Vrouwen laten hun rechten niet gelden
DE statistieken halen met de regelmaat van de klok het nieuws: mannen verdienen in ons land nog altijd ongeveer een kwart meer dan vrouwen. Daar zijn objectieve redenen voor: vrouwen werken vaker deeltijds en relatief meer in sectoren met lage lonen.

Maar een deel van de verklaring ligt ook puur en simpel bij discriminatie: vrouwen worden voor hetzelfde werk vaak minder betaald dan hun mannelijke collega's.

Daarnaast blijkt ook het glazen plafond nog lang niet verdwenen vrouwen dringen maar moeilijk door tot de directiekamer en tot de echte top van hun bedrijf. Ook daarvoor zijn, gedeeltelijk dezelfde, objectieve oorzaken aan te halen.

Maar het glazen plafond is ook te wijten aan meer subjectieve factoren. Vrouwen hebben een andere mentaliteit, wordt in allerlei onderzoeken gesteld. Zo blijken ze minder vaak op hun strepen te staan dan mannen: ze wachten tot ze gevraagd worden voor een promotie, in plaats van zichzelf naar voren te schuiven. Ze hebben andere interesses, lachen om andere dingen... waardoor ze er minder gemakkelijk ,,bijhoren'', zeker in beroepen en bedrijven die gedomineerd worden door mannen. Een ,,andere mentaliteit'', of discriminatie?

Het zijn juist argumenten in die sfeer die de zes vrouwen aanhaalden om een klacht in te dienen tegen Dresdner Kleinwort Wasserstein. Zo mocht een van hen, als enige vrouw, wel mee gaan dineren met haar collega's en een klant om een succesvolle deal te vieren. Maar toen de heren achteraf wilden afzakken naar een stripclub, werd ze vriendelijk verzocht op te hoepelen.

Een proces zoals dat tegen DKW is bij ons ondenkbaar, al was het maar door het verschillende rechtssysteem. In de Angelsaksische wereld biedt de arbeidswetgeving de werknemers veel minder bescherming. Daarom stappen ze er sneller naar de rechtbank om een schadevergoeding te eisen voor bijvoorbeeld ontslag. Bovendien kan er in de VS, dankzij het systeem van de punitive damages, een veel ruimere schadevergoeding geëist worden dan bij ons, waar de vergoeding beperkt blijft tot de bewezen geleden schade, met eventueel een morele schadevergoeding daarbovenop.

Navraag bij enkele in sociaal recht gespecialiseerde advocaten leert dat in België vrouwen eigenlijk nooit een rechtszaak inspannen omdat ze seksueel gediscrimineerd worden op hun werk. Nochtans bestaan er voldoende rechtsgronden op basis waarvan ze dat wel zouden kunnen doen, zegt Pieter De Koster van het advocatenbureau Allen & Overy. Sinds 1978 - dus al bijna dertig jaar - geldt een nationale cao die de gelijke behandeling van mannen en vrouwen oplegt. Daarnaast kunnen vrouwen ook munitie vinden in de anti-pestwet en de anti-discriminatiewet uit 2003, zegt hij. ,,Het is ongelooflijk dat vrouwen, na dertig jaar, die lagere lonen nog steeds blijven aanvaarden.''

Loondiscriminatie is echter moeilijk te bewijzen, zegt Thierry Claeys van Claeys & Engels. In veel sectoren worden de werknemers betaald volgens barema's, zodat discriminatie onmogelijk is. En waar het loon bepaald is in onderling overleg, is de bewijslast zwaar: ,,Je moet dan al kunnen bewijzen dat je minder verdient dan een collega die dezelfde functie heeft, dezelfde leeftijd, dezelfde diploma's, dezelfde anciënniteit...''

Processen in verband met zwangerschaps- en bevallingsverlof komen wel vaak voor, zegt Filip Tilleman van Tilleman Van Hoogenbemt. Wie een zwangere vrouw ontslaat, moet bovenop de normale ontslagvergoeding zes maanden loon betalen, tenzij de werkgever kan bewijzen dat het ontslag niets te maken heeft met de fysieke toestand van de vrouw. En dat is aartsmoeilijk, zegt hij: ,,Het bedrijf moet al over staalharde bewijzen beschikken, zoals vroegere schriftelijke waarschuwingen of slechte evaluaties, om zo'n zaak te winnen.''

De Koster wijst er ook op dat de drempel om een proces aan te spannen tegen de eigen werkgever behoorlijk hoog ligt. ,,Als je, binnen een bestaande arbeidsrelatie, begint te procederen tegen je werkgever, maak je meestal natuurlijk meteen een einde aan die arbeidsrelatie.''