PORTEFEUILLE. Als het spaarboekje ,,overloopt''
De koersen op de beurs stijgen heus niet altijd. Foto: © reuters
Voor het eerst staat er in dit land meer dan 150 miljard euro op spaarboekjes. Dat is ruim de helft van de waarde van alle goederen en diensten die we met z'n allen in een jaar produceren, en ongeveer een derde van alle bankdeposito's. Het is bovendien nauwelijks minder dan het totale bedrag dat in dit land aan beleggingsfondsen werd toevertrouwd. Is de Belg dan echt zo risicoschuw geworden? En waarom kiest hij dan in 's hemelsnaam voor het spaarboekje?

NOGAL wat beleggers weten de jongste jaren geen blijf meer met hun gevoelens rond de effectenbeurs. En we kunnen ze best begrijpen. Zeker als ze pas helemaal op het einde van de jaren negentig de stap naar aandelen hebben gedaan en zich daarbij hebben laten verleiden door technologie- en telecomaandelen.

En dan zwijgen we nog over de beleggers die op een bepaald ogenblik dachten dat het ergste wel achter de rug was. Wat waren obligaties en kasbons toch een veilige belegging. En wat konden we ons koesteren aan het oude, vertrouwde spaarboekje. Maar parallel met de aandelenkoersen zijn ook de rentetarieven de jongste drie jaar omlaag gegaan, zodat alternatieven voor aandelen ook al niet meer voor het rapen liggen. Wat kan je beleggers in deze barre tijden nog aanraden?

De meest fenomenale beurshausse aller tijden, waarbij haast elke belegger zich de koning te rijk voelde, is ondanks de opleving van het jongste anderhalf jaar nog maar een verre herinnering. Daar zijn zowat alle analisten het over eens. De grootste winnaars van 1999 zijn in 2000 de grootste verliezers geworden, net als in 2001, 2002... Een langgerokken krach is het geworden, met per saldo uiterst indrukwekkende verliezen.

Beleggers die de neergang wilden uitzweten, met in het achterhoofd het adagio dat de beurs er is voor de lange termijn, waren in de lente van 2003, toen het tij eindelijk begon te keren, vaak al de helft van hun vermogen kwijt. Nergens waren ze nog veilig. Zelfs topnamen gingen voor de bijl of bleken zich bediend te hebben van duistere machinaties om hun boekhouding op te poetsen. Enron, Ahold, Tyco... de lijst is lang.

De ene na de andere belegger haakte af en vertrouwde zijn vermogen, al dan niet tijdelijk, toe aan vastrentende waarden. In veel gevallen waren dat obligatie- of cashfondsen die de jongste jaren inderdaad mooie prestaties konden neerzetten. Jaarrendementen van zes, acht tot zelfs tien procent waren meer de regel dan de uitzondering.

Maar die rendementen waren vooral het gevolg van de grote vraag naar dit soort beleggingen, waardoor de prijs van het vastrentend papier steeg. Einde 2003 raadden zowat alle analisten daarom weer aandelen aan, of toch zeker geen obligaties, want de rente zou weer gaan klimmen.

Zij vergisten zich collectief. En nog geen klein beetje ook. De betere obligatiefondsen haalden afgelopen jaar rendementen tussen 6 en 7 procent, sommige zelfs nog iets meer. Akkoord, aandelen deden nog een pak beter, maar enkel als je de juiste eruit pikte. Wie dacht dat farma een veilige belegging is omdat de bevolking voortdurend ouder wordt, werd pijnlijk verrast door de opkomst van de generische middelen. Technologiewaarden kwamen ook niet echt los van hun bodem

De Brusselse beurs, daar moest je zijn. Dertig procent winst, gemiddeld. Maar dat had niemand voorspeld.

Aandelen blijven een hoogst onzekere aangelegenheid, en zelfs de analisten kunnen niet de minste zekerheid geven dat daar de komende maanden of zelfs jaren verandering in komt.

Daarom is het spaarboekje voor vele kleinere spaarders de jongste jaren een toeverlaat geweest. Maar beginnen de bedragen op dat boekje niet wat hoog op te lopen? Honderdvijftig miljard euro

Negen Belgen op tien kiezen niet alleen voor een spaarboekje, maar ook voor een grote bank. Ze kiezen dus voor een basisrente van anderhalf procent, waar in het beste geval nog een premie bijkomt van een half procent. Minder dan de inflatie. Hun koopkracht ging er het afgelopen jaar op achteruit.

Eén op de tien kiest voor een hoogrentend spaarboekje. Gemiddeld haalden zij een rendement van dik 3, in het beste geval 3,5 procent. Dat is al een pak beter. Als het voor een paar maanden is, hooguit enkele jaren, dan is het een keuze waar we mee kunnen leven. Maar veel Belgen parkeren jarenlang vele tienduizenden euro op meerdere boekjes. Dat is eigenlijk onzin.

Er zijn in dit land zowat 4 miljoen gezinnen. Samen hebben die 17 miljoen spaarboekjes en daarop staat in totaal iets meer dan 150 miljard euro. Gemiddeld wordt aan een boekje dus ruim 8.800 euro toevertrouwd. Een ,,gemiddeld'' gezin beschikt over ruim vier boekjes waarop in totaal dik 35.000 euro prijkt. Een deel daarvan staat uiteraard op boekjes van kinderen, maar zelfs na aftrek daarvan blijft toch zeker 25.000 euro over aan onmiddellijk beschikbaar geld.

Specialisten schatten dat een modaal gezin, om veilig te spelen, op elk ogenblik over een bedrag moet kunnen beschikken dat overeenkomt met vier tot vijf keer het maandinkomen. Tweeverdieners met een hoog inkomen kunnen het uiteraard met heel wat minder doen, terwijl gezinnen met een laag inkomen allicht meer dan zes maandlonen moeten opzijzetten om tegen de financiële wisselvalligheden van het leven opgewassen te zijn. Het aantal gezinsleden speelt uiteraard ook een rol.

Tussen vijf- en tienduizend euro, laat ons daar maar ruwweg van uitgaan. Meer moet er op dat spaarboekje echt niet staan. Tenzij je nu al weet dat de auto binnen enkele maanden aan vervanging toe is. Of omdat je net in arren moede een pakket aandelen of obligaties hebt verkocht en uitkijkt naar een interessant alternatief.