Hefboomfondsen ontstonden als een vorm van risicobeperking. De implosie van het LTCM toonde een ander facet.

De sector van hefboomfondsen doet er alles aan om de buitenwacht ervan te overtuigen dat veel van de vooroordelen tegenover hedge funds gebaseerd zijn op mythes. De jongste jaren nam de belangstelling voor het fenomeen exponentieel toe, alhoewel het fenomeen als sinds 1949 bestaat. Het was de Amerikaanse socioloog en financieel journalist A.W. Jones die het eerste fonds oprichtte en zich liet opmerken door een ,,long short''-strategie : speculeren op respectievelijk ondergewaardeerde en overgewaardeerde aandelen.

De hefboomfondsen kunnen ruwweg in twee grote groepen ingedeeld worden: arbitragestrategieën, met al bij al beperkte risico's, en de meer risicovollere strategieën gebaseerd op trends.

Een bekende trend is de global macro . De beheerder van zo'n fonds zoekt naar inefficiënties tussen markten, regio's of activaklassen. Een van de bekendste fondsen destijds was het Quantum-fonds van George Soros dat met succes tegen het Brits pond speculeerde. Maar macro-fondsen hebben de jongste jaren veel aan belang ingeboet.

De long short-fondsen vormen in Europa de grootste categorie. ,,Long'' betekent dat gespeculeerd wordt op een stijgende beurskoers terwijl dit bij short precies omgekeerd is. Meestal is de nettopositie ,,net long'' omdat de langere trend in aandelen eerder stijgend is. Maar Telenet kreeg bijvoorbeeld te maken met hefboomfondsen die speculeerden op een koersdaling en massaal ,,short'' waren gegaan.

Fondsen die op imperfecties spelen, verdienen minder geld naarmate hun voorbeeld meer gekopieerd wordt en naarmate de omvang van de fondsen toeneemt. In november verdienden de ,,event driven fondsen'' 1,63%. In de periode januari eind oktober was dat 3,27%. Dat rendement loopt vrij parallel met de 3,1% opbrengst op Nasdaq sinds het jaarbegin.

(pdd)