BRUSSEL - Er worden al meer dan vijftig jaar Volkswagens gebouwd in Vorst. Maar dat gebeurde niet altijd zonder slag of stoot: de geschiedenis van de fabriek is, door de talloze sociale conflicten, op zijn minst bewogen te noemen. Dat leidde tot een soms moeizame verhouding met ,,Wolfsburg''.

Het was niet Volkswagen zelf dat met de assemblage van VW's begon in ons land. D'Ieteren, nu nog steeds de Belgische invoerder van VW, bouwde eind jaren veertig in Vorst de fabriek waar in 1954 de eerste Belgische kever van de band rolde. D'Ieteren verkocht de fabriek in 1970 aan Volkswagen, dat de vestiging moderniseerde.

In 1975 rolde in Vorst de laatste kever van de band, maar intussen was de fabriek al begonnen met de productie van de Passat. In 1980 begon Vorst de Golf te bouwen, nu nog steeds het grote succesmodel van Volkswagen. De Golf was ook een blijver voor Vorst, dat in de loop der jaren alle generaties ervan heeft geassembleerd. Vorst produceerde ook een poosje de Seat Leon, de Seat Toledo en de Lupo.

Vandaag worden in de fabriek, die een productiecapaciteit van duizend wagens heeft, alleen nog de Golf 5 en de Audi A3 gemaakt. De productie van de Lupo is net stopgezet, een half jaar eerder dan gepland.

Maar de langdurige aanwezigheid van de productiefaciliteit in Vorst betekent niet dat de verhoudingen met de hoofdzetel in Wolfsburg altijd probleemloos verliepen. VW Vorst heeft immers ook een lange geschiedenis van sociale conflicten en stakingen. Vooral de soms onbuigzame houding van een harde kern van radicale vakbondsmilitanten bezorgde Vorst een reputatie van ,,eerst staken, dan praten''.

Jules Ackermans, die de fabriek in Vorst leidde van 1991 tot en met 1998, maakte naar eigen zeggen in die acht jaar tijd meer dan honderd werkonderbrekingen mee. Sommige daarvan duurden maar een paar uur, andere ettelijke weken. Het ,,topjaar'' was 1994, met niet minder dan 68 werkonderbrekingen. Een van die stakingen duurde drie weken, uit protest tegen de te hoge werkdruk. Wolfsburg toonde weinig begrip, en dreigde er zelfs mee de productie het volgende jaar te verlagen als ,,straf''.

In 1998 dreigde de directie zelfs expliciet met een sluiting van de fabriek als er geen einde zou komen aan een spontane staking, die was losgebarsten na een incident met een bedrijfsarts. De personeelsleden, bij wie de plotse sluiting van Renault Vilvoorde in 1997 nog vers in het geheugen lag, namen het zekere voor het onzekere.

Maar ook in recentere jaren waren de relaties tussen de vakbonden en de directie soms erg gespannen. Zo reageerde de directie vorig jaar in september nog bijzonder bitter op het feit dat een socialistische vakbondsmilitante in de assemblagehal een vijf uur durende werkonderbreking uitlokte, terwijl de hoofdafgevaardigden van de drie vakbonden met de directie aan de onderhandelingstafel zaten.

(kdr)