Houssein Boukhriss is zaakvoerder van Trace, een bureau dat zich heeft gespecialiseerd in interculturele training en communicatie. Hij legt uit waarom zelfs na veertig jaar Marokkaanse aanwezigheid in België samenwerken op de werkvloer lang niet altijd van een leien dakje verloopt.

- U legt zich onder andere toe op diversiteitmanagement. Wat is dat precies?Als een bedrijf met meer dan één groep gaat werken, is het nodig de horizonten te verruimen. Dat geldt niet alleen voor allochtonen, maar ook voor vrouwen, ouderen of laaggeschoolden. Als je diversiteit binnenbrengt in je bedrijf, moet de cultuur ook veranderen. Allochtonen bijvoorbeeld functioneren anders, hebben andere waarden en normen. Daar kan je als bedrijf ook je voordeel mee doen. Ik werk bijvoorbeeld voor Colruyt, dat er naar streeft om meer allochtonen in dienst te nemen in de winkels waar ook een allochtone cliënteel komt. Op die manier krijgt het bedrijf meer aandacht voor de producten die allochtonen interesseren. Met Kerstmis staan de rekken vol met kerstspullen, waarom dan met ramadan niet extra aandacht geven aan producten die allochtonen op dat moment eten?

Een ander punt is de vakantieregeling. Belgen gaan meer en meer gespreid op vakantie, in kortere periodes over het hele jaar. Allochtonen hebben juist liever een lange periode in de zomervakantie, om naar het moederland terug te keren. Je kan als bedrijf proberen na te gaan hoe je de wensen van die twee groepen kunt respecteren, natuurlijk zonder aan één groep privileges toe te kennen.

- Wat bedoelt u als u zegt dat allochtonen soms andere normen en waarden hebben? Wat bijvoorbeeld vaak naar voren komt, is dat allochtonen willen kunnen bidden tijdens de werkuren. Je kunt zeggen: bidden is privé en daar hebben we op het werk niks mee te maken. Maar je kunt er als werkgever ook vanuit gaan dat je voordeel hebt bij tevreden, loyale werknemers en dat je er meer bij wint door hen te respecteren. Een ploegbaas van een bouwbedrijf heeft daar een schitterende oplossing voor gevonden. Hij liet toe dat de moslim-arbeiders driemaal per dag tien minuten mochten bidden. In ruil moesten ze wel, als de Belgische werknemers al naar huis waren, een half uurtje langer blijven om op te ruimen. Vaak denkt men dat diversiteitmanagement extra problemen creëert, maar je kan ook proberen een meerwaarde te creëren vanuit de diversiteit in het bedrijf.

- Wat is uw mening over de houding van werkgevers ten opzichte van allochtonen?Mijn indruk is dat die positief aan het evolueren is. Deels omdat bepaalde sectoren niet anders kunnen dan zich op allochtonen te richten, deels ook omdat de privé-sector vaker uit moreel-sociale redenen een diversiteitsbeleid voert. Dat was vroeger vooral bij de overheid en de sociale sector het geval, maar ook in de privé-sector wint het idee veld dat kleur bekennen lonend kan zijn.

- Hoe kijkt men daar vanuit de allochtone gemeenschap tegenaan? Daar beseft men dat er nog heel wat werk aan de winkel is. De werkloosheid onder allochtonen is nog steeds veel hoger dan onder Belgen, ook bij de hooggeschoolde allochtonen. Discriminatie speelt daar duidelijk een rol. Toch ben ik geen voorstander van het opleggen van quota, want daarmee bereik je alleen maar dat de bedrijven een nog defensievere houding aannemen.

Ik merk ook vaak dat men problemen op de werkvloer culturaliseert'. Daarmee bedoel ik dat gewone moeilijkheden, die overal voorkomen, een culturele dimensie krijgen. Men gaat zich verdedigen door de verschillen aan te vallen. Als een Belg en een Turk ruzie krijgen over een parkeerplaats voor hun huis, zal de reactie snel zijn: het zijn weer die Turken, of: de Belgen hebben het weer op ons gemunt. Terwijl dat bij een gelijkaardige ruzie tussen twee Belgen of twee Turken niet zo is. Als een bedrijf een beroep op mij doet om problemen op te lossen, blijkt het vaak om gewone moeilijkheden te gaan die worden voorgesteld als culturele problemen.

- Is dat niet vreemd na veertig jaar Marokkaanse aanwezigheid in België?Elke maatschappij heeft haar zondebok nodig. Het is utopisch om te denken dat je de vooroordelen de wereld uit kunt helpen. Je hoort vaak dat de komst van de Spanjaarden en de Italianen minder problemen veroorzaakte dan die van de Turken en de Marokkanen. Bullshit. De Italianen waren blij dat de Marokkanen kwamen, want toen hadden de Belgen een nieuwe zondebok en hoorden de Italianen er echt bij. Je ziet nu hetzelfde bij de Turken en Marokkanen. Hun plaats zal worden ingenomen door de Oost-Europese migranten. Misschien kijken we over tien jaar nostalgisch terug op de tijd toen zij er niet waren. Tijdens cursussen diversiteitmanagement gebruik ik soms Franse krantenknipsels uit de negentiende eeuw. Die beschrijven de Belgische arbeidsmigranten in Noord-Frankrijk als een groep die niet wil integreren, zich in groep altijd sterker voelt, en waarvan de ouders niets doen om hun kinderen te integreren. In 150 jaar is de terminologie waarmee mensen over elkaar praten niet veranderd.

- Hoe kijkt u terug op de bilaterale conventie die veertig jaar geleden werd afgesloten? Het was een puur economische overeenkomst. Sindsdien hebben we veel geleerd. Immigranten worden nu verplicht inburgeringscursussen te volgen en de landstaal te leren. Als men in dat soort dingen had geïnvesteerd bij de komst van de eerste generatie allochtonen, had men mooie openingen gecreëerd om elkaar beter te leren kennen. Maar die openingen waren er toen niet, ook al omdat veel van de immigranten analfabeet waren. Ze kwamen uit hun dorpen waar geen radio was en geen kranten. Ze dachten dat de hele wereld was zoals hun dorp. Dan is het logisch dat ze zich zijn gaan terugplooien op zichzelf. Alle eerste generaties migranten, ook die uit bijvoorbeeld Spanje, zijn niet geïntegreerd maar gemonocentreerd.

- Hoe realistisch was het idee dat de migranten weer naar hun land van herkomst zouden terugkeren? De overheid heeft al vanaf het begin de gezinshereniging gepromoot, ook financieel. Halverwege de jaren zestig is men ook overgeschakeld van tijdelijke naar permanente arbeidsvergunningen. Niet alleen omdat er arbeidskrachten nodig waren, maar ook omdat het geboortecijfer begon te dalen.

De terugkeer leefde wel bij de migranten zelf. Mijn vader is in 1963 naar België gekomen om in de mijn te werken. In 1967 heeft hij ons laten overkomen. De bedoeling was dat hij aan het einde van de jaren zeventig zou terugkeren naar Marokko. Hij heeft daar een huis laten bouwen met ruimte voor een winkel. Maar uiteindelijk bleek dat ze niet konden terugkeren omdat ze hun kinderen niet wilden verlaten. Wij wilden niet terug naar een land dat we niet kenden en waarvan we de taal niet spraken.

De eerste generatie heeft er niet voor gekozen in België te blijven, maar is er door omstandigheden toe gebracht. Ze kwamen naar hier met het idee om in het leven te slagen, maar in werkelijkheid zijn ze op veel gebieden mislukt. Ze zien dat hun kinderen de traditionele Marokkaanse waarden niet meer in ere houden, en tegelijk in België nog altijd als tweederangsburgers worden behandeld. Zelf hebben ze nooit goed Nederlands of Frans geleerd, en nu zijn ze te oud om er nog aan te beginnen.

Dit is de derde en laatste aflevering van een reeks over veertig jaar Marokkaanse arbeidsmigratie. De vorige afleveringen verschenen op 17 en 18 februari.