Belgische bedrijven scoren lager dan gemiddeld in een ranglijst van 20 landen die de mate van behoorlijk bestuur (corporate governance) weergeeft, opgesteld door het onderzoeksbureau GMI. Ook in een gelijkaardig onderzoek door Deminor Rating zakt ons land weg.

GovernanceMetrics International (GMI), een bureau dat eind 2002 begon met een ratingdienst voor het beoordelen van behoorlijk bestuur, publiceerde maandag gemiddelde scores die gebaseerd zijn op het onderzoek van 2.121 internationaal actieve bedrijven uit 20 landen. Ruim de helft (54,6%) zijn Amerikaanse bedrijven, ongeveer een derde Europese en een tiende Japanse. GMI onderzocht ook tien Belgische ondernemingen.

Volgens nationaliteit haalden Canadese bedrijven de hoogste score, met gemiddeld 7,6 punten op 10. De Amerikanen (7) en Australiërs (6,9) volgen op de tweede en derde plaats. De beste Europeanen in de klas zijn de Britten (6,7) en Ieren (6,6). België zit met 5 punten een stuk onder het gemiddelde van 6,3. In Europa scoren de Noorse, Franse, Spaanse, Italiaanse, Oostenrijkse, Deense en Griekse bedrijven nog slechter dan ons land, terwijl de Finse, Duitse, Zweedse, Zwitserse en Nederlandse het beter doen. Japan is de hekkensluiter met drie op tien.

Volgens sector worden de beste scores gehaald door nuts- en energiebedrijven (6,8) en de slechtste door autofabrikanten en bouwbedrijven (5,3).

De GMI-ratings voor bedrijven worden opgesteld op basis van zes soorten criteria, zoals de mate van rekenschap die de raad van bestuur moet geven over haar beslissingen en de transparantie over de financiële vergoeding van managers en bestuurders. Volgens het onderzoeksbureau is er een duidelijk verband tussen behoorlijk bestuur en de prestatie van een bedrijf op de beurs. De 22 bedrijven die een maximumscore van 10 punten haalden (allemaal Angelsaksische ondernemingen), deden het de voorbije jaren beter dan de S&P 500 index, luidt het. Het gaat onder meer om Colgate-Palmolive, Intel, McDonald's, PepsiCo, Exxon, General Electric, General Motors en Vodafone.

Het bureau speurt ook naar ,,alarmsignalen'' zoals de potentiële verwatering van aandeelhouders door optieplannen of de ongelijke behandeling van aandeel- of obligatiehouders. Onder meer Parmalat werd vorige zomer als ,,verdacht'' aangemerkt, nog voor het boekhoudschandaal bij het Italiaanse zuivelbedrijf uitbarstte. Momenteel telt GMI 675 verdachte bedrijven. In sectoren als technologie en telecom is meer dan een op de twee bedrijven verdacht.

In vergelijking met een vorig onderzoek in juli 2003 stelt GMI vast dat de functies van gedelegeerd bestuurder en voorzitter van de raad van bestuur minder vaak gecumuleerd worden (van 47,3 naar 41,6%). Het percentage onafhankelijke bestuurders steeg van 56,1 naar 57,5%. De meeste onderzochte bedrijven (1.835) beschikken over een verloningscomité, maar in 22% daarvan zetelde daar ook een directielid in.

De relatief zwakke score voor België kwam ook tot uiting in een Europees onderzoek van Deminor Rating, een afdeling van het kantoor Deminor, dat de belangen van minderheidsaandeelhouders verdedigt. Terwijl bedrijven in andere landen vooruitgang boekten, trappelde ons land ter plaatse, waardoor we in enkele jaren wegzakten van een toppositie naar een plaats in de middenmoot. Opmerkelijk in dit onderzoek was vooral dat zowat driekwart van de bedrijven uit de FTSE Eurotop 300 index vorig jaar over een ethische code beschikten. In 2002, het jaar waarin in de VS de grote bedrijfsschandalen uitbarstten, was dat slechts 44%.

www.gmiratings.com www.deminor-rating.com