BRUSSEL - Het basisbedrag van de Inkomensgarantie voor Ouderen wordt (IGO) op 1 september met 10 euro verhoogd. Het koninklijk besluit dat deze verhoging vastlegt, is vandaag in het Staatsblad verschenen. Dat meldt minister van Pensioenen Frank Vandenbroucke.

Op de bijzondere ministerraad van Oostende werd beslist dat het basisbedrag van de IGO op drie jaar tijd met 40 euro zal stijgen. In 2004 komt er op 1 september 10 euro bij, de daaropvolgende jaren komt er telkens eenzelfde bedrag bij op 1 december.

Het basisbedrag IGO wordt uitgekeerd aan rechthebbenden die met anderen samenwonen. Alleenstaanden krijgen 50 procent meer. Zij genieten een jaarlijkse verhoging van 15 euro per maand.

De IGO is een bijstandsregeling en wordt zowel aan werknemers als aan zelfstandigen toegekend die geen of een laag pensioen hebben. Hebben ze geen pensioen en beschikken ze over geen andere inkomsten, dan kunnen ze aanspraak maken op het volledig bedrag van de IGO. Hebben ze een pensioen dat lager is dan de IGO, dan krijgen ze een aanvulling tot op het IGO-niveau.

Het basisbedrag van de IGO is momenteel 419,71 euro voor samenwonenden en 629,56 euro voor alleenstaanden. Op 1 september wordt dat respectievelijk 429,71 en 644,56 euro.

In totaal krijgen 72.000 mensen een IGO en dus de verhoging van respectievelijk 10 en 15 euro, waarvan ongeveer 10.000 gezinnen. De IGO kan aangevraagd worden via het gemeentebestuur.