ONZE economie heeft nood aan mensen die ondernemen. De belastingregels slagen er niet altijd in om het zelfstandig ondernemen aan te moedigen. Dit blijkt nogmaals uit een arrest van het Arbitragehof van 1 juni 2005 (102/2005, www.arbitrage.be). Uitkeringen ingeval van blijvende invaliditeit zonder inkomensverlies zijn niet belastbaar voor werknemers. Voor zelfstandigen wel.

Het zal je maar overkomen. Je bent architect en op een bouwplaats val je van een ladder. Een dubbele polsbreuk met blijvende complicaties. Je functioneren en je carrière als architect worden gehinderd. Tekenen gaat niet meer zo vlot. Door deze invaliditeit heb je recht op een uitkering, ofwel op grond van de sociale zekerheid, ofwel omdat je goed verzekerd bent.

De belasting op die uitkering is afhankelijk van het feit of je al dan niet een inkomensverlies hebt en of je het beroep van architect uitoefent als werknemer, dan wel als zelfstandige.

Omdat het ongeval zich voordoet tijdens de uitoefening van de arbeidsovereenkomst heb je als werknemer recht op een uitkering in het kader van de arbeidsongevallenwetgeving. Deze uitkeringen worden niet belast in de mate waarin ze geen herstel van een bestendig verlies van loon uitmaken. Indien de architect, ondanks zijn invaliditeit, evenveel of meer blijft verdienen, zal hij geen belasting moeten betalen op de uitkering. Merk trouwens op dat indien de invaliditeitsgraad minder bedraagt dan 20%, er vermoed wordt geen inkomstenverlies te zijn en er dus geen belastbaarheid is.

De architect die zijn beroep als zelfstandige uitoefent, heeft geen recht op een arbeidsongevallenuitkering. Indien hij echter een polis gewaarborgd inkomen heeft afgesloten, waarvoor de premies doorgaans fiscaal als beroepskosten worden afgetrokken, zal hij een schadevergoeding ontvangen in functie van de graad van invaliditeit. Deze uitkering is niet alleen belastbaar als er effectief inkomensverlies is, maar ook indien ze rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking heeft op de beroepswerkzaamheid. De fiscus hoeft dus enkel een (ver) verband met het beroep aan te tonen. Hij moet geen inkomensverlies bewijzen.

Een moedige zelfstandige vond deze fiscale wetgeving onrechtvaardig en trok naar het Arbitragehof. Hij hoopte dat het Hof zou zeggen dat dit een ongeoorloofde discriminatie zou zijn. Een werknemer zonder inkomensverlies blijft belastingvrij, een zelfstandige zonder inkomensverlies zal doorgaans worden belast.

De wetgever heeft dat onderscheid in 2000 verantwoord. Allereerst had het Arbitragehof de wetgever ertoe verplicht om dit voor arbeidsongevallenuitkeringen in te voeren (arrest 132/88 van 9 december 1998). Vervolgens heeft de wetgever er om budgettaire en principiële redenen expliciet voor gekozen om niet alle situaties zonder inkomensverlies vrij te stellen. De vrijstelling werd beperkt tot arbeidsongevallen en beroepsziekten.

Het Arbitragehof meent nu dat er geen sprake is van een ongeoorloofde discriminatie. Er is een objectief criterium voor het verschil in behandeling. De vrijstelling geldt voor arbeidsongevallen en beroepsziekten en niet voor andere situaties.

In een eerste overweging stelt het Hof vast dat de maatregel van de wetgever "pertinent" was. Er moest namelijk tegemoet worden gekomen aan een arrest van het Hof. Ondanks de zomerse temperaturen, lijkt dit glad ijs. Het kan toch niet zo moeten worden geïnterpreteerd dat door het (opgelegd) wegwerken van een discriminatie een andere discriminatie mag ontstaan die tegelijkertijd objectief wordt verantwoord dor een verwijzing naar het arrest. Deze overweging kan dan ook niet doorslaggevend zijn geweest.

Een tweede en laatste overweging moet dus belangrijker zijn. Het Hof stelt vast dat de verzekeringspremie die de zelfstandige heeft betaald als beroepskost is afgetrokken. Op grond van een ingewikkelde en zelfs voor juristen onduidelijke zin uit de parlementaire annalen van 1976 besluit het Hof zonder bijkomende toelichting dat er voldoende verantwoording is om vergoedingen voor gewaarborgd inkomen altijd te belasten indien de premie als beroepskost werd afgetrokken, ook als er geen inkomensverlies is.

Wij fiscalisten blijven wat op onze honger zitten. Het resultaat is duidelijk, maar de toelichting is (te) summier. Er is geen verklaring gekomen waarom de aard van de bron van de uitkering bepalend is om iets belastbaar te stellen of om iets vrij te stellen.

De auteur is advocaat bij Tiberghien Advocaten (www.tiberghien.com).