Hefboomfondsen omstreden machtsfactor op de beurs
Hefboomfondsen zouden 30% van Telindus bezitten en zijn daarmee de echte grootaandeelhouders. Foto: © Pieter-Jan Vanstockstraeten
Ze bestaan al tientallen jaren en toch is nog altijd weinig over hen geweten. Geen enkel ander Belgisch beursgenoteerd bedrijf als Telindus kreeg er recentelijk zo nadrukkelijk mee te maken. Wie zijn toch die mysterieuze ,,hefboomfondsen''?

MELLON, Tisbury en Trident. Die drie fondsen zijn onlangs ,,uit het niets'' boven water gekomen als aandeelhouders van Telindus. Hun gezamenlijk belang in de netwerkintegrator bedraagt goed 12%. Ze opereren vanuit mooie gebieden zoals de Kaaimaneilanden, die vooral bekend zijn om hun milde regelgeving. Typisch voor hefboomfondsen is dat het om licht gestructureerde partnerships gaat die massaal geld ophalen bij vermogende personen en institutionele beleggers.

Bij Telindus zouden zich meer dan een dozijn ,,hedge funds'' op het bedrijf gestort hebben. Zo'n fonds moet zich in het geval van Telindus bekendmaken als het 3 procent van de aandelen verwerft. Hun gezamenlijk belang wordt op ongeveer 30% geschat. Daarmee hebben ze dubbel zoveel aandelen in handen als de 14,49% van de familie Cordier. Zelfs met de medestanders erbij, zijn de hefboomfondsen nog altijd belangrijker dan de ,,referentieaandeelhouder''.

In geen enkel ander beursgenoteerd bedrijf in België, zijn ze zo expliciet aanwezig, wat niet belet dat ook bedrijven als Agfa, Spector en Telenet er mee te maken hebben. Bij Telindus waren het vooral ,,overname-arbitragefondsen'' die uit het niets neerstreken en vanuit hun - in een mum van tijd opgebouwd - aandelenbelang mee de overnameprijs van de netwerkintegrator dicteerden.

Hefboomfondsen zijn steeds nadrukkelijker in staat om de strategie van bedrijven te beïnvloeden ondanks hun soms zeer onschuldige namen. Eerder dit jaar bijvoorbeeld nam de Children's Investment Trust het voortouw in het verzet tegen de top van de Duitse beurs. Deutsche Börse werd verplichten af te zien van zijn bod op de Londense beurs en de overtollige cash uit te keren via inkoop van eigen aandelen.

Volgens de hedge fund association zijn ze vandaag naar schatting met 8.350 en beheren ze meer dan 1.000 miljard dollar. Zakenbankiers zoeken hen steeds vaker op, want ze vormen een bron van lucratieve commissies. Dat zou goed zijn voor 25 miljard euro op jaarbasis. Sommige zakenbanken verdienen tegenwoordig meer via hun relaties met hedge funds dan door hun klassieke adviesactiviteiten. Goldman Sachs wordt geregeld in dat verband genoemd.

De fondsen zijn moeilijk onder één noemer te vatten. Ze spelen zowel in op speciale situaties, op macro-economische verschillen, bedrijfsleningen en bepaalde trends in de markt.

Hefboomfondsen komen en gaan: ongeveer 40% van de fondsen is vijf jaar later alweer geliquideerd. Honderd twintig fondsen zouden goed zijn voor de helft van het beheerd vermogen. Hoe beter een fonds, hoe meer en hoe sneller het kapitaal aantrekt. Dat geld zuigt op zijn beurt weer de allerbeste portefeuillebeheerders aan, die op zoek zijn naar een baan waar ze veel vrijheid én loon hebben.

Omdat ze zoveel geld te beleggen hebben, zijn ze ook een belangrijke partij geworden bij beursintroducties of kapitaalverhogingen. Vaak laten ze daarbij hun ware gezicht niet zien. Ze wekken de indruk dat ze er zijn voor de lange termijn, met als doel een aardig aandelenpakket te verwerven, maar in vele gevallen gooien ze de aandelen vervolgens snel buiten en ,,gaan ze short'' - speculeren ze op koersdalingen. De kunst bestaat erin om dat te doen zonder relaties op te blazen.

Als gevolg van de macht die de fondsen hebben, wordt de roep om meer transparantie en controle steeds nadrukkelijker. Sommigen argumenteren dat naarmate meer institutionelen in hefboomfondsen investeren, de controle wel zal verbeteren.

Dat klinkt niet overtuigend. Heel wat investeerders beleggen in hefboomfondsen via zogenaamd ,,funds of funds'' of dakfondsen. Typisch voor dossiers waar verschillende klinkende namen instappen, is dat de neiging bestaat dat het goed zit, dat er vertrouwd kan worden op het huiswerk van de buurman. Maar vaak blijkt dat die ,,buurman'' precies dezelfde redenering volgt en dan loopt het pas goed fout.