De stijgende olieprijs, een krimpende veestapel en een onzekere conjunctuur speelden Tessenderlo vorig jaar parten.

Tessenderlo Chemie zag zijn nettowinst vorig jaar met maar liefst 34,4 procent afnemen tot 35,1 miljoen euro. En dat ondanks een omzettoename van 4,2 procent. Er zat heel wat tegen. Om te beginnen de prijzen van de grondstoffen - met name olie - die fors de hoogte in schoten. Tessenderlo kon die stijgingen niet volledig doorrekenen aan zijn klanten, met margeverlies als onvermijdelijk gevolg. Ook de hogere elektriciteitsprijs drukte op de marge. Chemie is een zeer energie-intensieve industrie.

Voorts had de afbouw van de Europese veestapel een negatief effect op de verkoop van veevoederingrediënten zoals fosfaten. De omzet van deze activiteit daalde met 6 procent. Een dochterbedrijf als het Franse Caillaud, dat oneetbare bijproducten uit slachthuizen verwerkt, zag zich dan weer geconfronteerd met een beperking van de overheidssubsidie. En de slechte toestand in de bouw in Groot-Brittannië en Oost-Europa speelde de afdeling bouwmaterialen parten.

Ondanks de dalende winst - ook operationeel verdiende Tessenderlo ruim een kwart minder - bleef het dividend wel op peil: net als vorig jaar wordt er 90 cent uitbetaald.

Daarmee geeft het bedrijf aan dat de winst dit jaar weer zal herstellen. Dat zou vooral moeten gebeuren door een kostenbesparingsprogramma van 30 miljoen euro.

Het besparingsprogramma zal weliswaar vooral volgend jaar zijn vruchten afwerpen.

(rmg)