BRUSSEL - De federale minister voor Maatschappelijke Integratie, Christian Dupont (PS), zit volgende week samen met de federale minister van Energie, Marc Verwilghen (VLD), om te kijken welke maatregelen genomen kunnen worden om de pijn van de stijgende stookolieprijzen voor gezinnen met een laag inkomen te verzachten. Daarbij wordt gedacht aan stookoliecheques of de oprichting van een solidariteitsfonds.

DE olieprijzen op de internationale markten blijven almaar stijgen. Op de Amerikaanse oliemarkten werd opnieuw een recordprijs opgetekend. In New York moest voor het eerst meer dan 47 dollar voor een vat ruwe olie neergeteld worden. Ook in Londen ging de prijs opnieuw omhoog, maar er werden geen records gebroken.

Door die aanhoudende prijsstijgingen is een liter stookolie al 34 procent duurder dan begin dit jaar. Voor een liter moet nu maximaal 41,28 eurocent neergeteld worden. ,,De vraag naar stookolie is helemaal stilgevallen, terwijl augustus en september traditioneel de maanden zijn waarin heel wat gezinnen een voorraadje inslagen'', zegt Olivier Neirynck, technisch directeur bij Brafco, de Belgische federatie van brandstoffenhandelaars.

De vrees bestaat bovendien dat een groep minder gegoeden met dergelijk hoge prijzen niet in staat zal zijn om zich deze winter naar behoren te verwarmen. De ministers Dupont en Verwilghen zitten volgende week samen om te zien welke oplossingen voor die groep mensen uitgedokterd kunnen worden. Het initiatief komt van minister Dupont. Hij denkt onder meer aan de invoering van stookoliecheques of de oprichting van een solidariteitsfonds.

Het zou niet de eerste keer zijn dat de regering maatregelen neemt om de stookoliefactuur te verzachten. Tijdens de winter van 2000 voerden de toenmalige minister voor Sociale Integratie, Johan Vande Lanotte (SP.A), en diens collega van Economie Charles Picqué (PS), ook al stookoliecheques in. In die winter moest voor een liter stookolie bijna een halve euro betaald worden. Die cheque bedroeg maximum 125 euro. Zowat 400.000 gezinnen met een laag inkomen kwamen in aanmerking, maar uiteindelijk heeft toen slechts de helft van de gezinnen van die cheques gebruik gemaakt.

De stookoliecheques leidden toen nog tot een conflict met de petroleumfederatie. De totale kostprijs ervan werd geraamd op 50 miljoen euro en er was overeengekomen dat de petroleumsector 25 miljoen euro zou betalen. Maar uiteindelijk deelde de overheid maar voor 30 miljoen euro stookoliecheques uit. ,,We hebben toen dus bijna alles betaald'', zegt Gaetan van De Werve, de secretaris-generaal van de Belgische Petroleumfederatie (BPF).

De BPF voelt net als Brafco niets voor een herhaling van het systeem van de stookoliecheques. ,,Er wordt altijd vanuit gegaan dat onze sector bakken geld verdient als de olieprijzen stijgen, maar die winsten worden door de oliemaatschappijen in het buitenland gemaakt. De marges van de sector in ons land zijn de afgelopen zes jaar slechts met 11 procent gestegen'', aldus van de Werve. ,,De btw op de hogere stookolieprijzen zal de overheid dit jaar 60 tot 65 miljoen euro extra opbrengen. Met dat geld kunnen dergelijke maatregelen toch perfect gefinancierd worden.''

,,De stookoliecheques hebben zeer goed gewerkt in 2000'', zegt Mattias Derdeyn, de woordvoerder van Dupont. ,,Maar we onderzoeken alle mogelijkheden''. Zo wordt onder meer ook bekeken of geen solidariteitsfonds in het leven geroepen kan worden, vergelijkbaar met het energiefonds. De stroomleverancier houdt nu voor dat fonds jaarlijks een klein bedrag af op de energiefactuur. Dergelijk fonds ziet de petroleumsector ook zitten. Het kabinet-Verwilghen ,,wacht de voorstellen van Dupont af.''