Help, het internet  raakt verstopt!
Er zouden vooral problemen kunnen ontstaan in de ,,pijpleidingen'', die het ene continent met het andere verbinden. Foto: © BLOOMBERG NEWS
Telefoneren via het internet, gebruikerswebsites, video-op-aanvraag: ze hebben ook een keerzijde. Het internet wordt steeds zwaarder belast. De eerste files komen er misschien wel aan.

.

V OOR internetverkopers en aanbieders van breedbandcapaciteit wordt 2007 een kritiek jaar. Normaal gezien zouden ze in staat moeten zijn om tegemoet te komen aan de steeds grotere vraag van internetgebruikers. Maar als het gebruik nog sneller zou groeien dan verwacht, dan zouden er wel eens files kunnen ontstaan op de informatiesnelweg.

Dat meldde het consultingbureau Deloitte Touche Tohmatsu onlangs in zijn rapport TMT Trends 2007 . De beste illustratie van de enorme toename van het internetverkeer is de grafiek van de Amsterdam Internet Exchange (AMS-IX), het grootste internetknooppunt ter wereld, waar ongeveer een vijfde van de Europese webtrafiek passeert. Momenteel verwerkt die ,,hub'' gemiddeld zo'n 166 gigabit per seconde, in piekmomenten tot 200 gigabit per seconde. Dat is ongeveer dubbel zoveel als begin vorig jaar. Aan dat tempo wordt er in één dag maar liefst 1,8 miljard gigabyte aan digitale gegevens versluisd - naar iPod-normen het equivalent van zowat 450 miljard muziektracks.

Kan het huidige internet die toevloed van dataverkeer nog aan? Volgens Deloitte zouden er vooral problemen kunnen ontstaan in de grote ,,pijpleidingen'', die het ene continent met het andere verbinden. Die pijpen zijn wel voorzien op veel verkeer, maar ze zijn kwetsbaar in piekmomenten omdat er relatief weinig ,,alternatieve routes'' zijn. Vergelijk het met een snelweg door de bergen die dichtslibt in de vakantiespits.

Op langere termijn zal dat probleem zichzelf wel oplossen via het spel van vraag en aanbod: naarmate het overschot aan datacapaciteit afneemt, zal de prijs ervan toenemen. En die hoge prijzen zullen het voor de grote telecombedrijven rendabel maken om te investeren in nieuwe glasvezelkabels.

Dergelijke investeringen gebeuren echter niet van de ene dag op de andere, zodat er tijdelijk capaciteitsproblemen zouden kunnen optreden. Bovendien heerst in de sector nog altijd een grote terughoudendheid rond investeringen in nieuwe capaciteit. Managers en aandeelhouders van telecombedrijven zijn het bloedbad van begin 2000 nog lang niet vergeten. Eind jaren negentig werden er ook overal kabels bijgelegd dat het een lieve lust was, wat binnen de kortste keren tot overcapaciteit, kelderende prijzen en een nooit geziene golf faillissementen leidde.

Door het verminderen van de ,,buffer'' wordt het internet ook kwetsbaarder voor een plotse, tijdelijke verstoring van het aanbod aan breedbandcapaciteit. Precies dat gebeurde eind december 2006 in het Verre Oosten, toen een krachtige aardbeving voor de kust van Taiwan een handvol onderzeese kabels beschadigde. Zowat 90 procent van het data- en spraakverkeer in de regio stroomde op een doorsnee dag door die kabels.

Het mooie van het internet is dat zulke verstoringen vaak ongemerkt voorbijgaan omdat de rondreizende datapakketjes automatisch een andere route zoeken om in hun bestemming te geraken. Maar bij grote breuken, zoals die in Taiwan, zijn de gevolgen wel degelijk voelbaar, in de vorm van e-mailpannes en lange wachttijden voor het versturen en opvragen van gegevens. Online gamen, internetbellen of een videogesprek voeren met iemand aan de andere kant van de wereld wordt in dat geval onmogelijk. En het zijn net die interactieve toepassingen die verantwoordelijk zijn voor de enorme groei van het internetgebruik.