WASHINGTON - De Amerikaanse bombardementen tijdens de oorlog in Irak hebben in het voorjaar van 2003 heel veel burgerslachtoffers geëist. Dat blijkt uit berichten van de Amerikaanse inlichtingendiensten die de New York Times kon inkijken.

De 50 luchtaanvallen die de Verenigde Staten met de zogenaamde precisiebommen uitvoerden op vermoedelijke hoge vertegenwoordigers van het voormalige regime van Saddam Hoessein waren een 'fiasco', schrijft de krant op gezag van de bronnen binnen de Amerikaanse inlichtingen- en militaire diensten.

Heel wat luchtaanvallen van het Amerikaanse leger tijdens de eerste dagen van de oorlog in Irak, die op 19 maart 2003 begon, werden tot nu toe verzwegen, aldus de New York Times. Doelwitten van de aanvallen waren naast Saddam Hoessein en zijn zonen Udai en Kusai minstens 13 Iraakse politici en militairen.

Mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch heeft volgens de krant na analyse van vier Amerikaanse precisiebombardementen vastgesteld dat tientallen burgers daarbij om het leven kwamen. De VS zou niet voldoende voorzorgsmaatregelen genomen hebben om verkeerde worpen te vermijden.