2004 was op economisch vlak dan misschien geen grand cru, zoals 2000, maar het mocht er toch best wezen. Economisten schatten dat we dit jaar uitkomen op een groei van 2,7 procent. Dat is een stuk beter dan onze buurlanden. Maar hoe komt het dan dat veel Belgen toch het gevoel hebben dat het ons economisch niet echt voor de wind gaat?

OOK in tijden van economische crisis moeten winkels zich aan de wetgeving op de koopjes houden, liet een zelfstandigenorganisatie vorige week weten, toen bleek dat er alweer ,,fluisterkoopjes'' circuleerden. En gisteren nog werd duidelijk dat ,,de moeilijke economische toestand'' verhindert dat bedrijven mensen aanwerven.

Economische crisis? Moeilijke economische toestand? Het beeld dat onze economie het niet echt goed doet, leeft duidelijk. Dat blijkt ook uit de maandelijkse barometers over het vertrouwen van ondernemers en consumenten in de economie. Zowel de index van het consumentenvertrouwen als de conjunctuurbarometer, die het vertrouwen van de ondernemers in de ontwikkeling van de economie meet, staan in het rood. Zowel bij de ondernemers als bij de consumenten is dus een meerderheid van de ondervraagden pessimistisch gestemd over de economie.

Toch staat die perceptie staat haaks op de conjunctuurcijfers. Want hoewel we dit jaar geen uitzonderlijk hoge groei haalden - zoals in 2000, toen de Belgische economie groeide met 3,9 procent - is 2004 zeker een heel behoorlijk jaar geweest.

De meeste economisten gaan ervan uit dat het bruto binnenlands product - de som van alle goederen en diensten die we met z'n allen produceren in een jaar tijd - in 2004 gegroeid is met ongeveer 2,7 procent. België doet het daarmee, voor het derde jaar op rij al, een pak beter dan onze buurlanden Frankrijk, Duitsland en Nederland. Tussen 2001 en september 2004 groeide het Belgische bbp met 6,1 procent, zo berekende Edwin De Boeck, de hoofdeconoom van KBC, onlangs nog. Frankrijk, Duitsland en Nederland haalden op die tijd gemiddeld maar een groei van 2,4 procent.

Hoewel België een typisch uitvoerland is, werd de groei dit jaar vooral gedreven door de toename van de consumentenbestedingen. De Belgen spaarden minder en gaven meer uit. Dat laatste is zeker mee te danken aan het feit dat, in het kader van de fiscale amnestie en in de aanloop naar de nieuwe Europese spaarfiscaliteit, een stroom 'zwart' geld terugkwam uit het buitenland. Een deel van dat geld werd uitgegeven. Daarnaast nam, dankzij de belastingverlaging, ook het beschikbaar inkomen van de gezinnen lichtjes toe. Met ongeveer één procent in de periode 2002-2004, ramen economisten. Dat is een bescheiden toename: het volle effect van de belastinghervorming zal immers pas spelen vanaf eind 2006, begin 2007.

Waarom hebben veel mensen dan toch niet het gevoel dat het hén economisch goed gaat?

Dé economische groei is natuurlijk een zeer abstract en theoretisch gegeven. Economie in de praktijk, dat is ons dagelijks leven: onze baan, ons loon, de belastingen die we betalen, het ticket aan de kassa van de supermarkt, de rekening aan de benzinepomp, wat er binnenkomt en wat er buitengaat. En in de praktijk heerst er veel onzekerheid en angst.

Veel mensen zijn bang voor hun job. De werkloosheid blijft stijgen. Eind november waren er in ons land bijna 600.000 werklozen, 8,6 procent meer dan een jaar eerder. En de stijging van de werkloosheid neemt nog toe. Met de regelmaat van een klok lees je berichten over de sluiting van bedrijven of bedrijfsonderdelen, over faillissementen, over de verplaatsing van activiteiten - en dus ook banen - naar lagelonenlanden.

De behoorlijke economische groei is met andere woorden (nog) niet zichtbaar op de arbeidsmarkt. Er zouden dit jaar weliswaar, net als vorig jaar, zo'n 15.000 banen bijgekomen zijn, maar dat is lang niet genoeg om de stijging van de werkloosheid een halt toe te roepen.

Maar ook wie niet onmiddellijk vreest voor zijn job, maakt zich allicht weinig illusies over de toename van zijn inkomen de komende jaren. De bitse discussies tussen werkgevers en vakbonden in het kader van het nationale loonoverleg zijn in dat verband veelzeggend. Als het van de werkgevers afhangt, mogen de werknemers al blij zijn als ze de komende jaren hun koopkracht kunnen behouden. Loonsverhogingen boven de inflatie zijn voor de werkgevers onbespreekbaar, terwijl anderzijds langer werken voor hetzelfde loon wél een thema is dat sommigen van hen maar al te graag op de tafel zouden gooien.

De loonmatiging die de werkgevers van hun werknemers eisen, zou gecompenseerd moeten worden door de toename van het besteedbaar inkomen dankzij de hervorming van de personenbelasting. Maar het effect daarvan laat, zoals al gezegd, nog wel even op zich wachten. Inmiddels dreigt de verlichting van de belastingfactuur die we aan de federale overheid moeten betalen, aangetast te worden door allerlei andere heffingen, taksen en lasten. En de jongste maanden moesten we bovendien veel dieper in onze portemonnee tasten om onze stookolie- of autobrandstoftank te laten vullen.

Ten slotte brengt ook de toekomst op langere termijn veel onzekerheid met zich mee: problemen zoals de kosten van de vergrijzing en de toekomst van het pensioenstelsel en de gezondheidszorg staan niet alleen op de politieke agenda, ze leveren ook stof voor discussies aan de kersttafel en de cafétoog. De overtuiging dat ,,wij geen pensioen meer gaan krijgen'' wordt stilaan gemeengoed in kringen van dertigers en veertigers.

Betekent al die somberheid nu dat het inderdaad niet zo goed gaat met onze economie? Neen. Het gaat wel degelijk behoorlijk goed. En als de overheid er nu nog in slaagt om een deel van de angst en de onzekerheid weg te nemen waarmee veel van haar burgers worstelen, zullen die burgers daar misschien ook echt van overtuigd raken.

Karin De Ruyter leidt de economieredactie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.