BRUSSEL - De drie gewestregeringen van ons land hebben gisteren de druk op de federale regering opgevoerd om werk te maken van de al lang beloofde energie-ombudsdienst. De drie gewestministers van Energie zijn het eens geworden over een gezamenlijk voorstel over de invulling van deze ombudsdienst, meldt de Vlaamse minister van Energie, Kris Peeters.

Totnogtoe was de energie-ombudsdienst goed voor heel wat gehakketak tussen de federale en de Vlaamse regering. De twee schoven elkaar de zwartepiet door voor het uitblijven van zo'n dienst. En dat terwijl er om de haverklap signalen kwamen die erop wezen dat er een grote nood is aan zo'n energie-ombudsdienst. Zeker in Vlaanderen waar de stroom- en gasmarkt al anderhalf jaar geliberaliseerd is.

De Vreg, de Vlaamse regulator voor de elektriciteits- en gasmarkt, meldde enkele weken geleden dat het sinds begin van dit jaar geconfronteerd wordt met een zeer sterke toename van het aantal klachten en vragen van elektriciteits- en gasverbruikers. Vorig jaar kregen ze iets meer dan 400 klachten binnen, terwijl de eerste vier maanden van 2005 al goed waren voor ruim 300 klachten. Het uitblijven van de energie-ombudsdienst is des te frappanter omdat de Creg, de federale regulator, al 800.000 euro heeft klaarliggen om de werking ervan te financieren.

De drie gewestministers van Energie hebben nu een concreet voorstel klaargestoomd voor de federale overheid.

Ze opteren voor de oprichting van een centraal kantoor voor heel België met één centraal telefoonnummer. De hoofdopdracht van dit kantoor zou zijn de vragen en klachten door te spelen naar één van de drie regionale of federale ombudsdiensten, op grond van de geldende bevoegdheidsverdeling. Deze zogenaamde front office wordt uitgerust met vier medewerkers, ter beschikking gesteld vanuit de regulatoren. De gewesten vinden wel dat de financiering van deze front office moet gebeuren met een deel van de opbrengst van de federale bijdrage (Creg). Deze groep, twee van elke taalrol, geeft bovendien ondersteuning aan de federale ombudsdienst.

De federale ombudsdienst zelf zou bestaan uit een Nederlandstalige ombudsman of -vrouw, een Franstalige ombudsman of -vrouw, een Nederlandstalige adviseur en een Franstalige adviseur. Zij behandelen de klachten en bemiddelen bij geschillen en worden eveneens met een deel van de opbrengst van de federale bijdrage gesubsidieerd. De verwachting is dat zij het merendeel van de klachten zullen behandelen. De drie gewestministers van Energie stellen voor om al deze voorstellen te bundelen in een samenwerkingsovereenkomst tussen de overheid en de gewesten. Ten slotte engageren zij zich om op korte termijn overleg te plegen met de federale minister van Energie, Marc Verwilghen.

(pse)