De inflatie vertraagt in de VS en in Europa. Toch verhoogt de ECB de rente begin oktober allicht weer.

De druk van de olieprijzen op de westerse inflatie neemt af. Dat bleek gisteren zowel in de Verenigde Staten als in de eurozone. De inflatie verminderde er in augustus tot respectievelijk 3,8 en 2,3 procent op jaarbasis. Als abstractie gemaakt wordt van de olie- en voedingsprijzen, blijft nog een kerninflatie over van 2,8 procent in de VS en van 1,5 procent in de eurozone.

Toch waarschuwden enkele directieleden van de Europese Centrale Bank (ECB) al dat het monetair beleid de economische groei nog altijd een te fors duwtje in de rug geeft. Analisten gaan er daarom nog steeds van uit de ECB haar rente op 5 oktober andermaal met een kwart punt zal verhogen, tot 3,25 procent.

Dat het stijgingsritme van de prijzen langs beide kanten van de oceaan al drie maanden na elkaar vertraagt, heeft alles te maken met de verminderde druk van de olieprijzen. Die daalden sinds begin juni met 9 procent, wat niet belet dat olie nog 8,1 procent duurder is dan een jaar geleden.

De Amerikaanse consumenten lijken het alvast weer te zien zitten. De index van de universiteit van Michigan, die peilt naar hun vertrouwen in de economische toestand, gaf gisteren een stijging met 2,4 punt of 3 procent te zien.

De Amerikanen verwachten vooral dat de inflatie hun inkomen minder snel zal uithollen. Het blijft afwachten, want de jongste jaren is gebleken dat dit soort voorspellende indexen niet meer zo betrouwbaar zijn.

(lc)