Zit u net voor het voetbal op tv begint zonder bier, chips of sigaretten? Geen nood, de nachtwinkel brengt redding. Of misschien wilt u nog crack snuiven of zoekt u een makkelijk slachtoffer voor een overval. Ook dan, één adres: de nachtwinkel. ,,Nu weet ik waarom junkies 's nachts ammoniak komen kopen.''

NACHTWINKELS zijn vandaag niet meer uit het Vlaamse straatbeeld weg te denken. Vroeger vond je ze alleen in de grote steden, nu schieten ze ook in provinciestadjes en grote dorpen als paddestoelen uit de grond. Volgens een telling van het onderzoeksbureau Food in Mind zouden er nu al minstens 2.254 zijn in België. Hun aantal zou elk jaar met zo'n vijf procent toenemen. De nachtwinkels zijn goed voor 4.000 voltijdse banen. De uitbaters zijn meestal allochtoon en komen doorgaans uit Zuid-Azië: India, Pakistan en Bangladesh.

De winkels hebben niet altijd een goede reputatie. Ze zien er vaak rommelig uit, politiecontroles leveren stapels pv's op over zwartwerk, BTW-ontduiking en bedorven eetwaren, buurtbewoners klagen over overlast en verloedering van het straatbeeld, de horeca spreekt van oneerlijke concurrentie, jongeren consumeren alcohol op pleintjes of smokkelen vodka uit de nachtwinkel mee naar binnen in cafés of dansgelegenheden. De overheid wil daarom de wildgroei van de nachtwinkels aanpakken.

Toch maakt bijna iedereen weleens gebruik van een nachtwinkel. Nu al kopen we zo'n dertig procent van onze voeding buiten de klassieke winkelkanalen: op restaurant, in pompstations of in nachtwinkels. Volgens Food in Mind zal het aandeel van die zogeheten out of home consumptie alleen maar toenemen: nachtwinkels vullen een aanzienlijk gat in de markt.

Veel nachtwinkels zijn ook een vorm van zelfstandig ondernemen voor allochtonen die anders maar weinig kansen krijgen op de arbeidsmarkt. Want welke autochtone Belg is nog bereid om ons op onmogelijke uren en voor een onmogelijk loon van sigaretten en snacks te voorzien?

Raj (25), afkomstig uit India, staat elke avond in een nachtwinkel in Ledeberg, bij Gent. Hij werkt van zes uur 's avonds tot drie uur 's ochtends, zes dagen per week. Overdag springt hij geregeld bij in de dagwinkel van zijn baas. Officieel is hij deeltijds ingeschreven, voor twintig uur per week. Hij verdient achthonderd euro per maand.

,,Pure uitbuiting'', zegt Raj. ,,En dan word ik nog goed betaald voor een nachtwinkel. Het feit dat ik officieel als werknemer ben ingeschreven, is trouwens al helemaal uitzonderlijk. Want meestal maakt de eigenaar van de uitbater een partner in een coöperatieve vennootschap. Daardoor draait de uitbater zelf op voor zijn sociale bijdragen. Het zijn Belgische boekhouders die dat systeem uitdokteren.''

Raj laat het niet aan zijn hart komen. Zijn baan is tijdelijk. Binnen veertien dagen reist hij terug naar India. ,,Maar voor anderen sleept de situatie jaren aan. Mijn voorganger kon pas na vijftien jaar voor het eerst naar India terug. Maar het werk is te nemen of te laten. Voor iedereen die opstapt, staan er tien klaar op zijn plaats in te nemen.''

Bad luck

Raj had nooit gedacht dat hij ooit een nachtwinkel zou uitbaten. Hij is naar België gekomen om hier een postuniversitair diploma te halen. Toen hij zijn MBA op zak had, solliciteerde hij bij enkele grote bedrijven, maar hij greep telkens naast de baan omdat hij geen Nederlands of Frans spreekt. ,,Bad luck'' , zegt hij daar zelf over. ,,Ik wilde mijn laatste maanden in België niet in ledigheid doorbrengen. Euro's zijn veel waard in India. Op zoek naar werk kom je als Indiër automatisch bij Indiërs terecht. Mijn baas vond dat iemand met een diploma de uitstraling van zijn winkel ten goede kwam.''

Raj wil over de interne keuken van zo'n nachtwinkel vertellen. Dat is uitzonderlijk, want de meeste uitbaters zijn nogal wantrouwig. Het onderzoeksbureau Food in Mind kreeg nauwelijks medewerking toen het de sector in kaart probeerde te brengen. ,,Het wantrouwen is groot'', vertelt Raj. ,,Veel eigenaars zijn ervan overtuigd dat de overheid een complot smeedt om alle nachtwinkels te bannen. Maar ook hun eigen personeel vertrouwen ze niet. Ze controleren ons om de haverklap. Terecht, trouwens. Want je kunt niet veel loyaliteit verwachten van iemand die je voor een aalmoes aan het werk zet.''

Gezellig is het niet in de nachtwinkel van Raj. Kille tl-lampen, enkele diepvriezers met ijs en maaltijden en lange rekken met droge voeding en huishoudartikelen. Achter de kassa is het een rommeltje van plastic zakjes en half geopende pakken bier en frisdrank. Een blauw gordijn schermt een zithoekje af, met daar nog meer pakken bier en frisdrank, enkele oude kranten en veel sigarettenpeuken in lege bierblikjes. En daarachter bevinden zich een toilet en een keukentje waar, achter slot en grendel, de voorraad sigaretten rust. ,,Zodat men bij een overval alleen de sigaretten in de winkel meeneemt'', zegt Raj. De hele avond vult hij het winkelrek aan met telkens twee pakjes. ,,Nachtwinkels hebben een heel eigen opvatting over winkelinrichting. Glitter en glamour interesseert de eigenaar niet. De winkel moet er vooral 'propvol' uitzien. Er mag geen leeg plekje op de rekken te zien zijn.''

Het publiek dat over de vloer komt is divers. Veel haastige klanten springen binnen om een pakje sigaretten, rondhangende snotneuzen kopen snoep, studenten en werkmensen kopen op weg naar huis nog een brood of een blik soep. ,,De eerste week vroeg ik me af waarom mijn baas in godsnaam ammoniak in de winkel had. Dat iemand 's nachts aluminiumfolie koopt om zijn boterhammen in te pakken, kon ik nog begrijpen. Maar ammoniak? Tot ik mijn eerste junks over de vloer kreeg. Om twee uur 's nachts, voor aluminiumfolie, ammoniak en een aansteker met hoge vlam om drugs te snuiven.''

Een slome, onduidelijk sprekende jongen komt zes sigaretten en drie blikjes goedkoop bier halen. Of hij morgen mag betalen, vraagt hij. Maar krediet is niet toegestaan. Raj wil het wel door de vingers zien. Hij kent de jongen en weet dat de moeder 's anderendaags betaalt. Maar zijn baas is onverbiddelijk; geen geld, geen sigaretten.

Louche zaak

De eigenaar, Surinder, komt rond halfelf poolshoogte nemen. Als Raj me voorstelt als een studiegenoot die bij de krant werkt, begint de man meteen over een golf van overvallen die de Gentse nachtwinkels teistert. ,,Zestien in een week tijd'', klaagt hij. Zelf is Surinder van overvallers gespaard gebleven. De winkel van zijn broer kreeg wel dieven over de vloer. ,,Ze hebben de jongen met een pistool bedreigd, met tape gekneveld en in het toilet opgesloten. Daarna zijn ze met de sigaretten, de telefoonkaarten en de kassa gaan lopen.''

Iedereen is bang en de politie doet niets, beweert Surinder. ,,De overheid komt wel om de haverklap controleren of we met alles in orde zijn. Maar ons beschermen tegen overvallen kan ze niet. Integendeel, soms heb ik de indruk dat men de nachtwinkels gewoon weg wil.''

Nachtwinkels zijn een makkelijk doelwit voor dievenbendes. Het lijstje met overvallen is lang, al halen ze hoogstens de lokale krant. Enkele overvallen kenden zelfs een dodelijke afloop. Een dik jaar geleden werd in de Antwerpse Kammenstraat een nachtwinkelier door het hoofd geschoten. Twee jaar eerder was er in Borgerhout ook al een nachtwinkelier vermoord. Het gebeurt dat overvallers hun slachtoffer mishandelen. Zo werd in juni vorig jaar een nachtwinkelier in Berchem met een hamer bewerkt.

Toch overheerst bij het grote publiek niet het beeld van de nachtwinkel als slachtoffer, maar als louche handelszaak. Gecoördineerde controles door de politie, de sociale inspectie, de economische inspectie, het voedselagentschap, de dienst Vreemdelingenzaken en Douane & Accijnzen leveren telkens weer een bundeltje pv's op wegens zwartwerk, het niet respecteren van sluitingsuren, de aanwezigheid van illegalen en BTW-ontduiking. In november vorig jaar leidde zo'n actie in Leuven nog tot de inbeslagname van 650 kilogram bedorven voedsel. Volgens de economische inspectie is 90 procent van de nachtwinkels op de een of andere manier in overtreding.

,,Mijn baas is als de dood voor controle'', zegt Raj. ,,Drie maanden geleden had hij inspectie. Het moet hem een bom geld gekost hebben, want nu drukt hij me op het hart dat ik alle producten moet weggooien waarvan de houdbaarheidsdatum overschreden is. Mij lijkt het normaal dat de overheid toeziet op het naleven van de wetten. Maar veel eigenaars beschouwen de controle als racisme. Waarom pakken ze de grote ketens niet op dezelfde manier aan, vragen ze dan.''

Toch noemt Raj het negatieve imago van veel nachtwinkel overdreven. ,,Mijn baas beweert dat hij de wet respecteert. Laat me niet lachen. Iedereen foefelt , en nachtwinkels zeker. Maar daarom zijn nachtwinkels nog geen maffiazaken. Daarvoor zijn ze te slecht georganiseerd. De concurrentie en het onderlinge wantrouwen zijn te groot. De meeste winkels zijn eenmanszaakjes. Hoogstens zijn het familiebedrijfjes, waarbij een gezin twee of drie winkels runt. En ze werken keihard. Mijn baas opent om zeven uur zijn dagwinkel, sluit die om acht uur en komt dan tot tien uur in zijn nachtwinkel een oogje in het zeil houden. Nee, het is niet makkelijk om eigenaar van een nachtwinkel te zijn.''

Grijs

Ledeberg is een volkse buurt. Er is tot laat veel beweging op straat, ondanks de kou en de regen. ,,Sommige mensen hangen dag en nacht op straat rond'', vertelt Raj. ,,Van tijd tot tijd komen ze de winkel binnen om iets te eten te halen. Ze hebben plots dorst en komen enkele blikjes kopen. Ze hebben honger en ze kopen een doos koekjes. Echt arm zijn ze niet, maar ze hebben niets te doen en snoepen de hele dag door.''

Raj begrijpt het koopgedrag niet altijd. ,,De Colruyt ligt vijfhonderd meter verder. Toch komen sommige klanten elke dag opnieuw veel duurder kopen bij ons. Ze kopen 's middags het brood dat mijn baas 's ochtends in de Colruyt haalde.''

Wie zelf weleens inkopen doet in de Colruyt, heeft hen vast al gezien: de nachtwinkeliers die hun karren volstouwen met frisdrank, bier en conserven. ,,Colruyt leeft van de nachtwinkels'', lacht Raj. ,,Het koopgedrag van veel nachtwinkeliers heeft iets dwangmatigs. Ze moeten en zullen elke dag naar de Colruyt gaan. Het is deel van het ritueel.''

Maar het heeft vooral fiscale voordelen. Bij winkels als Makro of Colruyt krijg je geen factuur, zolang je onder bepaalde hoeveelheden blijft. ,,Desnoods trommelt men vier personen op die elk apart inkopen doen, waarna alles in dezelfde bestelwagen verdwijnt'', vertelt Raj. ,,Maar niet alles gebeurt in het zwart. Tenslotte moet mijn baas toch iets aangeven. Een nachtwinkel is niet volledig wit en niet volledig zwart. Hij is grijs.''

Veel alternatieven hebben de nachtwinkeliers trouwens niet. De klassieke groothandel is voorlopig niet in hun sector geïnteresseerd. De afname is te klein, de logistieke problemen te groot, levering 's nachts te duur en het risico op betalingsproblemen te groot. Distributeurs willen hun vaste klanten bovendien niet tegen de borst stoten door ook de concurrerende nachtwinkel om de hoek te bevoorraden.

In Makro of Colruyt kopen nachtwinkels de hoeveelheid die ze nodig hebben. Aangezien de winkelketen zo al tot twintig procent goedkoper is dan de klassieke buurtwinkel, kunnen de dure nachtwinkels toch nog winst maken. In de winkel van Raj liggen de prijzen tot veertig procent hoger dan in de gewone winkel. ,,Het is de eindgebruiker die de rekening betaalt'', zegt Raj, ,,winst maakt mijn baas sowieso.''

Sigaretten

Toch is het maar de vraag hoe rendabel zo'n nachtwinkel is. Tot elf uur wordt er bij Raj relatief druk gewinkeld: een pak brood, een blik soep, een sixpack bier, wat snoep, chips en vooral veel sigaretten. Maar vanaf middernacht is ook Ledeberg doods en slaat in de nachtwinkel de verveling toe. ,,De helft van de verkoop bestaat uit sigaretten'', vertelt Raj. ,,De prijs daarvan ligt vast en de winstmarge is minimaal. De winkel moet dus winst maken op de andere producten. Met een dagelijkse omzet van 250 à 350 euro haalt mijn baas een brutowinst van zo'n 50 euro, schat ik. Trek daar huur, elektriciteit en loon van af en ik denk niet dat er nog veel overblijft. Een nachtwinkel in een studentenbuurt kan wel veel winst maken. Met een omzet van zo'n 1.000 euro per nacht kun je van een goede zaak spreken. Maar wie echt grote winst wil maken, moet gestolen sigaretten of telefoonkaarten verkopen. Wat in de ene nachtwinkel geroofd wordt, verschijnt elders weer op de markt.''

De zelfstandigenorganisatie Unizo heeft de leefbaarheidsdrempel voor een algemene-voedingswinkel berekend op 500.000 euro per jaar. Voor de meeste nachtwinkels is dat een verre droom. De extra handicap van de winkel die Raj uitbaat, is dat aan de overkant van de straat een tweede nachtwinkel ligt. Zo is het op wel meer plaatsen in grote steden: lege gaten in achteruitboerende winkelstraten raken opgevuld met nachtwinkels, soms drie, vier of vijf op een rij. Dan moet de koek wel over veel concurrenten verdeeld worden.

Algemene rendabiliteitcijfers van nachtwinkels zijn niet beschikbaar. ,,De meeste eigenaars en uitbaters zijn economische vluchtelingen'', vertelt Raj. ,,Ze hebben zogezegd voor de onafhankelijkheid van Kasjmir gevochten en vragen asiel aan. Bij de generatie van mijn baas lukte dat nog. Nu is het een pak moeilijker om papieren te krijgen. Een mogelijke uitweg is een huwelijk met een Belgische. In werkelijkheid komen ze gewoon hierheen om geld te verdienen. Het maakt niet uit hoe. Desnoods werken ze voor een hongerloon in een nachtwinkel. Sommigen wonen zelfs in de winkel, op een matras in de keuken achteraan. Het bespaart hun de huur van een appartement. En allemaal hebben ze dezelfde droom: dat ze ooit een eigen nachtwinkel kunnen openen.''