Deze zaterdag is het precies tien jaar geleden dat de Barings Bank aankondigde het faillissement te zullen aanvragen. De Londense Merchant Bank, die ooit een financiële pijler was onder de economische wereldheerschappij van het Britse rijk, ging ten onder aan de speculaties van Nick Leeson, de zoon van een stukadoor uit het Londense voorstadje Watford. Via zijn geheime ,,foutenrekening'' 888888 slaagde Leeson erin om 850 miljoen pond aan verliezen -die hij opgebouwd had als futureshandelaar in Singapore- jarenlang weg te moffelen. Het schandaal was een blamage voor de toenmalige verantwoordelijken bij Barings, die verblind werden door de praatjes van hun ,,sterhandelaar''. Wat is er tien jaar later van de hoofdrolspelers uit het verhaal geworden?

VAN alle hoofdrolspelers is Nick Leeson ( 37), de arbeiderszoon die Barings Bank naar de ondergang leidde, ironisch genoeg diegene die er het grootste morele gezag aan heeft overgehouden. Leeson, die eind februari 1995 op de vlucht ging en een week later in Frankfort werd aangehouden, zat in een Singaporese cel een gevangenisstraf uit van meer dan vier jaar. Hij verwerkte de scheiding van zijn vrouw Lisa Sims en won een gevecht tegen kanker. Maar, zo schreef hij enkele dagen geleden nog in de Britse krant The Observer , ,,ik ben uit de tunnel geraakt en heb een nieuw leven opgebouwd in Ierland. Hertrouwd en met mijn eerste kind, een jongen, heb ik het gevoel dat het leven weer in een opwaartse curve zit.''

Leeson huwde in 2003 met de schoonheidsspecialiste Leona Tormay en woont nu in Galway, een vergeten stadje aan de Ierse westkust. Zijn inkomen haalt hij uit de verkoop van zijn boek Rogue Trader (vertaald als ,,De bom onder de Barings Bank''), uit de rechten op de gelijknamige film - waarin zijn personage vertolkt wordt door Ewan McGregor - en uit het houden van after-dinner speeches , niet zelden voor een publiek van bankiers die stiekem in bewondering staan voor de jonge beurshandelaar die zijn superieuren jarenlang om de tuin wist te leiden. Een avondje Leeson zou volgens onbevestigde bronnen zowat 6.000 pond (8.400 euro) kosten.

Leeson wordt nu ook regelmatig ten tonele gevoerd als de man met het belerende vingertje, die waarschuwt dat de financiële sector nog altijd geen lessen heeft getrokken uit het debacle. Onlangs werd hij zelfs benaderd door Fortune , het gezaghebbende Amerikaanse managersblad, dat hem bovenaan een ranglijst wil zetten van bedrijfsleiders die de 20ste eeuw vorm hebben gegeven. ,,Mijn eerste reactie was dat iemand er eens goed mee aan het lachen was - en misschien zijn ze nu nog bezig'', aldus Leeson.

Voor Peter Baring , een telg van de adellijke familie die haar naam gaf aan de eerbiedwaardige handelsbank, was de ineenstorting van Barings een blamage die hij niet meer te boven is gekomen. Peter Baring werd in 1989 door zijn verre oom, Sir John Baring, aangezocht om het voorzitterschap van de bank op zich te nemen - volgens sommigen omdat hij aangezien werd als een ietwat conservatieve figuur die de instelling zeker niet in financiële avonturen zou storten. Dat pakte dus anders uit.

Baring, die wel eens omschreven werd als een zeer voorname figuur, maar ook als een niet al te snuggere bankier, liet zich inpakken door medewerkers die het activiteitendomein van de bank wilden verleggen van de oer-traditionele handelsactiviteiten naar de meer glamoureuze en lucratieve beurshandel. Met succes, of zo leek het aanvankelijk toch. In een bespreking met de directeur van de Bank of England verklaarde hij in 1993 nog dat ,,Barings tot de conclusie was gekomen dat het niet zo verschrikkelijk moeilijk was om winst te maken in de effectenhandel''. Het citaat zou de man nog jarenlang achtervolgen.

De normale voorzitterstermijn bij Barings bedroeg zes jaar, zodat Peter Baring ervan uitging dat hij in 1995 zou afzwaaien. Dat gebeurde ook, maar op een andere manier dan hij in gedachten had. Op de avond van zondag 26 februari 1995 moest Peter Baring beslissen om het faillissement van de ruim 230 jaar oude bank aan te vragen. Barings bleek met een gat in zijn balans te zitten ter waarde van 860 miljoen pond (vandaag 1,25 miljard euro), verliezen die opgestapeld waren door een 28-jarige optiehandelaar die enkele maanden eerder nog een heldenstatus genoot in de bank.

Baring maakte in mei 1996 zijn laatste media-optreden, met een getuigenis voor een parlementscommissie die de affaire onderzocht. Daarna trok hij zich terug uit het publieke leven. Hij probeert van zijn pensioen te genieten op zijn landgoed in Wiltshire, waar hij nog het voorzitterschap waarneemt van de Glyndebourne Arts Trust, een stichting die de financiering verzorgt van het elitaire kunstencentrum Glyndebourne.



Ook Peter Norris , de gedelegeerd bestuurder van Barings, sloeg in de affaire een belabberd figuur. Nog geen drie maanden voordat de bom barstte, ontving hij Nick Leeson in een soort audiëntie in het Londense hoofdkantoor. Norris werd de laan uitgestuurd door de Nederlandse bank ING, die Barings voor een symbolisch pond overnam. In verslagen van de Singaporese overheid en van de Britse centrale bank werd hem verregaande nalatigheid verweten. Maar dat alles verhinderde niet dat hij al in 1996 werd ,,opgepikt'' als bestuurder bij een bedrijf van zijn vriend John Brown, een uitgever die zelf goede banden had met de bekende tycoon Richard Branson.

Norris werd in maart 1998 voor vier jaar in de ban geslagen door het Department of Trade and Industry (DTI), het Britse ministerie van Economische Zaken, omdat hij alle signalen over de ondergang van Barings had genegeerd. De veroordeling hield in dat hij (bijna) geen bestuursfuncties meer mocht opnemen in het bedrijfsleven. Maar opnieuw werd hij geholpen door de Brown-connectie. Via zijn financieel adviesbureau P&T Norris kon hij diensten leveren aan de bedrijven van Brown en zijn vriendenkring. Zo adviseerde hij Branson enkele jaren geleden nog bij de overname van een grote Zuid-Afrikaanse fitness-keten.

Het adviesbureau van Norris gaat tegenwoordig door het leven als New Boathouse Capital (NBC), en onder zijn collega's zitten verschillende mensen met wie hij bij Barings heeft samengewerkt. NBC was onder meer adviseur voor de in Brussel gevestigde luchtvaartmaatschappij Virgin Express van Richard Branson.

Als Peter Baring op papier het morele gezag van Barings vertegenwoordigde, dan deed vice-voorzitter Andrew Tuckey dat in de praktijk. Tuckey, een van drie zonen uit een Brits kolonistengezin in Rhodesië, keerde naar Groot-Brittannië terug om er carrière te maken bij het tabaksbedrijf BAT en later bij Barings. Hij was een bijzonder ambitieuze bankier die hooggeplaatste vrienden maakte in de City, het Londense financiële centrum. Onder hen ook Eddie George, de man die later gouverneur van de Bank of England werd.

Ook Tuckey werd voor vier jaar in de ban geslagen door het DTI en door het Institute of Chartered Accountants , maar zijn rechters erkenden wel dat hij niet zo incompetent was als vele van zijn collega's en ondergeschikten. Van alle hoofdrolspelers kende hij nadien ook het grootste zakelijke en financiële succes. Hij mocht ING nog een jaar adviseren na de overname van Barings, en streek daarvoor een consultancyvergoeding, bonussen, ontslag- en pensioenpremie op. Sommigen ramen dat hij op die manier nog meer dan 700.000 pond verdiende bij ING Barings. Vervolgens ging hij aan de slag als adviseur voor verschillende zakenbanken, zoals Crédit Suisse First Boston en het Amerikaanse Donaldson Lufkin & Jenrette. Sinds enkele jaren werkt Tuckey als zakenbankier bij het snelgroeiende Londense beurshuis Bridgewell Capital, dat in het VK het financiële nieuws haalde met een adviesrol in de overname van het radiostation Capital Radio, een transactie ter waarde van ruim een miljard euro.

Tuckey profiteerde ook van de goede relatie die hij, tijdens zijn dertig jaar bij Barings, opbouwde met voorzitter Jean Peyrelevade van de Franse bank Crédit Lyonnais. Al in 1996 wilde Peyrelevade, die in de raad van bestuur van Barings had gezeteld, de Brit binnenhalen om in Londen de afdeling zakenbankieren van Crédit Lyonnais te versterken. Tuckey bezorgde Bridgewell enkele jaren geleden een samenwerkingsakkoord met Clinvest, de zakenbankdochter van Crédit Lyonnais, en heeft zelf zitting in de raad van bestuur van Clinvest.

Ron Baker werd in december 1993 bevorderd tot hoofd van de divisisie Financiële Producten, en werd daarmee de directe chef van Nick Leeson. Op basis van de - op papier - briljante beleggingsresultaten van Leeson verhoogde hij de winstdoelstelling van zijn afdeling. Leeson kreeg te horen dat hij voor het jaar 1994 een bonus van 400.000 pond zou opstrijken.

Baker kreeg van het DTI eveneens een verbod op bestuursmandaten dat pas vorig jaar afliep. Hij won wel een procedure tegen een beroepsverbod van de beurswaakhond SFA, waardoor hij niet meer in de financiële sector zou mogen werken. Tegelijk vocht hij een juridische veldslag uit met ING, waarbij hij de uitbetaling eiste van 880.000 pond aan bonussen die hem kort voor de val van de bank waren beloofd. In een hoorzitting van die rechtszaak, in maart 1998, verklaarde zijn advocaat dat Baker intussen heel wat aanbiedingen van andere banken had gehad. Het is niet bekend wat er sindsdien met hem is gebeurd.

Ook over het lot van andere superieuren van Leeson is weinig geweten. De Amerikaanse Mary Walz , het voormalige hoofd van de afdeling aandelenderivaten in Londen, leek de zaak aanvankelijk zonder veel kleerscheuren te overleven. Eind 1996 verloor ze evenwel een rechtszaak om 500.000 pond aan beloofde bonussen te recupereren, en kort daarna liep ze een schorsing op van het DTI. Volgens de Britse pers zou ze teruggekeerd zijn naar haar geboorteland.

James Bax , de man die destijds verantwoordelijk was voor de activiteiten van Barings in Zuidoost-Azië, kreeg er in diverse rapporten flink van langs wegens verregaande nalatigheid. Toen Bax van zijn superieuren vragen kreeg over een gat in de rekeningen van 50 miljoen pond, zou hij volgens Leeson geantwoord hebben dat het om een klein foutje ging waar ze zich geen zorgen over hoefden te maken. Bax trok zich met zijn familie terug in zijn Schotse geboortestreek, waar hij een teruggetrokken maar comfortabel leven leidt in een Victoriaans landhuis.

Lisa Sims , de toenmalige echtgenote van Leeson, bleef haar man aanvankelijk door dik en dun steunen. Ze nam een baantje aan in een theesalon in Maidstone - later werd ze stewardess bij Virgin - en gebruikte haar spaarcenten om hem zo vaak mogelijk te bezoeken in zijn Singaporese cel. Maar tegen eind 1996 werd duidelijk dat de grote liefde voorbij was. Sims liet in interviews haar verontwaardiging blijken over het liederlijke nachtleven dat haar man in Singapore had geleid, en waarover ze in zijn boek voor het eerst iets vernam.

In december 1998 stapte ze voor de tweede keer in het huwelijksbootje, en opnieuw met een beurshandelaar, Keith Horlock. ,,Als ik hem zie, sla ik hem in elkaar'', zo zou Leeson kort na zijn vrijlating gezegd hebben over de nieuwe man van zijn ex-vrouw.