Politici maken zich zorgen over de witte vlekken in het netwerk van openbare geldautomaten. Tientallen gemeenten moeten het nu zonder zo'n automaat stellen. De sector zegt te werken aan een oplossing, maar vraagt nog even geduld.

ONGEVEER een half jaar geleden verdween de allerlaatste openbare geldautomaat in de gemeente Rotselaar. Sindsdien krijgt burgemeester Dirk Claes (CD&V) de ene klacht na de andere. Bijvoorbeeld van mensen die niet in staat zijn een reis van acht kilometer naar Aarschot te maken, waar zich sindsdien de dichtstbijzijnde openbare automaat bevindt. En van middenstanders met een Bancontact-terminal, die het beu worden om voor surrogaatbank te spelen.

Zelf heeft Claes, die in Rotselaar een café uitbaat, het ook al meegemaakt. ,,Mensen komen een pintje drinken, betalen met hun bankkaart en vragen er meteen vijftig euro contant geld bij.'' Een bijkomend effect is dat de weinige automaten die er in de buurgemeenten nog over zijn, veel sneller leeg zijn. ,,Vooral op zondag gebeurt het wel dat mensen drie of vier automaten moeten bezoeken voordat ze er eentje vinden die nog niet leeg is.''

Samen met zijn partijgenote Simonne Creyf heeft Claes eerder dit jaar een wetsontwerp ingediend om het netwerk van bankautomaten dichter te maken. En hij is niet de enige die daaraan iets wil doen. Van alle kanten zijn de laatste tijd politieke initiatieven gekomen om de banken te verplichten meer automaten te installeren. We zetten ze even op een rijtje.

Het meest mediageniek was het plan van het Brusselse gemeentebestuur. De stad Brussel telt weliswaar 45 geldautomaten, maar dat is volgens burgemeester Freddy Thielemans (PS) te weinig. Hij stelt voor om op elk bankkantoor zonder openbare geldautomaat een jaarlijkse belasting van 2.500 euro te heffen. Die regeling is bedoeld ter vervanging van de huidige heffing. Momenteel heft Brussel een belasting van 99,20 euro op bankkantoren mét automaat. Het Brussels Gewest heft ook nog eens een belasting van 291,30 euro per automaat. Thielemans gaat proberen andere gemeenten zover te krijgen dat ze ook een belasting op de afwezigheid van bankautomaten gaan heffen.



Ook Wallonië heft een belasting op bankautomaten, van 1.500 euro per automaat. Maurice Bayenet, PS-fractieleider in het Waals parlement, stelt voor om die taks te differentiëren. Openbare automaten zouden voortaan 1.250 euro moeten betalen, automaten in self-bank-installaties 1.750 euro. Ook op Brussels niveau zou de PS zo'n differentiatie nastreven.



Spirit-parlementslid Stijn Bex heeft een wetsvoorstel ingediend om in elke gemeente minstens één openbare geldautomaat te plaatsen. Hij zegt dat momenteel 66 gemeenten niet over een automaat op hun grondgebied beschikken. Het initiatief van SP.A-Spirit gaat iets minder ver dan dat van CD&V-volksvertegenwoordiger Claes. Die wil niet alleen in elke gemeente een automaat, maar stelt voor de banken te verplichten om uiterlijk in 2010 één automaat per vijfduizend inwoners te plaatsen. Op die manier zouden ook kleinere deelgemeenten een eigen openbare automaat krijgen.

De sector zelf vindt al deze politieke profileringsdrang een beetje voorbarig. Minister van Consumentenzaken Freya Van den Bossche (SP.A) heeft de kwestie van de geldautomaten immers al aangekaart toen ze vorig jaar afspraken maakte met de banken over de kosten van bankrekeningen en geldafhalingen. Toen is overeengekomen dat een werkgroep onder leiding van gouverneur Guy Quaden van de Nationale Bank een studie zal maken over de kosten van het betalingsverkeer. Tegelijk brengt Banksys, het bedrijf achter de openbare geldautomaten, de witte vlekken in kaart. De resultaten van beide studies zouden uiterlijk in maart moeten worden voorgesteld.

Om vast te stellen dat het bankautomatennetwerk witte vlekken vertoont, is nochtans geen diepgaande studie nodig. Elke drie maanden maakt Banksys een lijst van die witte vlekken over aan het zogenaamde ATM-comité, bestaande uit vertegenwoordigers van de banken en Banksys. Momenteel staan er zestig locaties op die lijst, maar het aandeel varieert regelmatig. Banksys definieert de witte vlekken met behulp van een geografisch informatiesysteem, waarin rekening gehouden wordt met het aantal omwonenden en passanten.

De banken maken er geen geheim van dat ze uitbreiding van het netwerk niet zien zitten. ,,We zien niet in waarom er absoluut in elke gemeente een automaat moet zijn'', zegt Jacques Zeegers, directeur van het economische departement van de Belgische Vereniging van Banken. ,,Zoiets moet afhankelijk zijn van het aantal inwoners.''

De afgelopen jaren is het netwerk langzaam afgebouwd. Nu zijn er nog 1.152 openbare automaten. Dat zijn er weliswaar zestien meer dan een jaar geleden, maar 98 minder dan in 2000. De banken rechtvaardigen de afbouw door te wijzen op de terugloop van het aantal afhalingen, jaarlijks met zo'n zes procent. Liefst zouden de banken de omloop van het contant geld nog verder ontmoedigen. Elektronisch geld is immers goedkoper, veiliger en handzamer dan munten en biljetten. De banken vrezen bovendien dat de kosten van het contante geld nog toenemen door maatregelen vanwege de ECB. Die legt strengere normen op aan instanties die het geld opnieuw in omloop brengen, omdat het aantal valse en versleten biljetten snel toeneemt.

Het aantal openbare automaten neemt ook af omdat de banken steeds meer selfbankinstallaties in hun kantoren aanbrengen. Die verdelen ook biljetten, maar zijn alleen toegankelijk voor de eigen klanten. In tien jaar tijd is het aantal selfbanks ruimschoots verdubbeld. Als de banken ervoor zouden zorgen dat de gelduitgiftefunctie van de selfbanks ook voor niet-klanten beschikbaar zou zijn, dan is de uitbreiding van het aantal openbare automaten grotendeels overbodig. De banksector zegt niet afkerig te staan van zo'n scenario. ,,We denken daaraan en bestuderen de technische implicaties'', zegt Zeegers. Ook Bex en Claes zeggen zich daarin te kunnen vinden. ,,Het zou al heel veel oplossen'', zegt de laatste.



Ruben Mooijman is redacteur economie. Elke dag beantwoordt de redactie een actuele vraag.