differentiëren, kwamen blijkbaar te laat.

Het voor de tapijtsector catastrofale 2005 bracht Nelca nog meer in zwaar weer, waarop in 2006 een belangrijke herstructurering volgde. De productie van bedrukt nylontapijt werd daarbij fors ingekrompen. In de tweede helft van 2006 was er een matig herstel in de markt. Maar dat was onvoldoende om de kosten van de herstructurering en de rente op de schulden op te vangen.

Het gevolg was dat de financiële positie van de groep uitgehold was. Het eigen vermogen (10,9 miljoen) van Nelca was in 2005 al gezakt tot circa één derde van het kapitaal. Die jaarrekening toonde toen al in hoofdzaak financiële schulden op korte termijn (13 miljoen).

Opvallend is dat de groep, bijgestaan door advocaat Chris Declerck (Declerck Leterme Partners) die recent ook betrokken was bij de groep Steverlynck en eerder bij Sofinal-Cotesa, geen gerechtelijk akkoord aanvroeg. ,,De steun voor zo'n stap ontbrak", zei Declerck gisteren.

Volgens waarnemers zouden de banken er vanuit gaan dat ze meer kunnen recupereren door het uitwinnen van hun zekerheden. Declerck gelooft dat Nelca doorstartkansen heeft. Het orderboekje was vrij gevuld en de producent zou zich vandaag beter differentiëren. Bij de spinnerijzuster was er volgens de vakbonden sprake van veel tijdelijke werkloosheid.

Het faillissement van de groep Dejaeghere is het belangrijkste in de tapijtsector sinds de val van Louis De Poortere. Zowel De Poortere als Nelca hoorden bij de zwakkere bedrijven.