BRUSSEL - Vijf weken voor de uitbreiding van de Europese Unie blijkt dat de Belgische ondernemingen zich slecht hebben voorbereid op de toetreding van tien nieuwe lidstaten. Tenminste, dat concludeert het consultancybureau PricewaterhouseCooopers aan de hand van een enquête bij 102 ondernemingen, waarvan 83 procent zaken doet met de kandidaat-leden.

DE voornaamste conclusie van het onderzoek is dat de ondernemingen aan de uitbreiding nu minder belang hechten dan twee jaar geleden, toen een gelijkaardig onderzoek werd uitgevoerd. ,,In 2002 vonden we de resultaten al alarmerend, maar toen hadden we nog achttien maanden te gaan. Nu blijkt dat in die periode de toestand alleen maar verslechterd is'', zegt Ine Lejeune van PricewaterhouseCoopers.

Dertig procent van de bedrijven denkt dat er op 1 mei niets zal veranderen aan de manier waarop ze zaken doen, en meer dan de helft is niet van plan iets aan de interne organisatie te veranderen. Terwijl twee jaar geleden 38 procent van plan was zijn distributieproces te wijzigen en 34 procent zijn productieproces wilde aanpassen, geldt dat nu nog maar voor respectievelijk 17 en 16 procent. ,,Bedrijven zijn op dat vlak een stuk minder ambitieus dan twee jaar geleden'', concludeert Daniel Evrard van PricewaterhouseCoopers. Hij vermoedt dat dat te maken heeft met de economische conjunctuur. Die is in de afgelopen twee jaar duidelijk verslechterd, waardoor ondernemigen minder geld beschikbaar hebben voor dit soort projecten.

Het aantal bedrijven dat een budget heeft uitgetrokken om zich op de uitbreiding voor te bereiden, is gedaald van 13 naar 9 procent. Wel is er een stijging vast te stellen in het aantal bedrijven dat een team ter plaatse heeft om de uitbreiding voor te bereiden. Dat is gestegen van 35 naar 42 procent. Ook is de informatieachterstand enigszins afgenomen. Nu is 59 procent van de bedrijven voldoende op de hoogte van de wijzigingen, twee jaar geleden was dat nog 48 procent. Verder is de bewustwording over wijzigingen op het gebied van douanerechten en accijnzen toegenomen. Over de impact van de wijzigingen in het handels- en concurrentierecht, het personeelsbeleid en de inkomstenbelastingen is men zich daarentegen minder zorgen gaan maken.

Ten onrechte, vindt Lejeune. Want er staat wel degelijk heel wat te veranderen op 1 mei, als de toetreding een feit zal zijn. Douaneformaliteiten voor goederentransporten aan de grens zullen bijvoorbeeld worden afgeschaft. Dat betekent minder wachttijd aan de grens. Lejeune: ,,Dat vereist dat de verkoopfacturen er anders zullen uitzien, dat de boekhouding wordt gewijzigd, en dat er aanpassingen nodig zijn op logistiek gebied.'' Toch plant maar 18 procent van de ondervraagde bedrijven een aanpassing van de boekhouding, terwijl maar 23 procent denkt iets te moeten veranderen aan de logistiek.

Lejeune en Evrard denken dat de ,,typisch Belgische'' pragmatische houding om de kat eerst uit de boom te kijken, de bedrijven zuur kan opbreken. Buitenlandse ondernemingen die korter op de bal spelen, zouden een concurrentieel voordeel kunnen opbouwen in de nieuw toegetreden lidstaten. Al geeft Lejeune toe dat internationaal onderzoek lijkt uit te wijzen dat ook in de rest van de EU bedrijven minder ambitieus zijn geworden als het op de voorbereiding van de uitbreiding aankomt. ,,Wel zien we dat een kleine groep topbedrijven zich wel degelijk goed voorbereidt en voorligt op de rest''. Dat veel van de aanpassingen in de toetredende landen zelf ook nog niet helemaal rond zijn (de btw-tarieven bijvoorbeeld), mag voor het bedrijfsleven geen excuus zijn, vindt Evrard. ,,Je moet jezelf afvragen: ben ik flexibel genoeg om me snel aan te passen?''.

(rmg)