Is het niet hoog tijd om opnieuw op wat langere termijn te beleggen in vastrentende waarden?

. In de Verenigde Staten groeit de overtuiging dat de rente er na zeventien verhogingen in twee jaar een piekniveau heeft bereikt. De obligatiemarkten leefden er afgelopen zomer al op en het ziet er niet meteen naar uit dat daar snel verandering in komt.

Maar sindsdien groeit de Europese economie sneller dan de Amerikaanse en het effect van de dalende olieprijzen op de inflatie is er ook kleiner door de dikkere fiscale buffer.

De ECB liet bovendien gisteren nog verstaan dat de rente allicht op 5 oktober alweer met een kwart punt omhoog gaat. Waarom zou je dan in Europese obligaties beleggen? Stijgende rente betekent immers dalende koersen.

Klopt natuurlijk, maar vergeet niet dat de markt al maanden rekening houdt met nog twee renteverhogingen voor het einde van het jaar. Dat zie je goed op de markt van het kortlopend papier, waar de rente blijft stijgen. Maar beleggers denken aan langere looptijden.

Volgende week donderdag is het precies een jaar geleden dat de langetermijnrente in ons land op 3,08 procent belandde, het laagste peil in decennia. Tien weken geleden piekte ze op 4,15 procent, maar sindsdien daalt ze opnieuw. Gisteren tot 3,8 procent.

Hoe kan dat?

Analisten wijzen erop dat de obligatiemarkten langs beide kanten van de oceaan sterk aan elkaar gekoppeld zijn. Dat heeft alles te maken met de locomotiefrol van de VS. Het is een illusie, waarschuwen zij, te geloven dat de Amerikaanse groeiverzwakking zonder gevolgen blijft voor de eurozone.

Niet alleen exporteren wij 15 procent van onze goederen en diensten naar de VS, het is ook een belangrijke bestemming voor producten die van elders in de wereld komen. Onderschat dus het internationaal multiplicatoreffect niet van een groeivertraging in de VS.

Die redenering, gekoppeld aan de grote liquiditeiten in de markt, leidt nu al weken tot stijgende koersen. Tijd om op de kar te springen?

(lc)