Jo Lernout: ,,Ik voelde me alsof ik schurft had''
Jo Lernout: een man met verschillende gezichten? Foto: © Photo News
BRUSSEL - Een bezoek met toplui van AT&T aan de hoeren, zijn bezoekjes aan het Koninklijk Paleis, een uithaal naar astronaut Dirk Frimout, lof voor Pol Hauspie. Het boek van Lernout bevat enkele aardige anekdotes, maar brengt weinig nieuwe inzichten.

HET boek dat Frieda Joris, journaliste bij Het Laatste Nieuws, heeft geschreven, leest vlot.

Dat is meteen de belangrijkste verdienste van ,,Jo Lernout, Mijn Verhaal'', uitgegeven bij Houtekiet. Lernout houdt bijna vier jaar na het faillissement vol dat L&H opzettelijk de afgrond is ingeduwd.

Het boek is opgedeeld in drie delen, de opkomst van L&H, de val en de toekomst van technologie.

Over het eerste deel is circa tien jaar geleden al een goed boek verschenen De Spraakmakers van Piet Depuydt, inmiddels hoofdredacteur van Trends.

In die periode getuigen Jo Lernout & Pol Hauspie van een niet aflatende wilskracht om geld te vinden voor hun technologische droom: spraaktechnologie.

Bedelaars die soms naar trucjes van de foor grijpen om hun bedrijf drijvende te houden.

Het doorzettingsvermogen leidt tot de beursgang op 1 december 1995 van L&H op de Amerikaanse beurs Nasdaq, een uitzonderlijke prestatie voor een Belgisch bedrijf.

Voor Lernout blijft de echte kers op de taart de intrede in het kapitaal van L&H van Bill Gates' Microsoft.

Hoewel Lernout ook toegeeft dat Gates in honderden technologische bedrijfjes stapte om als eerste de technologische vernieuwingen op te pikken.

Deel twee van het boek, de val, toont qua overtuiging en benadering opmerkelijke gelijkenissen met ,,de L&H files'' die enkele Tijd-journalisten schreven.

Het kan samengevat worden als veel sympathie voor ,,de believers'' en harde kritiek op de periode Philippe Bodson, ,,de redder die onze grafdelver werd''.

Lernout is beslist niet de enige die aan de periode Bodson - L&H onder concordaat - een onbevredigd gevoel overhoudt.

Hij moet echter leren de neiging te onderdrukken te veel in complottheorieën te geloven en de eigen fantasie voor waarheid te nemen.

Zo suggereert hij dat Bodson L&H niet kon redden omdat de Amerikanen hem chanteerden met het corruptiedossier van Tractebel in Kazachstan. Dat lijkt een typisch voorbeeld van de complottheorie die sommigen al te graag koesteren.

Lernout heeft wel gelijk met zijn kritiek op de hoge wedde van Bodson en die verwoordt hij op zijn eigen manier. ,,Voor één keer konden perfect gesculpteerde en voorbijparaderende borsten en billen me niet boeien'', schrijven hij en Frieda Joris over de brainstorming-wandeling die hij in Zuid-Frankrijk had over de vergoeding die Bodson vroeg om L&H te managen: 6 miljoen oude franken per maand.

Het is niet de enige uithaal. ,,In de moeilijke tijden reisden Pol en ik altijd in de smalle stoelen van Economy. Het spreekt dat Philippe enkel zijn benen sterkte in First Class. Iemand die zes miljoen per maand verdient, kan je niet tussen de toeristen proppen'', luidt het een beetje verder.



Lernout blijft rotsvast overtuigd dat L&H gered had kunnen worden, ook toen het verplicht was in november 2000 naar een gerechtelijk akkoord te grijpen om de schuldeisers op afstand te houden. Hij illustreert dat met de stelling dat Temic, toen nog verbonden met DaimlerChrysler, bereid was om 300 miljoen dollar te betalen voor de automotive spraaktechnologiedivisie.

Hij herhaalt ook dat een partij, CVC Capital Partners, bereid was om 180 miljoen dollar te betalen voor het vertaalbureau Mendez.

Beide dossiers dateren van de periode dat L&H net in concordaat ging. Het klopt dat L&H de verkoop van Mendez verprutst heeft door niet met bekwame spoed te handelen. De interesse van Temic is meer discutabel. Het bedrijf stond zelf op de verkooplijst van DaimlerChrysler.



De optimist Lernout toont in die passages een typisch trekje: de neiging dromen voor werkelijkheid te nemen. 2001 was de periode van het uiteenspatten van de zeepbeltechnologie waarbij technologie-aandelen elke dag iets minder waard werden. L&H zat in een negatieve spiraal waarvan het de vraag was of het proces onomkeerbaar was.



De kritiek van Lernout op het aantekenen van beroep tegen de verlenging van het gerechtelijk akkoord voor een periode van negen maanden onder zeer strikte voorwaarden die L&H in een keurslijf dwongen, is wellicht terecht. Tussen de Ieperse handelsrechter Michel Handschoewerker en Bodson, die hooghartigheid werd verweten, heeft het nooit geklikt.

Dergelijke menselijke aspecten passen in een groter Amerikaans complot tegen L&H, waarin ook Bodson zou meegespeeld hebben, is een brug te ver.

Zo is Lernout ook zeer bitter over de journalisten van de Wall Street Journal die het bedrijf te gronde hebben gericht.

De realiteit is dat de boekhouding van L&H effectief gekneed was en dat de journalisten van de Amerikaanse zakenkrant van binnenuit gevoed werden. Dat toen ze hun prooi roken, ze die niet meer gelost hebben, kan hen moeilijk verweten worden.

Lernout blijft ook schermen met de interesse van Tony Gram voor L&H. Iedereen die Gram kent, weet dat hij een harde koopjesjager is die meestal zijn eigen opbrengsten maximaliseert door schuldeisers tegen de muur te zetten. Gram had bij de chiptechnologiegroep CS2 onder meer al bewezen hoe hij omging met bedrijven in moeilijkheden.

Hij maakte zijn interesse nooit hard.

Soms is de kritiek van Lernout oppervlakkig en past het beter onder de noemer zelfkritiek. Zo zegt hij dat één van de mensen die hem het meest ontgoocheld heeft, de astronaut Dirk Frimout is. Die werd door de vzw Sail Trust ingeschakeld voor een bedrag van 1 miljoen oude franken per maand plus chauffeur met auto.

Lernout verwijt Frimout dat die niet te vaak op post was, maar geeft zelf toe dat Frimout enkel gelokt was voor de uitstraling. Dat was overigens een kwaliteit van het L&H-duo: klinkende namen lokken om zo de eigen geloofwaardigheid op te krikken.

Oud-premier Jean-Luc Dehaene kreeg overigens ook 1 miljoen per maand bij Sail (Flanders Language Valley) ,,maar heeft er tenminste voor gezwoegd en werkte toen het fout liep nog 6 maanden zonder betaald te worden''.



Onder het motto ,,het gerecht niet voor de voeten te willen lopen'' zegt het boek niets over wat er nu bij L&H allemaal fout zat en wie verantwoordelijk is voor wat. KPMG krijgt een korte veeg uit de pan en dat is het zo'n beetje.

Over Korea en de LDC's leren we niets bij. Andere buitenbalans-operaties krijgen niet eens een vermelding.

Zijn medestanders Nico Willaert en Gaston Bastiaens komen nauwelijks in het boek voor. Zo valt niets te vernemen over de rol van Nico Willaert als ronselaar voor de LDC's.

Lernout heeft wel gelijk waar hij kritiek uit op eigen tekortkomingen. Het hanig gedrag, het verkrampt machtsdenken ofte hoe de stichters met 10% van het kapitaal probeerden de controle te houden.

Lernout beseft ook wat tot de eigenlijke val van het bedrijf heeft geleid: de overname van Dictaphone dat 450 miljoen dollar schulden meesleepte. Die overname volgde kort op die andere grote klepper: Dragon.



De technologiezeepbel maakte dat het begin 2000 ook voor L&H te gemakkelijk ging en dat leidde tot overmoed. Het boekhoudkundig gepruts en de Wall Street Journal hadden L&H niet kunnen nekken indien Lernout & Co in een bui van overmoed niet Dictaphone hadden overgenemen.



Dat ze Dictaphone kochten, heeft ook iets ironisch. Het was een poging om klassieke omzet te kopen die L&H uiteindelijk fataal is geworden, zij het onder vorm van de schulden die ermee gepaard gingen. ,,Dictaphone was ons paard van Troje'', zegt Lernout terecht. Enkel jammer voor het vertrouwen in Vlaams kunnen dat dit inzicht zo laat komt.



,,Jo Lernout, mijn verhaal'', 335 blz., is uitgegeven bij Houtekiet. Het boek kost 19,95 euro.