BRUSSEL - Wat zich aandiende als een bescheiden experiment in Polen, is voor KBC uitgegroeid tot het concept van een ,,tweede thuismarkt'' die op termijn de historische thuismarkt moet overvleugelen. De nog af te leggen weg is zonder meer lang en moeilijk.



DE KBC Bankverzekeringsholding heeft afgelopen week de Belgische pers een blik gegund op haar Centraal-Europese activiteiten, die belangen omvatten in landen als Polen, Tsjechië, Slovakije, Hongarije en Slovenië.

Eind april had de bankverzekeraar al hetzelfde gedaan met een groepje analisten. De reacties liepen toen uiteen van positief tot negatief.

De bank heeft er even over gepiekerd of het raadzaam was ook de deuren voor de pers te openen. ,,Het houdt altijd een risico in'', zegt een KBC-directeur. ,,Je weet wat er met een klein zinnetje kan gebeuren.'' Ondanks zware kredietverliezen in Polen en parlementaire hoorzittingen in verband met effectenfraude in Hongarije, blijkt KBC een vrij aantrekkelijk platform bij elkaar gekocht te hebben in de regio waar het KBC-plaatje, na 3,6 miljard euro investeringen, her en der nog witte vlekken vertoont.

Als er iets is wat de voorstelling van de activiteiten duidelijk maakte, is het dat de belofte die Centraal-Europa inhoudt een veelvoud is van waar de regio vandaag voor staat. Dat gaf de uitbreiding van de EU in mei al aan. De tien landen die toen toetraden tot de EU, staan slechts voor 5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van de Unie, maar voor 20 procent van de Europese bevolking.

Die kloof tussen wat is en wat komen kan, uit zich in bijzonder stevige prijskaartjes voor overnames.
Zo betaalde de Oostenrijkse Erste Bank 2,7 keer de boekwaarde voor de Hongaarse Postabank.
KBC betaalde voor het aanvankelijk meerderheidsbelang in de Tsjechische CSOB, een voormalige staatsbank, 2,3 keer de boekwaarde, ook al niet onmiddellijk een koopje.

Die hoge prijskaartjes verklaren waarom bijvoorbeeld KBC consequent zegt dat het in Centraal-Europa een rendement nastreeft van 17 procent op het eigen vermogen. Pas dan zijn de investeringen, rekening houdend met het risico en dergelijke, winstgevend.

De Centraal-Europese bankenmarkt biedt een vreemd beeld. De meeste banken zijn in handen van buitenlandse groepen die in hoog tempo westerse knowhow neerplanten, waardoor de inwoners van Centraal-Europa gesofisticeerde diensten en producten krijgen die tientallen jaren vroegen om in het Westen ontwikkeld te worden.

Gsm-bankieren, pc-bankieren, effectenrekeningen, beleggingsfondsen De ,,Centraal-Europeaan'' wordt er in hoog tempo mee om de oren geslagen.
Die hoge mate van sofisticatie heeft vele klanten overbluft. In Polen bijvoorbeeld, de minst ontwikkelde bancaire regio van de landen waar KBC actief is maar waar de westerse banken op elkaars lip zitten, betaalt één Pool op de twee zijn water- en elektriciteitsrekening nog cash.

Een doorlopende opdracht of domiciliëring wordt sowieso geschuwd: overheidsbedrijven maken te veel fouten in hun facturatie.
Op verzekeringsvlak is dat niet anders. ,,Als een Belgisch gezin vijf verzekeringen heeft, heeft de Pool er één'', zegt Gert Rammeloo, verantwoordelijk voor retailbankieren bij de Poolse Kredyt Bank. De tak niet-leven wordt in de regio vaak gedomineerd door de autoverzekering.

De westerse banken - en bij KBC is dat niet anders - stomen in hoog tempo hun Centraal-Europese dochterbanken klaar voor gesofisticeerd bankieren, en dat tempo ligt veel hoger dan de natuurlijke evolutie van de doorsnee-inwoner.

Maar net zoals er geen ,,gemiddelde Centraal-Europeaan'' bestaat, is er ook geen sprake van een doorsnee-Pool of -Hongaar. In de meeste landen is het verschil tussen de steden en het platteland groot. In Polen kan je 200 kilometer rijden zonder een bankkantoor tegen te komen, zegt Rammeloo.

Slovenië is dan weer de meest ontwikkelde en welvarende markt, maar met zijn 2 miljoen inwoners erg klein in omvang. In Polen zou 78% van de bevolking niet sparen en introduceert KBC pas dit jaar een spaarboekje.

In Tsjechië kampt de CSOB-bank dan weer met een structureel overschot aan spaardeposito's tegenover de kredietvraag.

De Centraal-Europese bankmarkt levert per saldo een eigenaardig contrast op: een nog onderontwikkelde bancaire markt als gevolg van de nog relatief bescheiden inkomens, en een weinig gesofisticeerde vraag maar anderzijds sterk concurrerende banken en afnemende marges met als gevolg nood aan herstructureringen om het rendement te verzekeren.

Eén ding biedt de banken soelaas. Mensen afdanken, kost weinig geld (met Slovenië als uitzondering) als gevolg van de doorgaans beperkte sociale bescherming die voorziet in een afdankingspremie van slechts 2 tot 3 maanden.

Dat belet niet dat het management dan weer stevig betaald wordt, wat helpt verklaren dat er in Centraal-Europa een snel groeiende groep van rijken is met wie de banken willen bankieren.

Door de toetreding tot de EU en de verwachte instap binnen drie tot vier jaar in de eurozone, convergeert het rentepeil tussen Centraal-Europa en West-Europa. In landen als Tsjechië en Slovenië levert het spaarboekje een erg lage rente op.
Hongarije is een uitzondering.

Het naar elkaar toegroeien van de rente betekent dat de rentemarges onder druk komen.
De hamvraag is of de banken erin zullen slagen om het verlies aan marge op te vangen door volumegroei.
Gert Rammeloo is alvast optimistisch. ,,De bankpenetratie stijgt gestadig. Als je uitsluitend met de markt meegroeit, verdubbel je in tien jaar tijd.''

Het snel wijzigende bankenlandschap in Centraal-Europa en de grote verschillen tussen de landen, hebben tot gevolg dat de westerse banken elk hun eigen inschatting hebben gemaakt van hoe die markt aangepakt moest worden. KBC, Erste Bank en Unicredito kochten vooral bestaande banken op en proberen er door efficiëntiewinst hun marktaandeel te beschermen of te verhogen.

Afgelopen jaar was de regio voor KBC nog verlieslatend als gevolg van de tegenslagen in Polen en in mindere mate Hongarije.
Tegen 2007 zouden de dochters, ook de problematische Kredyt Bank, de rendementsdoelstelling moeten halen.

KBC kocht vroeger vooral ,,corporate bankers'' in de regio en probeert vanuit die positie in de markt voor kmo's en particulieren door te breken. De Hongaarse K&H Bank, waarin KBC een belang van 59 procent heeft en ABN Amro 40 procent, is met een kredietportefeuille aan ondernemingskredieten van 3,5 miljard euro de grootste bedrijvenbank van KBC in de regio. ,,Dat is slechts 3,5 procent van de 100 miljard euro bedrijfskredieten van KBC'', zegt Willy Duron, de voorzitter van de KBC Bankverzekeringsholding om de beperkte omvang van de Centraal-Europese cijfers te illustreren.

Duron kent Hongarije goed, want hij deed in 1991 vanuit verzekeraar ABB de eerste stappen op de Hongaarse verzekeringsmarkt met de oprichting van schadebedrijf Argosz.

K&H is in Hongarije nipt de grootste bedrijvenbank met een marktaandeel van 13,9 procent. De concurrentie is er hevig. ,,Ik ken een Vlaamse kmo die hier in euro goedkoper leent dan in België'', zegt Béla Sándor, sinds drie weken verantwoordelijk voor de divisie bedrijfsbankieren.

Hij nam de taak over van CEO Tibor Retjö die in het zog van de effectenfraude bij K&H Equities (die KBC 33 miljoen euro kostte) moest vertrekken. Retjö werd aan de top van K&H Bank vervangen door de Brit John Hollows, de Azië-kenner van KBC.

De fraude bij de effectendochter (toen nog een 50-50-bedrijf van ABN Amro en KBC) lijkt de overige activiteiten van K&H niet aangetast te hebben, zij het dat de affaire momenteel weer voluit in de Hongaarse pers opduikt als gevolg van het gerechtelijk onderzoek en de betrokkenheid van politici.

De effectenfraude heeft het rendement op het eigen vermogen gedrukt tot 8,9 procent (16,8 procent zonder effectenprovisie) maar K&H wil zo snel mogelijk de 20%-drempel halen en de status van rendabelste Centraal-Europese afdeling van ,,de bank van hier'' bevestigen. In het eerste kwartaal lag het rendement op 26,2 procent als gevolg van terugname van provisies.

Tweederde van de winst van K&H komt uit het bedrijvensegment. De ambitie is om op termijn de helft van de winst uit retailbankieren te halen, wat betekent dat K&H voor de uitdaging staat in dat segment te knabbelen aan de dominante marktpositie van OTP, een voormalige staatsbank.

Een andere uitdaging is de verhouding kosten-inkomen te reduceren van 71% naar 64% in drie jaar.
In de Hongaarse verzekeringsmarkt heeft KBC vooral in het segment leven een zeer bescheiden marktpositie van minder dan 2%. De hele Hongaarse markt staat voor een premie-inkomen van 800 miljoen euro, daar waar KBC Verzekeringen in Vlaanderen een premie-inkomen van 2 miljard euro optekent en er niet eens marktleider is.

KBC zal in Hongarije schadeverzekeraar Argosz fuseren met K&H Life en de naam veranderen in K&H. Argosz heeft een marktaandeel van 4% maar in het autosegment is dat 10%. Argosz is de enige in Hongarije die met een exclusief agentennet werkt. De Hongaarse verzekeringsactiviteiten zouden KBC dit jaar 5 miljoen euro winst moeten opleveren.

In Slovenië heeft KBC een belang van 34% in de NLB Bank, de grootste Sloveense bank. KBC kon er in de levensverzekeringsmarkt in één jaar met NLB Vita (50% KBC) een marktaandeel van 4% halen.

Dat zou de komende twee jaar moeten verdubbelen. Triglav en Maribor zijn er de dominante verzekeraars. KBC heeft een afspraak dat het tot eind 2006 zijn deelneming in de NLB Bank niet mag verhogen.

In november zijn er verkiezingen in Slovenië en de hamvraag is of de volgende regering zal toestaan dat een buitenlandse bank de controle verwerft over de grootste Sloveense bank.

Tsjechië is het land waar KBC tot nu toe het meest heeft geïnvesteerd (1,7 miljard euro tegenover 1,07 miljard voor Polen). CSOB (90% KBC) is er gemeten naar bankactiva de nummer één maar is vooral een bedrijvenbank. CSOB is ook in Slovakije actief waar het slechts 5% van de markt heeft.

De uitdaging is om in het segment van particulieren en kmo's marktaandeel te winnen waar de Tsjechische KB (Société Générale) sterk staat. Als voormalige overheidsbank is meer servicegerichtheid en een betere verhouding kosten-inkomen een andere doelstelling. Afgelopen jaar boekte CSOB een nettogroepswinst van 143 miljoen euro.

Polen is voor KBC in het banksegment tot nu toe een verhaal van miserie als gevolg van een ontspoorde kredietverlening. Kredyt Bank wordt er in snel tempo heropgebouwd maar kan nooit op eigen kracht het beoogde marktaandeel van 10% halen. Kredyt Bank rekent bij de heropbouw op de steun van verzekeraar Warta, waarin KBC begin dit jaar zijn belang verhoogde tot 75,13%. Warta staat sterk in het bedrijvensegment en is de nummer twee in niet-leven na de dominante speler PZU. Ook hier bestaat de uitdaging erin meer zaken te doen met particulieren.

Warta is in tegenstelling tot Kredyt Bank winstgevend met een rendement op het eigen vermogen van 10%. Dat zou in 2005 17% moeten worden. In het segment leven staat Warta zwak. Warta kende voor de intrede van KBC in een periode van 10 jaar zeven verschillende CEO's en bleef winst boeken. ,,Een bewijs dat het een stevige maatschappij is'', zegt een directeur.