De paradox is groot. Het aantal werklozen ligt medio 2004 beduidend hoger dan tijdens de economische hoogconjunctuur van 1999-2000. Maar toch zijn er nu meer ,,harde'' knelpuntberoepen dan toen. Duizenden vacatures blijven openstaan bij gebrek aan (geschikte) sollicitanten. In West-Vlaanderen moeten steeds meer bedrijven een beroep doen op uitzendarbeiders uit Frankrijk.

TIEN jaar al bestaan er lijstjes met knelpuntberoepen. Tien jaar al wijzen studies van de overheidsdienst VDAB of van sectororganisaties als Federgon (uitzendbedrijven) op het bestaan van beroepen met een hardnekkig gebrek aan geschikte kandidaat-werkzoekenden. De ommezwaai van economische hoogconjunctuur, vijf jaar geleden, naar de laagconjunctuur van de afgelopen jaren heeft daarin geen verandering gebracht. De werkloosheid is fors opgelopen, maar het aantal knelpuntberoepen is niet gedaald.

Federgon heeft het vandaag over 191 arbeidersfuncties waarvan de vacatures veel langer dan normaal open blijven staan. Een analyse van de VDAB uit 2003 had het over 242 knelpuntberoepen, arbeiders en bedienden samen. De namen op de lijst zijn heuse klassiekers, met de technische arbeidersfuncties op kop: van elektromecaniciens, lassers en plaatslagers tot vrachtwagenbestuurders en beenhouwers.

In mei 2000 waren er in Vlaanderen gemiddeld 2,4 werkzoekenden per vacature. Die verhouding is nu opgelopen tot 3,7. Maar de ,,harde kern'' van knelpunten op de arbeidsmarkt is onveranderd gebleven. Volgens Federgon-directeur Paul Verschueren zijn ze ,,nog moeilijker in te vullen dan enkele jaren geleden''.

De VDAB berekende vorig jaar dat bijna vier procent van alle vacatures bij gebrek aan kandidaten geschrapt moesten worden. Op een totaal van 120.000 vacatures die jaarlijks via de VDAB worden bekendgemaakt, gaat het dus om bijna 5.000 gemiste jobs.

Voor sommige beroepen is er een eenvoudig kwantitatief probleem: er zijn minder werkzoekenden dan

jobaanbiedingen. Typische voorbeelden zijn verpleegkundigen, ingenieurs en gespecialiseerde arbeiders.

Voor andere vacatures zijn er wel voldoende sollicitanten, maar voldoen die niet aan de gevraagde jobvereisten. Ze beschikken niet over de gevraagde kwalificaties, ervaring of talenkennis. Het moet gezegd: veel bedrijven veroorzaken dat kwalitatieve tekort zelf, door voortdurend de gevraagde competenties van de werkzoekenden op te drijven.

Bij andere beroepen worden de kandidaten afgeschrikt door de werkomstandigheden en arbeidsvoorwaarden. Vacatures met nachtwerk (bakkers), ploegenarbeid, zwaar of gevaarlijk werk (timmermannen en tuiniers) lokken niet. De lage verloning doet de rest.

Alle opleidings- en begeleidingsinspanningen ten spijt, is de kloof tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt - tussen het profiel van de werkzoekenden en dat van de vacatures - dus blijven bestaan.

Een van de belangrijkste oorzaken ligt in de beperkte uitstroom van technisch geschoolde jongeren uit het middelbaar en hoger onderwijs. Technische studierichtingen worden nog te vaak als minderwaardig beschouwd, terwijl de kansen op een baan voor jongeren met een technisch diploma op zak nochtans vele malen groter zijn dan voor hun leeftijdsgenoten die het met een klassiek diploma proberen. Maar alle pogingen om het imago van de technische beroepen op te poetsen zijn totnogtoe vergeefs gebleken.

De Vlaamse minister van Werkgelegenheid, Renaat Landuyt, lanceerde net voor de verkiezingen van 13 juni het plan om alle Vlaamse werkzoekenden een premie te betalen van 150 à 250 euro als ze een opleiding willen volgen die hen in aanmerking doet komen voor de invulling van een knelpuntvacature. De Vlaamse regering heeft daar 3 miljoen euro voor veil.

Daarnaast zal er moeten worden gesleuteld aan de geringe tot onbestaande mobiliteit van grote groepen werklozen. Concreet: hoe kunnen we het jobaanbod in de ene regio verbinden met de groep werklozen uit een andere, nabije regio?

In Zuid-West-Vlaanderen weten ze daar alles van. De aantrekkende conjunctuur zorgt er nu al voor acute problemen in de zoektocht van bedrijven naar sollicitanten. Grote uitzendbedrijven als Manpower en Randstad geven openlijk toe dat ze onvoldoende lokale kandidaat-werkzoekenden vinden om te kunnen voldoen aan het fors gestegen jobaanbod. De vraag naar uitzendarbeiders lag er in mei van dit jaar ruim 14 procent hoger dan in dezelfde maand vorig jaar. Manpower en Randstad zien zich, eens te meer, verplicht om uitzendkrachten te gaan rekruteren over de grens, in Frankrijk.

Van een gelijkaardige beweging vanuit het even nabije Henegouwen is geen sprake, ook al liggen Moeskroen en Bergen even ver van Kortrijk als pakweg Rijsel. In Henegouwen zelf - met 90.000 werkzoekenden - komen dagelijks zelfs 12.000 Franse grensarbeiders werken, toonde een studie uit 2002 al aan.

Eind mei organiseerde het Randstad-kantoor in Sint-Niklaas een jobcafé om de openstaande lokale vacatures aan de man en vrouw te brengen. Ook in het Waasland heeft de forse stijging van de vraag naar uitzendarbeid (plus 24 procent) voor een plotseling tekort aan werkzoekenden gezorgd. Wat de lokale Randstad-consulente deed opmerken dat er ,,geen knelpuntberoepen meer zijn. In alle sectoren zijn de geschikte werknemers schaars.''

De Vlaamse, of bij uitbreiding Belgische regering vermag weinig of niets tegen de internationale conjunctuurgolven. Maar het wegwerken van de knelpuntvacatures ligt wel in het Vlaamse beleidsdomein. De inspanningen terzake in het onderwijs, de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding zouden niet meer of minder dan het eerste hoofdstuk van de nieuwe Vlaamse beleidsverklaring moeten uitmaken.

Johan Rasking is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.