Wie Belgische aandelen koopt, wordt éénmaal belast op zijn dividenden: met Belgische roerende voorheffing. Wie buitenlandse aandelen koopt, wordt tweemaal belast op zijn dividenden: eenmaal bronheffing in het buitenland, en nogmaals roerende voorheffing of personenbelasting in België. Dat is in strijd met het Europese recht, aldus een recent standpunt.

Meer en meer buitenlandse aandelen worden bij de fiscus bekend. Ze worden in bewaring gegeven bij een Belgische bank, of anders worden de dividenden ervan aangegeven in de aangifte, in code 153. Meer en meer wordt ook duidelijk dat er dan dubbele heffing optreedt: op een dividend van 100 euro blijft er dan geen 75 euro over, zoals bij Belgische dividenden, maar slechts 75 euro - 25% = 56,25 euro.

Die dubbele heffing wordt gedeeltelijk tenietgedaan door de verdragen tot vermijding van dubbele belasting, maar slechts gedeeltelijk: meestal wordt de bronheffing verminderd tot 15%, maar daarvoor is een hele administratieve rompslomp nodig, die zo lastig is dat de meeste mensen die gewoon niet vervullen als het maar om beperkte bedragen gaat.

Voor belangrijke participaties (25% en meer) is er voor vennootschappen meestal geen dubbele heffing: dan is er immers vrijstelling van bronheffing op grond van de Europese moeder-dochter-richtlijn.

Maar ook voor kleine participaties, zeg maar enkele aandelen, zou het Europese recht soelaas kunnen bieden.

Wij suggereerden dat al in het Tijdschrift voor Fiscaal Recht (nr. 188 p. 877), en in het Tijdschrift voor financieel recht van 2003 (nr. 3) heeft Wim Vandenberghe de problematiek nu grondig uitgezocht.

Allereerst is er de vrijheid van vestiging. Een lidstaat mag vennootschappen niet verhinderen om zich te vestigen in andere lidstaten, en hij mag die vestiging ook niet bemoeilijken. Dat werd al in 1988 beslist (in het bekende Daily Mail-arrest), maar herhaaldelijk ook daarna. Welnu, gelet op de dubbele belasting van dividenden uit een buitenlandse EU-vennootschap is er ongetwijfeld sprake van een belemmering, voor Belgische rijksinwoners/privé-investeerders, om te investeren in een andere lidstaat. Die dubbele belasting is immers niet aanwezig als ze dividenden ontvangen uit een Belgische deelneming (p. 481).Zo'n belemmering zou gerechtvaardigd kunnen worden op grond van de fiscale coherentie, of omdat zij nodig is om belastingontwijking te bestrijden, of voor de doeltreffendheid van fiscale controles. Geen van die redenen gaan hier echter op, aldus de auteur (p. 485-6).De vrijheid van vestiging is echter alleen toepasselijk voor wie een zodanige deelneming heeft dat hij de activiteiten van de vennootschap kan bepalen, en dat zal voor particulieren meestal niet het geval zijn.

Hetzelfde resultaat kan echter bereikt worden via een tweede Europese vrijheid, het vrij verkeer van kapitaal. Dat is ook van toepassing op beursgenoteerde aandelen, en werd, in de zaak-Verkooijen, toegepast op iemand die maar enkele aandelen had (p. 491). Welnu, als een regeling er toe leidt dat EU-onderdanen ervan afgeschrikt worden hun kapitaal te beleggen in vennootschappen die in een andere lidstaat gevestigd zijn, is die regeling een verboden beperking van het kapitaalverkeer, vastgelegd bij artikel 1 van de kapitaalrichtlijn 88/361.

Bovendien, aldus nog de auteur, kunnen niet alleen particulieren die Europese regels inroepen, maar ook vzw's en zelfs vennootschappen voor de dividenden waarop zij geen deelnemingsvrijstelling krijgen.

Praktisch gezien kunnen zij hun aangifte doen conform de Europese bepalingen, en er een verklarende nota bijvoegen, of een bezwaar indienen, als de termijn nog niet voorbij is, of ambtshalve ontheffing vragen wegens dubbele belasting, binnen de drie jaar vanaf 1 januari van het jaar van vestiging van de belasting (p.. 496).

Maar we zouden ook verder kunnen gaan: de banken zouden de buitenlandse belasting direct kunnen verrekenen met de Belgische roerende voorheffing, die voor particulieren en vzw's immers eindheffing is. Zo zou trouwens een massa procedures vermeden worden, en heel wat werk voor de gewestelijke directeurs.

Deze rubriek verschijnt wekelijks op donderdag. De auteur is advocaat bij Tiberghien advocaten.