In Azië lieten de aandelenmarkt een weinig eenduidig beeld zien. De indexen schommelden heen en weer tussen winst en verlies. In Japan gingen de Nikkei en Topix-indexen in de loop van de dag 0,6 en 0,4 procent lager, maar uiteindelijk sloten ze beide 0,5 procent hoger af.Ook in Europa hadden de markten het aanvankelijk moeilijk om richting te kiezen. De hoge olieprijs bleef de handel bepalen, maar interpretatie van de verschillende signalen was soms lastig. Het positieve sentiment nam in Europa uiteindelijk te overhand. Een pan-Europese index als de Dow Jones EuroStoxx 50 eindigde de dag met 0,4 procent winst. De hoge olieprijs was natuurlijk goed nieuws voor de energiesector. In Parijs kon Total ervan profiteren, met een koerswinst van 0,5 procent. Maar aandelen van ondernemingen als Michelin en Peugeot stonden als gevolg van de hoge olieprijs dan weer onder druk. En ook in de luchtvaartsector was de olieprijs het gesprek van de dag. Verscheidene maatschappijen kondigden aan hun brandstoftoeslag nog wat te verhogen. Het gevolg was dat een aandeel als British Airways 2,2 procent verloor. De voedingssector was in Europa de slechtst presterende sector. De tegenvallende prestaties van Nestlé (-5,1 %) sleurden ook sectorgenoten als Unilever (-1 %)en Danone (-0,9 %) mee.

In eigen land verloor de Bel-20 2 punten, of minder dan 0,1 procent. Echte uitschieters waren er niet, op Roularta na dat 5,4 procent goedkoper werd. Beleggers reageerden op het nieuws dat het marktaandeel van VTM naar een historisch dieptepunt is gezakt.

In Amerika leken beleggers minder bezorgd over de effecten van de hoge olieprijs. De beter dan verwachte resultaten van Applied Materials leken de toon te zetten voor de technologiesector. Gisteravond stond de Dow Jones op een winst van 0,2 procent en de Nasdaq op plus 0,9 procent.