Na een grote olievondst in de Golf van Mexico hopen de VS op nieuwe grote oliereserves in eigen land.

De Amerikaanse oliegroep Chevron heeft 280 kilometer uit de kust een oliebron aangeboord die zo'n 6.000 vaten per dag oplevert. Zo'n debiet wordt bestempeld als een grote olieontdekking.

Chevron zelf reageerde behoedzaam. Het waagde zich nog niet aan een schatting van de olievoorraad en de mogelijke productie.

Chevron is op zoek naar olie in een zone in de Golf van Mexico die volgens seismologische onderzoek tussen de 3 en de 15 miljard vaten ruwe olie bevat. 15 miljard vaten staat gelijk aan 50 procent van de huidige Amerikaanse olieproductie. De grote olievondst van Chevron voedt het geloof dat de reserves zeer groot zijn.

En dat vindt weerklank in de VS omdat door de jarenlange achteruitgang van de eigen olieproductie het land almaar afhankelijker wordt van politieke onstabiele olieproducenten. De laatste grote olievondsten in de VS - in Alaska - dateren overigens al van eind jaren zestig.

Er zijn echter nog verschillende andere exploratiepogingen nodig vooraleer met zekerheid gesteld kan worden dat in de Golf van Mexico een belangrijk nieuw oliegebied is aangeboord.

Die zoektocht zal nog verscheidene jaren in beslag nemen. Het is technisch ook een moeilijke klus. Er moet geboord worden in een zone met een waterdiepte van 2,5 kilometer. De olielagen bevinden zich meer dan acht kilometer diep.

De olievondst in de Golf van Mexico verhelpt geenszins de huidige productiekrapte en de hoge olieprijzen. Het nieuws van de ontdekking had dan ook geen enkel effect op de olieprijs. Sinds eind vorige week is die aan het dalen en die trend werd gisteren voortgezet. Een vat ruwe Noordzeeolie stond gisteravond met 67,44 dollar op het laagste peil in bijna drie maanden.

(pse)