JERUZALEM - Twee Israëlische mensenrechtengroepen hebben vandaag voor het hooggerechtshof in Jeruzalem uiteengezet waarom de bouw van een veiligheidsmuur rond de Westelijke Jordaanoever illegaal zou zijn. Over twee weken buigt het Internationaal Gerechtshof in Den Haag zich over dezelfde kwestie.

De muur komt grotendeels op bezet, Palestijns gebied te staan. De klagers stellen dat Israël daarmee op onwettige wijze handelt. Israël schendt volgens hen met de muur bovendien de mensenrechten, aangezien die het dagelijks leven van duizenden Palestijnen op ingrijpende wijze negatief beïnvloedt.

De Israëlische regering verweert zich tegen de beschuldigingen. Volgens advocaat Michael Blass is de route van de veiligheidswal, die vele honderden kilometer lang zal worden, nog niet volledig vastgesteld. Zondag nog maakte de regering bekend de loop van de wal iets te wijzigen, om de Palestijnen terwille te zijn. ,,Het geheel is dynamisch'', zei Blass. ,,Er zullen oplossingen worden gevonden.''

Volgens Israël is de muur nodig om Palestijnse aanslagplegers uit Israël weg te houden. Volgens de Palestijnen maakt Israël zich schuldig aan het inpikken van land. De klagers eisen onder meer dat de Muur alleen mag worden gebouwd op grondgebied dat Israël al voor de oorlog in 1967 in handen had.

Het hooggerechtshof liet weten zo snel mogelijk uitspraak te zullen doen, maar of die uitspraak te verwachten valt nog voor het hof in Den Haag zich over de zaak buigt, is onduidelijk. De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft de zaak aangekaart bij het Internationaal Gerechtshof.