AAN cijfers over de loonkloof tussen mannen en vrouwen is geen gebrek. Fernando Pauwels en Tom Vandenbrande van het Hoger Instituut voor de Arbeid (Hiva) in Leuven maakten onlangs een balans op van de gegevens die het onderzoek van de voorbije twee jaar opleverde.

De conclusies verschillen nogal van onderzoek tot onderzoek, omdat het uitgangspunt vaak verschilt. Bekijkt men het verschil in bruto-uurloon of in bruto-maandloon? Heeft men het alleen over voltijdse banen of betrekt men bij het onderzoek ook de deeltijdse banen, al dan niet geëxtrapoleerd naar full time betrekkingen? En, niet te vergeten, neemt men het loon van de man of dat van de vrouw als vergelijkingspunt?

Dat laatste is zeker belangrijk om de percentages goed te kunnen interpreteren. Als bijvoorbeeld een vrouw 75 euro verdient en een man 100, verdient de vrouw een kwart minder dan de man, maar ligt het loon van de man een derde hoger dan dat van de vrouw. In het eerste geval heeft men het over de loonkloof v/m (hoeveel verdient de vrouw minder?), in het tweede geval over de loonkloof m/v (hoeveel verdient de man meer?)

Als men alle beschikbare materiaal op een rijtje zet, verdienen vrouwen gemiddeld tussen de 8 en de 26 procent minder dan mannen. Anders gesteld verdienen mannen 9 tot 35 procent meer dan vrouwen. De grootste kloof werd vastgesteld in een studie die gebaseerd is op het jaarloon van alle werknemers, ongeacht of ze voltijds of deeltijds werken. Het kleinste verschil komt uit een studie die wel rekening houdt met de arbeidsduur, en die alleen betrekking heeft op bediendenfuncties.

Pauwels en Vandenbrande baseren hun eigen onderzoek op de Loonwijzer, een soort permanente on line enquête (zie inzet) . Op basis van de gegevens die ze daarbij tussen september 2004 en september 2005 inzamelden, berekenden ze voor 8.801 mannen en vrouwen het bruto uurloon. De mannen verdienden gemiddeld 18,5 euro bruto per uur, de vrouwen 15,2 euro. De loonkloof (v/m) bedroeg met andere woorden 17,8 procent.

Pauwels en Vandenbrande gingen onder meer na of het opleidingsniveau een invloed had op het gemiddelde bruto uurloon. De pay off van een hogere opleiding blijkt voor vrouwen gemiddeld kleiner te zijn dan voor mannen: waar hoogopgeleide mannen gemiddeld 23,9 procent meer verdienen dan laagopgeleide mannen, verdienen hooggeschoolde vrouwen slechts 17,5 procent meer dan laaggeschoolde.

Maar ook de loonkloof tussen mannen en vrouwen neemt toe met het opleidingsniveau, in tegenstelling tot wat men misschien spontaan zou verwachten. Laag- en middenopgeleide vrouwen verdienen 16 procent minder dan laag- en middenopgeleide mannen. Hoogopgeleide vrouwen verdienen 20,3 procent minder dan hoogopgeleide mannen. Ook de loonstructuurenquête van het Nationaal Instituut voor de Statistiek toont aan dat de loonkloof toeneemt met het opleidingsniveau (zie tabel) .

,,Het verschil is natuurlijk niet groot'', zegt Tom Vandenbrande wanneer we op zoek gaan naar een verklaring. ,,En het verschil dat er is, kan ook aan andere factoren dan het opleidingsniveau te wijten zijn. Dat moeten we onderzoeken. Maar ik vermoed dat de toename van de loonkloof toe te schrijven is aan het feit dat meer hooggeschoolde vrouwen dan hooggeschoolde mannen in lagere functies werken, en dat om de bekende redenen zoals de combinatie van werk en gezin. Een aantal vrouwen heeft misschien niet de ambitie om door te stromen naar hogere en beter betaalde functies. Die hypothese trekken we na.''

Hij merkt ook op dat in de groep van de hooggeschoolden de lonen veel uiteenlopender zijn dan in de groep van de lagergeschoolden. ,,Laaggeschoolden zullen bijna altijd in de lagere echelons van een bedrijf of een organisatie werken, maar hogergeschoolden zitten niet altijd noodzakelijk in de hogere functies.''

Ook Gert Theunissen van de KU Leuven, die volgende maand samen met professor Luc Sels een boek publiceert over de loonkloof tussen mannen en vrouwen (*), heeft in onderzoek vastgesteld dat de loonkloof toeneemt met het opleidingsniveau. ,,Er is een verschil, maar het is niet spectaculair'', zegt hij. ,,Daarom is het gevaarlijk om er zware conclusies uit te trekken. Maar ik vermoed dat het gedeeltelijk te verklaren is door de verschillende studiekeuzes die mannen en vrouwen maken. Vrouwen kiezen gemakkelijker voor studies die hen doen belanden in sectoren waar minder goed betaald wordt. Vergelijk bijvoorbeeld het percentage meisjes in studierichtingen zoals pedagogie en psychologie met het percentage in de exacte wetenschappen of bij de ingenieurs. Die verschillende keuze stel je trouwens niet alleen vast in het hoger onderwijs, maar ook al in het secundair.''

Zowel Theunissen als Vandenbrande wijst erop dat uit de loonkloof niet te snel geconcludeerd mag worden dat vrouwen gediscrimineerd worden. Er zijn inderdaad, naast de studiekeuze, nog een hele reeks objectieve verklaringsgronden voor het verschil in loon: vrouwen werken vaker deeltijds, ze nemen meer loopbaanonderbreking waardoor ze minder anciënniteit opbouwen, ze stromen minder door naar hogere functies enzovoort. ,,Maar zelfs als je de cijfers corrigeert voor al die objectieve factoren, blijft er vaak nog een loonkloof van vijf tot tien procent'', zegt Vandenbrande. ,,En als dat verschil dan te wijten blijkt aan discriminatie, is dat natuurlijk verkeerd.''

(*) Gert Theunissen en Luc Sels, Waarom vrouwen beter verdienen (maar mannen meer krijgen). Een kritisch essay over de sekseloonkloof. Het boek verschijnt in april bij uitgeverij Acco.