Elf vrouwen in top Bel-20
Ooh, it's lonely at the top, gaat het liedje. Dat geldt zeker voor vrouwen aan de top van de Belgische top-bedrijven.

DAT vrouwen maar moeilijk doorstoten tot de top van het bedrijf waar ze werken, is geen geheim. Maar hoe groter het bedrijf, hoe moeilijker het blijkbaar wordt om toch door het zogenaamde ,,glazen plafond'' te breken. Zo blijken er slechts welgeteld elf vrouwen te zitten in de hoogste managementorganen van de negentien bedrijven die samen de Bel-20-index vormen. Dat wil zeggen dat slechts zeven procent van de functies in de ,,executive en management committees'' van de grootste Belgische beursgenoteerde ondernemingen worden ingenomen door vrouwen.

In de raden van bestuur is de vrouwelijke aanwezigheid nog schaarser: daar zijn slechts vier procent van de zitjes ingenomen door een vrouw.

Het glazen plafond is niet alleen in België nog een harde realiteit. Zo dienden begin deze week in New York vijf Amerikaanse en een Britse vrouw klacht in tegen hun werkgever, de Duitse zakenbank Dresdner Kleinwort Wasserstein (DKW), omdat ze op basis van hun geslacht gediscrimineerd zouden zijn. Ze eisen samen 1,4 miljard dollar schadevergoeding. Hun proces is een zogenaamde class action suit : als de dames hun zaak winnen, kunnen zich nog honderden vrouwelijke werkneemsters zich bij hen aansluiten. Daardoor dreigt het het duurste proces wegens seksuele discriminatie te worden dat ooit in de VS werd gevoerd.

Dergelijke processen zijn bij ons nooit gezien. Dat is ook logisch, omdat ons rechtssysteem zo verschillend is van het Amerikaanse, en omdat de arbeidswetgeving in (continentaal) Europa de werknemers veel meer bescherming biedt.

Maar toch valt het op dat vrouwen bij ons zelden of nooit klacht indienen omdat ze zich, louter op basis van hun geslacht, gediscrimineerd voelen op de werkvloer. Rechtszaken die toch worden aangespannen, houden bijna uitsluitend verband met betwistingen over ontslag bij zwangerschap.

Nochtans wijzen studies met de regelmaat van een klok uit dat vrouwen voor hetzelfde werk nog vaak minder betaald worden dan hun mannelijke collega's, zonder dat daar objectieve redenen voor bestaan. Er bestaan in België ook wetten op basis waarvan ze klacht zouden kunnen indienen: sinds 1978 is de gelijke behandeling van vrouwen en mannen al opgelegd door een nationale cao. Vrouwen kunnen zich voor een klacht ook baseren op de anti-discriminatiewet uit 2003, en eventueel ook op de anti-pestwet.

Specialisten in sociaal recht sluiten niet uit dat, onder meer door de anti-discriminatiewet, de bewustwording over seksuele discriminatie zal toenemen. Ook media-aandacht voor processen zoals dat bij DKW, kan een opstoot aan rechtszaken veroorzaken, zo denken sommigen van hen.