BRUSSEL Een relatief kalme week met een matig volume emissies en weinig belangstelling van de beleggers. Wat kan dat anders betekenen dan dat de rente nog verder is gedaald? Er was dan ook alle reden voor, zowel in de Verenigde Staten als in Europa.

Einde vorige week werd al uitgekeken naar de bijeenkomst van de Groep van Zeven. De rijkste industrielanden vergaderden in Boca Raton, een kuststad in de Amerikaanse staat Florida. Zij hadden het onder meer over de dollar, en vooral daarvoor hadden de beleggers belangstelling.

Op hun vorige bijeenkomst, in september vorig jaar in Dubai, zegden de G7-deelnemers nog dat vrije en ,,flexibele'' wisselkoersen de voorkeur verdienen boven ingrijpen van hogerhand. Een ongelukkige verklaring, zoveel is duidelijk, want iedereen interpreteerde dat als een vrijgeleide voor de Amerikanen om de dollar verder te laten verzwakken.

De G7-landen probeerden het deze keer met voorzichtiger bewoordingen, maar hun boodschap aan de markt bleef in essentie dezelfde. In een gezamenlijke mededeling werd opnieuw opgeroepen tot ,,meer flexibele wisselkoersen'' voor landen of regio's die ,,dergelijke flexibiliteit ontberen''.

Maar ze voegden een nieuwe element toe door te verklaren dat ,,excessieve volatiliteit en wanordelijke bewegingen'' op de wisselmarkt ,,niet wenselijk zijn voor de economische groei''. Die passage kwam er duidelijk op vraag van de Europese deelnemers in de hoop de sterke daling van de dollar als ongewenst te brandmerken.

Veel bleek dat achteraf bekeken niet uit te halen. De euro begon de week net boven 1,27 dollar, en verzwakte maandag en dinsdag maar marginaal. Woensdag was heel andere koek, maar daar had de G7 niets meer mee te maken. De heer Alan Greenspan was op het toneel verschenen. En het is al langer bekend dat de woorden van deze centrale bankier een pak zwaarder wegen dan die van alle staats- en regeringsleden van de G7 samen.

Opmerkelijk was wel dat de obligatiekoeren wat verzwakten, net voor hij zijn toespraak tot het Amerikaanse congres begon. De markt anticipeerde erop dat Greenspan de volksvertegenwoordigers een fraai beeld zou schetsen van de Amerikaanse economie, maar er meteen zou bijvertellen dat de rente niet lang meer op het huidige recordlage niveau kan worden gehandhaafd.

Maar neen hoor. De voorzitter gaf niet alleen te kennen dat de economie nog sterker dan verwacht zal groeien, maar dat de inflatie nog minder een probleem is dan enkele maanden geleden en dat hij en zijn collega's nog een verdere daling verwachten. Geen enkele reden dus om de rente op korte termijn de verhogen.

De koersen schoten meteen weer omhoog en ze zijn sindsdien nog blijven oplopen. De rente daalde als gevolg daarvan tot 4,05 procent in de VS en tot 4,1 procent in Europa. Begin deze week was dat nog respectievelijk 4,12 en 4,14 procent.

Een en ander bleef niet zonder gevolgen op de emissiemarkt. Het vooruitzicht dat de rente nog een tijdje erg laag kan blijven, lokte wel opnieuw beleggers, maar enkel als ze een behoorlijke risicopremie kunnen opstrijken. Bank of America was typisch zo'n lening. Met een premie van 0,55 procentpunt boven de Duitse overheidsrente, kon zij het bedrag waarop gemikt werd zelfs verhogen van 1 tot 1,25 miljard euro. Er was vraag naar bijna 3 miljard euro en dat deed de premie al wat teruglopen tot 0,52.

Anderzijds was er totaal geen belangstelling voor topdebiteurs die niet bereid zijn een flinke premie te betalen. Bank Nederlandse Gemeenten bijvoorbeeld. Met een premie van 0,14 procentpunt slaagde de bank er voorlopig niet in meer dan 1 miljard euro te plaatsen. Het resterende half miljard is nog beschikbaar in de kluizen van de banken.

Minder dan 3 procent rendement op een looptijd van vier jaar, met daaraan gekoppeld het vooruitzicht dat de koers binnen het jaar allicht toch zal beginnen oplopen en zo de liquiditeit van het papier onderuit halen, is niet echt iets waar de beleggers wild van worden.

(lc)