WEER veel zure reacties gehoord en gelezen op de passage van de Olympische vlam door ons land. ,,Gebakken lucht'', ,,zever in pakskes'', ,,een commercieel non-event, waar alleen de sponsors baat bij hebben.'' Soms lijkt het alsof de zo verwenste verzuring in ons land veel meer de intellectuelen en maatschappijcritici treft dan de gewone bevolking. Wat is er mis met het verspreiden van de Olympische boodschap van vrede en solidariteit? Waarom zouden we met ons allen, wereldwijd, niet één keer om de vier jaar mogen uitkijken naar het mooiste en oudste van alle sportfeesten?

Zo ging het in de Oudheid ook al. Koeriers werden uitgestuurd naar alle uithoeken van het Griekse, later het Romeinse Rijk. Overal in de toen bekende wereld verheugden mensen zich op de Olympische Spelen en vierden ze hun sporthelden. De meest welgestelden bereidden zich voor op een reis naar Olympia, om het feest zelf bij te wonen. Toegegeven, de traditie van de Olympische vlam bestond nog niet, maar de idee van de verbondenheid tussen de volkeren leefde al volop. Tijdens de Spelen werd zelfs een algehele wapenstilstand afgekondigd, en daar hielden de legers zich ook aan. Zo belangrijk was sport ook toen al, en behoort dat antieke gedachtegoed niet tot de kennis die we willen doorgeven aan onze kinderen?

Ook vandaag pleit het Grieks Olympisch Comité voor een internationaal staakt-het-vuren dat twee weken zou duren, een vraag die door tal van staatsleiders en prominenten gesteund wordt, maar dat gegeven neemt de pers al helemaal niet serieus. Net zomin als ze zich goed informeren over de Olympische tradities. De fakkelestaffette werd niet bedacht door de nazi's die de Olympische Spelen in Berlijn (1936) organiseerden, zoals her en der te lezen stond, maar door baron Pierre de Coubertin, de vader van de moderne Olympische Spelen. Toevallig werd het ritueel voor het eerst opgevoerd in '36, maar om het dan meteen maar een fascistische uitvinding te noemen?

Ook de berichtgeving over de sponsoring van de Olympische Spelen getuigt van weinig historisch bewustzijn. Om te beginnen zou er zonder sponsors en de bijhorende tv-rechten allang geen sprake meer zijn van de Olympische Spelen. Ere wie ere toekomt: Coca-Cola was al in 1928 (Amsterdam) van de partij en heeft de Olympische beweging sindsdien nooit meer in de steek gelaten. De enige toegeving zijn wellicht de Spelen in Atlanta geweest (1996), het hoofdkwartier van Coca-Cola, maar hebben de wedstrijden daar toen op enige manier onder geleden?

Ook de antieke Olympische Spelen werden overigens zwaar gesponsord, met name de atleten. Rijke burgers en politici voorzagen in het levensonderhoud van hun favorieten, verleenden hun alle mogelijke trainingsfaciliteiten en richtten er zelfs monumenten voor op. Ik heb onlangs nog zo'n zuil zien staan, in het hartje van de Plaka, de oude Atheense binnenstad. Het verhaal van die zuil plaatst de zogenaamde commercialisering van de Olympische Spelen toch in een iets breder perspectief.

En dan gaat een aanzienlijk deel van al dat sponsorgeld van Coca-Cola ook nog eens naar het goede doel. In Griekenland is dat een milieuorganisatie, in België de lokale buurtsportprojecten van Coca-Cola Cares, een organisatie die het bedrijf zelf heeft opgericht om activiteiten in de sociale sector te coördineren. Mission Olympic steunt tal van lokale initiatieven in heel het land maar brengt tegelijk ook heel veel mensen samen. Ten voordele van de elf door Coca-Cola Cares gesteunde buurtsportprojecten werd in maart al een Vijfurenloop georganiseerd. Mensen die zich de afgelopen jaren onderscheiden hebben door hun inzet voor de gemeenschap en het verspreiden van de Olympische boodschap kregen te horen dat ze in juni zouden mogen deelnemen aan de Olympic Torch Relay. Niet alleen de medaillewinnaars uit het verleden verdienden in Brussel en Antwerpen de toejuichingen van het publiek.

Je kunt daar allemaal heel cynisch over doen. Je kunt die hele symboliek afdoen als kinderachtig en lachwekkend. Je kunt je denigrerend uitlaten over de mensen die naar die vlam zijn gaan kijken. Maar zouden we de kracht van dat vuur niet onderschatten? Als we dan toch allemaal op zoek zijn naar nieuwe vormen van zingeving, als we dan toch niet meer willen luisteren naar God of andere superieure wezens, als we dan toch smachten naar het stamgevoel van weleer, naar het verlangen om ergens bij te horen en zo de dreigende verzuring tegen te gaan, waarom zouden we dan niet samen dat Olympische vuur brandend houden, sportlui, politici, sponsors, boeren, burgers en buitenlui?

En ik had me nog zo voorgenomen om niet pathetisch te worden.

Deze rubriek verschijnt om de twee weken op woensdag