De thriller rond Telindus en Belgacom doet onvermijdelijk terugdenken aan de strijd tussen John en John.

De eerste is John Cordier, bezieler van Telindus. De tweede is John Goossens, manager van het ,,nieuwe'' Belgacom. Beiden lieten met hun overlijden hun bedrijf abrupt achter in 2002.

De twee mediagenieke karakters vochten tijdens de jaren negentig een pikante strijd uit in het Belgische telecomlandje.

Als zwart-wit contrasteerden ze met elkaar. John Cordier was een eenvoudige West-Vlaamse jongen van kleine zelfstandigen, gehuwd met een zeer sympathieke boerendochter. Hij cultiveerde die eenvoudige komaf graag, hield van no nonsense en kwam liefst van al op adem in de polders. Gewoon, zonder kapsones.

John Goossens kwam uit de Antwerpse Franstalige bourgeoisie, maakte deel uit van het old boys network van het collège Saint-Michel in Brussel, koketteerde graag met de beau monde en frequenteerde de kringen van Philippe Bodson of Maurice Lippens. Hij haalde zijn hart op op een chique zeilboot of op een F1-circuit. Een bobo-manager met veel humor was hij, maar ook onmiskenbaar de man die de demonen van de oude RTT verjoeg en van de staatsmonopolist een van de rendabelste bedrijven van Europa maakte.

Als manager was Cordier dan weer een kat met negen levens. Toen Telindus alweer eens op de rand van de afgrond stond, zei hij: als marconist heb ik geleerd dat je nooit een schip verlaat. Hij dweilde de banken af en Telindus kon weer voort. Stap voor stap slaagde hij erin om van Telindus een netwerkintegrator te maken die Europees meetelde.

Bovendien zag hij als een van de eersten hoe groot het succes van de gsm zou zijn. Hij vond France Telecom als partner en Mobistar was geboren. France Telecom was blij met Cordier als Belgisch ankerpunt; en Cordier was blij met het geld van de Fransen.

Zo werd hij de eerste grote challenger van John Goossens: het overheidsbedrijf moest voor het eerst in zijn geschiedenis een concurrent dulden. John Goossens aanzag het bedrijf als een paard van Troje waarlangs France Telecom aan zijn Belgisch monopolie zou komen knabbelen.

John C. beukte graag in op het ongeoorloofde monopolie van Belgacom. En John G. maakte een wegwerpgebaar als het over zijn concurrentje ging. Dat ,,kleine Johnnetje'' kwam ook op de onzalige gedachte om, toen de markt van de vaste telefonie openging, het Waalse Telenet (,,Win'') te willen uitbouwen. En ,,grote John'' was gebiologeerd om France Telecom terug te pakken op zijn eigen thuismarkt, Frankrijk. Voor beiden bleken die plannen achteraf een maat te groot.

Cordier gedroeg zich graag als de underdog, de luis in de pels van Belgacom. Dat de twee Johns ondertussen ook veel zaken deden met elkaar, was veel minder geweten. Cordier was met Mobistar ook klant van Belgacom, en Belgacom deed ook zaken met Telindus. Ze vonden mekaar waar het moest achter de schermen.

Na de dood van John Cordier ontstonden er vrijwel onmiddellijk speculaties dat Belgacom Telindus wou inlijven. Het mondt nu, drie jaar later, uit in een zelden geziene beursthriller.

Eén ding moet wel gezegd: waren John en John er nog geweest, was de operatie niet zo stuntelig verlopen. ,,Het is juist in de moeilijke momenten dat je moet aantonen dat je een echte winnaar bent'' was een van de leuzen van John. Cordier. Of was het die andere?