Geen boerenjaar voor de landbouw
Vooral de hevige regenval in augustus heeft de oogst erg bemoeilijkt. Foto: © BELGA
De landbouwsector stevent af op het grootste rampjaar sinds 1976. De Boerenbond raamt de schade op 187 miljoen euro.

DE zomer van 1976 is in landbouwkringen een begrip. Door extreme droogte derfde de sector toen miljarden Belgische franken aan inkomsten. Het ziet er naar uit dat de schade dertig jaar later in dezelfde orde valt. Voorlopige ramingen wijzen uit dat de landbouwers er door de droogte in juli en de vochtigheid in augustus zo'n 187 miljoen euro bij inschieten.

Het is een voorlopig cijfer, benadrukt woordvoerster Anne-Marie Vangeenberghe van de Boerenbond. Want voor sommige teelten moet de oogst nog worden binnengehaald en moet de prijsvorming nog plaatsvinden. Maar dat de geoogste hoeveelheden voor veel teelten mager uitvallen, staat nu al vast.

,,Je kan het zelf zien als je langs een maïsveld rijdt'', zegt Vangeenberghe. ,,Vaak zijn de planten heel klein en hebben de kolven zich nauwelijks gevormd. Ook de situatie voor de tarwe is al goed in te schatten. In juli was de oogst klein, maar kwalitatief goed. Maar de rest is niet afgereden, en de kwaliteit ervan is niet goed genoeg om er bloem voor brood van te maken. De tarwe kan hoogstens voor veevoeder dienen.''

Het is vooral de combinatie van droogte en vochtigheid die de boeren parten speelt. ,,Aan droogte kan je nog iets doen, bijvoorbeeld door te sproeien'', zegt Vangeenberghe. ,,Sommige percelen hebben daardoor minder schade opgelopen dan andere. Maar de vochtigheid en extreme regen hebben de oogst heel erg bemoeilijkt.''

Enkele teelten hebben geen last gehad van het weer. Het ziet er naar uit dat de fruitoogst erg gunstig zal uitvallen, ondanks de hagelbuien die hier en daar schade hebben aangericht. Ook de teelten onder glas verlopen normaal, en de suikerbietenoogst zou in november kunnen meevallen. Maar maïstelers zouden er dit jaar zo'n 36 miljoen euro bij inschieten, tarweboeren ongeveer 17 miljoen euro en aardappeltelers om en bij de 24 miljoen euro. Vangeenberghe voegt eraan toe dat de schade nog kan meevallen als de prijzen hoog uitvallen. ,,De schadebepaling hangt af van drie factoren: de hoeveelheid, de kwaliteit en de prijs. We hebben nu informatie over de hoeveelheid. Maar als de kwaliteit meevalt en de prijzen hoog zijn, valt de schade misschien minder dramatisch uit dan het zich nu laat aanzien.''

Toch heeft de Boerenbond alle burgemeesters van België aangeschreven met de vraag om de gemeentelijke schadecommissies samen te roepen. De wet bepaalt dat dergelijke commissies de situatie op de akkers de visu in ogenschouw nemen en er een proces-verbaal over opstellen. Dat gebeurt perceel per perceel. Het aldus samengestelde en ondertekende dossier wordt doorgestuurd naar de provinciegouverneur, die het weer doorstuurt naar de minister van Landbouw. Die stelt op basis van de geïnventariseerde gegevens een nota op voor de ministerraad.

Over de erkenning als ramp wordt beslist op basis van drie criteria. Er moet sprake zijn van een uitzonderlijk weerkundig verschijnsel, het verschijnsel mag zich niet vaker dan een keer in de twintig jaar voordoen en de schade moet hoger zijn dan 1,24 miljoen euro. De Boerenbond houdt er rekening mee dat de vergoeding, die het gevolg is van de erkenning als ramp, voor sommige boeren te laat zou kunnen komen. ,,Als de inkomsten tegenvallen en de boer niet genoeg middelen heeft om zaaizaad te kopen, kan hij op het failliet afstevenen.'' Daarom pleit de organisatie ervoor dat de overheid vermindering of uitstel van de sociale bijdragen en belastingen toekent aan de getroffen boeren. Het is voor het eerst dat de Boerenbond die vraag stelt. Aan de Vlaamse overheid wordt voorgesteld om uitstel toe te staan in het aflossen van de leningen van het Vlaams Landbouwinvesteringsfonds (VLIF).