In juni presenteerde de Vlaamse minister van Onderwijs, Frank Vandenbroucke, zijn beleidsnota over de schoolkosten, van kleuter tot universiteitsstudent, en hoe die voor de ouders betaalbaar te houden.

Vandenbroucke pleit voor een combinatie van kosteloosheid (basisonderwijs), kostenbeperking (middelbaar en hoger onderwijs) en een hervorming (lees: selectieve uitbreiding) van het systeem van studietoelagen.

De minister wil dat alle kinderen van gezinnen die financieel zwak staan in aanmerking komen voor een toelage, vanaf de eerste kleuterklas tot en met het hoger onderwijs. Gedaan met de aparte stelsels voor het hoger en secundair onderwijs. Voor het basisonderwijs bestaan er nu zelfs geen studietoelagen.

Het zou de bedoeling zijn om één uniek gezinsdossier samen te stellen voor alle leerlingen en studenten in het Nederlandstalig onderwijs.

De criteria voor toekenning van een studiebeurs zouden worden gelijkgeschakeld, met het systeem van het hoger onderwijs als uitgangspunt. Ouders met kinderen op verschillende onderwijsniveaus zouden dan kunnen volstaan met een enkel aanvraagformulier.

De uitgekeerde bedragen zouden wel blijven verschillen, omdat de pedagogische kosten ook verschillen per onderwijsniveau.

De hervorming zou betekenen dat, vanaf het schooljaar 2007-2008, ongeveer 27.000 bijkomende leerlingen uit het secundair een studietoelage krijgen, bovenop de bestaande 72.000. Het gemiddelde bedrag zou stijgen van 164 naar 200 euro.

In het basisonderwijs zouden 160.000 kinderen in aanmerking komen voor een (kleinere) toelage, van gemiddeld 60 euro (meer of minder naargelang het gezinsinkomen).

Voor studenten uit het hoger onderwijs blijven de bestaande spelregels behouden.