De Belgische horecasector reageert opgetogen op het nieuws dat Duitsland en Frankrijk het eens zijn geworden over een btw-verlaging. Die euforie komt behoorlijk vroeg: de kogel is nog lang niet door de kerk.

HEEFT Gerhard Schröder de Belgische horeca gered? Je zou het bijna denken als je afgaat op de reacties van de sector. Die liet gisteren weten ,,opgetogen'' te zijn over het akkoord dat de Franse president Jacques Chirac woensdagavond in Berlijn met de Duitse kanselier Schröder bereikte.

Het akkoord brengt een lager btw-tarief voor de horeca in heel Europa een stapje dichterbij. In België wordt zo'n btw-verlaging gezien als een essentiële voorwaarde voor de gezondmaking van de sector. Maar zowel Chirac als de Belgische premier Guy Verhofstadt, die zich beiden sterk gemaakt hebben voor de btw-verlaging, kan de maatregel pas doorvoeren als alle EU-lidstaten het ermee eens zijn. Tot nu toe was Schröder een van de grootste dwarsliggers. Hij vreesde een verlies aan belastinginkomsten als ook de Duitse horeca van de Europese verlaging gebruik wilde gaan maken. Chirac heeft Schröder over de streep kunnen trekken door zijn steun toe te zeggen aan een plan om een Europese supercommissaris te belasten met structurele economische hervormingen in de Unie.

Dat lijkt goed nieuws voor de Belgische horecasector. Tijdens de Staten-Generaal voor de horeca, in september vorig jaar, werd een lager btw-tarief als een van de drie belangrijkste wensen van de sector naar voren gebracht, samen met een verhoogde aftrek van restaurantkosten en een regeling voor meer flexibele personeelsinzet.

Een doorlichting wees toen uit dat de horecasector in België enkele structurele zwakheden vertoont. De lage rentabiliteit is daarvan de belangrijkste. Zo'n veertig procent van de horecabedrijven zou verlies maken, terwijl dat in andere sectoren niet meer is dan 25 procent. Ook het aantal bedrijven met een negatief eigen vermogen is in de horeca veel hoger dan elders. Bovendien heeft de sector een van de hoogste faillissementsgraden in België.

De horeca noemt de btw-verlaging noodzakelijk als zuurstofinjectie voor de naar adem happende sector. Afhankelijk van wat er in Europees verband precies beslist wordt, zal de sector na een btw-verlaging 220 tot 577 miljoen euro minder aan de overheid moeten afdragen. Een bedrag dat de horeca-uitbaters naar alle waarschijnlijkheid vrijwel integraal kunnen aanwenden om hun winstgevendheid te herstellen of te verhogen. De btw-verlaging doorrekenen aan de klanten in de vorm van lagere prijzen zou immers geen positieve invloed hebben op de marge.

De consument zal dus waarschijnlijk niet veel van de eventuele btw-verlaging merken. Tenzij de verbeterde financiële gezondheid leidt tot meer professionaliteit en kwaliteit, zoals horeca-vaklui beweren.

Maar het zou onverstandig zijn als de horeca-ondernemers zich nu al rijk zouden rekenen. Europees commissaris Frits Bolkestein waarschuwde gisteren al expliciet voor te veel euforie. De afspraak van Chirac en Schröder heeft alleen betrekking op de restaurants. De Franse president repte over een btw-verlaging in de restaurants tot 5,5 procent, het percentage dat nu al geldt in de Franse fastfoodsector. Die maatregel komt precies tegemoet aan wat Chirac tijdens zijn verkiezingscampagne had beloofd. Dat komt goed uit: volgende maand zijn er regionale verkiezingen in zijn land.

In België zijn niet alleen de restaurants, maar vooral de cafés vragende partij voor een btw-verlaging. De restaurants kunnen in ons land immers al een financiële opkikker tegemoet zien in de vorm van de verhoogde aftrekbaarheid van restaurantkosten. Daarvoor heeft de regering eerder deze maand het licht op groen gezet.

Bovendien betekent een akkoord tussen Chirac en Schröder niet dat heel Europa op dezelfde lijn zit. En dat is wel nodig om de btw-verlaging te realiseren. De lagere horeca-btw maakt deel uit van een heel pakket aan btw-maatregelen waarover de lidstaten al herhaaldelijk met elkaar in de clinch gelegen hebben. Naast Duitsland heeft in het verleden ook Denemarken dwarsgelegen. Groot-Brittannië en Ierland zijn dan weer niet bereid het pakket te aanvaarden als ze daardoor het eigen nultarief op hun kinderkleding moeten opofferen.

De Europese ministers van Financiën zullen de zaak op 9 maart nog eens bespreken. Minister Didier Reynders (MR) toonde zich gisteren in de Kamer vrij optimistisch over de kansen om een akkoord over de restaurants te bereiken. Om de btw in de hele horecasector te verlagen zal volgens hem nog wel wat meer werk nodig zijn.

De horeca beseft zelf ook wel dat een btw-verlaging die op zijn allerbest pas in 2006 werkelijkheid zal worden en maar voor een deel van de sector zal gelden, op korte termijn geen soelaas brengt. De regering heeft nu weliswaar werk gemaakt van de drie pijnpunten die tijdens de Staten-Generaal werden aangehaald, maar de gezondheid van de sector zou nog even zorgwekkend zijn als voorheen.

Over twee weken beginnen de sectorvertegenwoordigers en de regering met het overleg over maatregelen om het zwartwerk terug te dringen. De regering rekent erop dat de belastingen die daardoor minder ontdoken zullen worden, de lagere btw-opbrengsten zullen compenseren. De federaties hopen op tussentijdse maatregelen die niet alleen sociaal, maar ook bedrijfseconomisch het nodige effect zullen sorteren.

Ruben Mooijman is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.