De Vlaamse industriële bedrijven krijgen in een eerste rapport goede punten voor de manier waarop ze hun energieverbruik en de CO2-uitstoot proberen te beperken. Maar hun prestaties in de periode 2002-2004 toonden meteen aan dat dit een zeer zware klus aan het worden is voor de Vlaamse industrie.

ENKELE grote investeringen in de chemie- en de staalnijverheid duwden het energieverbruik en de CO2-uitstoot tussen 2002 en 2004 omhoog (DS 23 juli) .

Betekent dit dat de Vlaamse industrie ondanks alle goede voornemens toch op het slechte pad is terechtgekomen?

Helemaal niet, concludeert het eerste rapport over het energieverbruik en de CO2-uitstoot van de Vlaamse industriële bedrijven. Want de Vlaamse industriële bedrijven waarvan het energieverbruik wordt gescand, presteren beter dan de wereldtop.

Vandaar dat er sprake is van een goed rapport. In Vlaanderen is immers de vergelijking van het energieverbruik van de plaatselijke industrie met die van de best presterende op wereldvlak de graadmeter om te beoordelen of de Vlaamse bedrijven voldoende inspanningen leveren om mee te helpen aan de afremming van de opwarming van de aarde.

Dit houdt meteen in dat zelfs een stijging van het energieverbruik en de CO2-uitstoot tegen 2012 tot de mogelijkheden behoort. De industrie moet zich daarover niet al te veel zorgen maken als ook de meest energie-efficiënte bedrijven ter wereld geconfronteerd worden met een toename.

U voelt het al aankomen. In de periode 2002-2004 steeg ook het energieverbruik van de wereldtop. Enig cijferwerk leert wel dat in deze periode de groei van het energieverbruik van de Vlaamse industrie iets hoger lag dan bij de wereldtop. Maar de verwachting is dat tegen 2012 de Vlaamse bedrijven de groei van het energieverbruik (plus 10,6 procent) iets beter in toom zullen kunnen houden dan de wereldgroep (plus 11,3 procent).

Wat is nu de ratio achter dat vergelijkingswerk? Het draait allemaal rond de verzoening van twee toekomstbeelden die moeilijk met elkaar te verzoenen zijn. Ten eerste het leveren van een weliswaar zeer minieme Vlaamse bijdrage om de klimaatopwarming af te remmen, ten tweede de vrijwaring van de toekomst van de grote Vlaamse industriële sectoren. En vooral dan de chemie-industrie in en rond de Antwerpse haven en de staalnijverheid.

De voorbije jaren weerklonken vanuit die hoek om de haverklap waarschuwingen dat het opleggen van zware energiebesparingen en verregaande eisen om de CO2-uitstoot te reduceren elke toekomstige investering onmogelijk zouden maken. Af en toe gingen ze zelfs nog een stap verder. Het spookbeeld van de sluiting van installaties kwam geregeld te voorschijn. Kort samengevat: de Vlaamse economische toekomst stond en staat op het spel.

De Vlaamse overheid kon niet anders dan een verzoeningspoging te ondernemen. Ze stelde de bedrijven voor om een overeenkomst met haar te maken waarin ze beloofden om zeker tot 2012 inspanningen te leveren waardoor hun energieverbruik en CO2-emissies ten minste het peil bereikten van de beste leerlingen op wereldvlak. Zo'n 178 Vlaamse bedrijven hebben totnogtoe zo'n belofte gedaan. En al deze ondernemingen samen zijn goed voor iets meer dan 80 procent van het industriële energieverbruik in Vlaanderen.

Bedrijven die zich de komende jaren de beste van de klimaatklas tonen, zullen niet of in beperkte mate geconfronteerd worden met extra kosten om de opwarming van onze aarde te beperken. Dat gaat van vrijstelling van CO2-taksen tot de belofte dat de Vlaamse overheid de financiële verplichtingen overneemt als onze regio er niet in slaagt om internationale klimaatafspraken na te komen. De belangrijkste afspraak tot op heden is dat Vlaanderen tegen 2012 de CO2-uitstoot met 5,2 procent terugdringt vergeleken met 1990.

Wat de uitstoot van de industrie betreft, lijkt nu al vast te staan dat dit een onhaalbare kaart is. Het eerste rapport waarin de prestaties van de industrie worden beoordeeld, stelt dat in 2012 10,3 procent meer CO2 de lucht wordt ingeblazen dan in 2002. En de uitstoot in 2002 lag op zijn beurt al hoger dan die in 1990.

Daarbij wordt er al rekening mee gehouden dat vanaf 2007 bij investeringen in de uitbreiding van fabrieken het energieverbruik en de CO2-uitstoot niet meer of nog amper zullen toenemen. De hamvraag is of dergelijk toekomstbeeld nog een haalbare kaart is als bijvoorbeeld in de Antwerpse chemie-industrie zich plotseling grote investeringsopportuniteiten zouden aanbieden. Het lijkt erop dat niemand daar nog echt rekening mee houdt. China komt ons daarbij te hulp. Grote industriële bedrijven investeren vandaag veel liever in China dan in Europa omdat de rendabiliteitsperpectieven in Azië veel beter zijn.



Pascal Sertyn is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.