BRUSSEL In steden als Antwerpen en Mechelen en in de voormalige Limburgse mijngemeenten maken de allochtonen meer dan een derde van alle werklozen uit. De Marokkanen vormen de grootste groep buitenlandse' werklozen. Hun Marokkaanse naam is een verschrikkelijke handicap in de zoektocht naar een baan. De verwerving van de Belgische nationaliteit verandert daar niets aan.

De totale beroepsbevolking in ons land bestaat uit 4,23 miljoen mannen en vrouwen, van wie 385.000 (of 9,1%) met een andere dan de Belgische nationaliteit. Bij die niet-Belgen zijn er ruim 43.000 Marokkanen, of 11,3% van de buitenlanders in de beroepsbevolking. De Marokkanen zijn de derde grootste groep niet-Belgen, na de Italianen en Fransen, maar voor de Nederlanders, Turken en Spanjaarden.

De positie van de Marokkanen op de arbeidsmarkt in Vlaanderen werd uitgebreid bestudeerd door de VDAB. Sinds 1998 verschijnen er (bijna) jaarlijks VDAB-rapporten over het aantal Marokkaanse werklozen.

De inhoud van die rapporten bevat weinig positief nieuws voor de betrokkenen. Met als overheersende conclusie: de kansen op het vinden van een baan zijn gevoelig kleiner voor Marokkaanse werkzoekenden dan voor hun Belgische collega's.

Dat blijkt uit de naakte werkloosheidscijfers. Eind januari 2004 telde Vlaanderen 24.078 werklozen die door de VDAB-studiedienst omschreven worden met de benaming ,,etnische Turken en Maghrebijnen''. Het gaat in hoofdzaak om werklozen met de Turkse of Marokkaanse nationaliteit, maar evenzeer om Belgische werklozen met een Turkse of Marokkaanse afkomst. Die laatsten worden door de VDAB op basis van naamherkenning geselecteerd.

Meer dan een op de vier van de Marokkaanse mannen (Belgen en niet-Belgen, volgens etnische afkomst) tussen 18 en 50 jaar zit zonder werk. In steden als Mechelen en Antwerpen loopt dat op tot een op de drie. Ter vergelijking: bij de autochtone Belgen is een op de twintig 18- tot 50-jarigen werkloos.

In de Limburgse gemeenten Heusden-Zolder, Genk en Beringen en in de steden Antwerpen en Mechelen zijn meer dan een op de drie van alle werklozen allochtonen. De overgrote meerderheid ervan zijn Marokkanen en Turken, van wie de helft mét de Belgische nationaliteit.

Bij de jongeren loopt het percentage Marokkanen met een Belgisch paspoort op tot bijna 70%, en toch is het ook voor deze pas afgestudeerde ,,nieuwe Belgen'' erg moeilijk om aan een baan te komen. Van alle allochtone jongens (volgens etnische afkomst, dus ook met de Belgische nationaliteit) zit 35% een jaar na het verlaten van de schoolbanken zonder baan. Bij de autochtone Belgische jongens is dat 16%. Bij de allochtone meisjes gaat het zelfs om 50% van de schoolverlaters die zonder baan blijft.

Hogere studies helpen het verschil verkleinen, maar niet wegvlakken: 18% van de allochtone jongens en 25% van de meisjes met een hoger diploma zijn een jaar na afstuderen werkloos; bij de Belgen is dat 11%.

Het al dan niet hebben van de Belgische nationaliteit maakt weinig verschil, heeft de VDAB geleerd uit een analyse van het gebruik van het Kiss-systeem door de Vlaamse werkgevers. De Kiss-databank laat werkgevers toe om op het Internet een selectie te maken in het aanbod van werkzoekenden, die via de VDAB hun cv kenbaar maken. De VDAB heeft nagegaan welke cv's zijn bekeken door de bedrijven en welke niet.

Wat blijkt? 38% van de cv's met Belgisch klinkende namen en voornamen werd ingekeken. Bij cv's van werkzoekenden met een Marokkaanse of Turkse naam loopt dat percentage terug tot 22%. Die eerste selectie gebeurde uitdrukkelijk niet op basis van diploma's of werkervaring, maar louter op basis van de naam.

Als de spontane selectie, door de werkgevers, van Belgische' cv's in de Kiss-databank op een schaal aan 100% wordt uitgezet, ligt dat percentage voor allochtone mannen op slechts 58% en voor allochtone vrouwen op 71%.

Ander onderzoek, door het Leuvense Steunpunt WAV, leert dan weer dat de banen voor Marokkanen sterk geconcentreerd zijn in een aantal bedrijfssectoren. Zo werkt 9% van de Marokkanen in de land- of tuinbouw; bij de Belgen is dat 0,7%. Grote groepen Marokkanen zijn voorts te vinden in de industriële reiniging (7%, tegen 0,8% voor de Belgen), de uitzendarbeid (17%, tegen 3% bij de Belgen) en de horeca (7%, tegen 2% Belgen).

In hooggewaardeerde sectoren zoals financiële diensten en ICT zijn ze nauwelijks of niet aanwezig. Hetzelfde geldt voor de overheidsdiensten en het onderwijs, waar respectievelijk 12 en 9% van alle Belgen werkt. Voor Marokkanen is het nog bijna onontgonnen terrein.