Analyse. Morgan Stanley verwacht een mooie return voor Europese aandelen, want vermogensbeheerders zijn (te) voorzichtig en inflatie is geen probleem.

IN zijn laatste rapport is de strateeg Teun Draaisma van Morgan Stanley optimistischer geworden voor Europese aandelen. Hij verwacht gunstig inflatienieuws en gisteren werd de analist inderdaad op zijn wenken bediend. Zowel de totale als de kerninflatie (zonder energie en landbouwproducten) in de VS kwam in augustus uit op 0,2 %. Over een jaar staat de globale inflatie nu op 3,8% en de kerninflatie op 2,8%. Met de zakkende olieprijzen zullen de inflatiecijfers wellicht verder dalen. De inflatie-index wordt ook in belangrijke mate gestuurd door prijzen gerelateerd met de huizenmarkt. De zware afkoeling daar zal eveneens de inflatie drukken. Een matig laag inflatiecijfer rechtvaardigt meestal hogere waarderingen voor aandelen. Op de staafgrafiek is weergegeven tegen welke koers-winstverhouding (K/W) de Amerikaanse aandelen in het verleden noteerden bij diverse inflatieniveaus. Logischerwijze zijn de K/W's grosso modo hoger bij lage inflatie, want dan zal ook de obligatierente meestal laag zijn.

Extremen zijn echter nooit gunstig. Te laag, een deflatoire omgeving, is niet goed en ook vanaf inflatieniveaus van 6% zakt de waardering van aandelen dramatisch. De S&P 500 noteert momenteel met een K/W van rond de 15, zodat de waardering volgens die inflatieparameter correct lijkt.

Voor Europese aandelen verhoogt Teun Draaisma wel zijn verwachtingen. Hij denkt dat de return de volgende 12 maanden zal uitkomen rond de 11,3%, zijnde het gemiddelde van de 16,8% in zijn meest optimistische scenario (stieren) en 5,7% in een basisscenario.

De strateeg van Morgan Stanley laat het negatieve (beren) scenario weg wegens 3 belangrijke evoluties. De eerste is de gunstige inflatieontwikkeling.

Ten tweede blijven beleggers erg bevreesd. Zoals bekend is dat meestal een gunstig signaal omdat veel beleggers dan later nog in de markt kunnen stappen en zo de koersen opdrijven. Draaisma merkt op dat het traditionele verschil in sentiment tussen de sell side afdeling van de banken (de divisie die leeft van de beurshandel en adviezen geeft) en de buy side (vermogensbeheer) nu groter lijkt dan normaal. Gewoonlijk is de sell side inderdaad een stuk optimistischer dan de meer voorzichtige buy side. Maar nu is het verschil nog groter. Een fenomeen dat zich ook voordeed tijdens het beursherstel van 2003... Dat belooft als, factor nummer drie, de dip van de economische conjunctuur kort en mild zal blijven, zoals strateeg Draaisma verwacht.