De Europese Commissie heeft de Amerikaanse softwaregigant Microsoft woensdag een recordboete opgelegd van 497,2 miljoen euro voor concurrentieverstorend gedrag. Van het bedrag ligt Microsoft niet wakker, wel van het feit dat de veroordeling een precedent schept om toekomstige ontwikkelingen te beoordelen. Hiertoe behoort het nieuwe Windows besturingssyteem Longhorn dat in 2006 op de markt komt. Microsoft heeft dan ook besloten om in beroep te gaan: een proces dat nog zeker vier jaar kan duren vooraleer er een definitieve uitspraak komt. Tegen die tijd ziet de snel evoluerende softwaremarkt er waarschijnlijk al volledig anders uit.

DE boete is minder dan 2 procent van de omzet van 32,2 miljard dollar die Microsoft verleden jaar in zijn boeken kon inschrijven. Het bedrijf beschikt ook over 52,8 miljard dollar in cash en aan korte termijn investeringen. Het te betalen bedrag is dan ook een peulenschil voor het bedrijf dat een marktaandeel heeft van 95 procent op de markt van besturingssystemen.

Waarom gaat de softwaregigant dan in beroep tegen de beslissing van de Commissie en wordt er om een opschorting gevraagd van de opgelegde maatregelen?

Bovenop de absolute recordboete van 497,2 miljoen euro verplicht de Commissie Microsoft om aan de concurrenten binnen de 120 dagen informatie te geven over de interfaces die het mogelijk maken dat softwareprogramma's die op een verschillende manier werken elkaar toch begrijpen. Die informatie is nodig om de producten van de concurrenten te laten communiceren met het pc-besturingssyteem Windows.

Hiernaast moet Microsoft binnen 90 dagen ook een versie van Windows aanbieden zonder de audiovisuele software Media Player. Een Media Player is een softwareproduct dat muziek- en video-inhoud via het Internet kan afspelen.

Die maatregelen, die de Commissie gisteren meedeelde, zetten een precedent om de toekomstige softwareontwikkelingen van Microsoft te beoordelen. De Commissie wil niet dat Microsoft zijn eigen software blijft bundelen in Windows want hierdoor worden de aanbieders van vergelijkbare toepassingen benadeeld.

Maar Microsoft wil de mogelijkheid behouden om in de toekomst om het even welke vernieuwing van toepassingen net zoals de Media Player uit te brengen. De zaak gaat dan ook om meer dan Media Player: het gaat over wat je wel en niet kan doen als je een monopolie hebt in de softwaremarkt. De grote zorg van Microsoft is het langetermijneffect of de impact op de strategie van Microsoft die erop gericht is om steeds meer toepassingen te integreren in het besturingssysteem Windows. De softwaregigant wil vermijden dat het in botsing komt met de autoriteiten telkens als het Windows uitbreidt met nieuwe snufjes.

Microsoft pleit immers voor ,,innovatieve integratie'' of de mogelijkheid om verschillende softwaretoepassingen via één pc-besturingssysteem te beheren. Zo kan een e-mailgebruiker vanuit zijn e-mailtoepassing rechtstreeks het Internet op zonder daar apart een Internetbrowser voor te moeten opstarten.

De Europese antitrustzaak tegen Microsoft kan jaren aanslepen als het bedrijf naar de rechtbank stapt. Microsoft heeft twee maanden en tien dagen om te argumenteren waarom het Europees hof van Justitie de maatregelen opgelegd door de Commissie moet ongeldig verklaren. Indien Microsoft het niet haalt, kan het nog eens in beroep gaan.

Als er groen licht wordt gegeven aan het verzoek van Microsoft tot opschorting van de sancties, hoeft de softwaregigant zich tot aan de finale uitspraak van de rechtszaak niets aan te trekken van de beslissing van de Commissie. Het verzoek tot opschorting is gebaseerd op het argument dat de opgelegde sancties het bedrijf onherstelbare schade toebrengen.

Maar de kans is groot dat de procedure nog enkele jaren aansleept en dat de snel evoluerende IT-markt er tegen dan al helemaal anders uitziet: andere producten en andere spelers. De Commissie zal dit gebruiken als argument om geen opschorting toe te staan.

Volgens sommigen zal het vrijkomen van informatie over de interfaces leiden tot een grotere vernieuwing in de sector en tot veel meer toepassingen voor de consument. Nu de producenten immers weten dat hun ontwikkelingen gemakkelijk kunnen draaien op Windows-systemen zullen ze er ook mee naar buiten komen.

Anderen zeggen dat de impact van de opgelegde maatregelen op de consument waarschijnlijk beperkt is. De meeste computerfabrikanten zullen immers kiezen voor een volledige versie van Windows, zeker omdat Microsoft altijd beweert heeft dat een volledige versie beter werkt dan een versie waar bepaalde toepassingen uit zijn verwijderd. Een mooi voorbeeld hiervan vindt men terug in de Verenigde Staten. Daar heeft Microsoft zijn antitrustzaak al geregeld en daardoor kunnen de pc-fabrikanten kiezen voor een versie van Windows zonder de webbrowser Internet Explorer van Microsoft. Tot nu toe heeft geen enkele fabrikant dit gedaan.

Veel consumenten weten ook niet met welke audiovisuele software hun computer is uitgerust. Of het nu gaat om Media Player, Real Player of QuickTime, zolang ze maar muziek kunnen beluisteren en video kunnen bekijken. Microsoft blijft er bij dat de consumenten een groter gebruikersgemak van softwaretechnologie verwachten en dat betekent meer technologische integratie.

Maar dit is ook omdat de consument het zo gewoon is. Sommige gebruikers zijn veel zelfstandiger in de keuze van softwaretoepassingen en zijn het beu om door Microsoft bij de hand te worden genomen. Het is dus afwachten hoe de gebruikersgemeenschap zich verder ontwikkelt.

Bij Microsoft is men er alvast van overtuigd dat hun voorstel voor overeenkomst met de Europese Commissie de consument meer keuzevrijheid had gegeven en andere softwarebedrijven meer kansen had geboden. Volgens het aanbod van Microsoft zouden alle pc's die uitgerust zijn met het Windows besturingssysteem, voortaan geleverd worden met drie andere mediaspelers, naast die van Microsoft. Daardoor zouden de komende drie jaar meer dan een miljard concurrerende mediaspelers verdeeld worden.

  • Nancy Nackaerts is redactrice economie.
  • Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.