EVEN de twee extremen naast elkaar. BASF creëert met een investering van 1 miljard euro honderd banen. Schaarliftenproducent JLG uit Maasmechelen kondigde eind vorig jaar aan 70 nieuwe banen te scheppen, maar heeft daar maar 4 miljoen euro voor nodig. Per miljoen euro aan geïnvesteerd kapitaal schept BASF 0,1 arbeidsplaats, terwijl JLG 17,5 banen creëert voor datzelfde miljoen euro.

Dat is appels met peren vergelijken. Uiteraard. Chemie is iets heel anders dan schaarliften bouwen. Daarom is het niet helemaal eerlijk om de arbeidsintensiteit van de verschillende investeringsdossiers te berekenen. Investeren is immers meer dan werk scheppen. Bedrijven investeren omdat ze hun productieapparaat willen uitbreiden of vernieuwen. De banen die daarbij geschapen worden, zijn een afgeleide van dat gegeven. Toch hebben we de berekening gemaakt, for the sake of the argument . En ze levert interessante vaststellingen op.

Terwijl de chemiebedrijven het minst arbeidsintensief investeren, geldt voor de assemblage-industrie het omgekeerde. De arbeidsintensiefste investeringen komen stuk voor stuk uit die sector. Ook distributie en logistiek scoren behoorlijk goed.

,,Honderd nieuwe banen voor een investering van die omvang lijkt inderdaad weinig'', zegt hoogleraar arbeidseconomie Joep Konings van de K.U. Leuven. ,,Maar je moet je niet blindstaren op dat gegeven. Dergelijke investeringen zijn heel belangrijk om het welvaartsniveau in België hoog te houden. Dat onze economie blijft groeien, is daaraan te danken.''

Behalve directe werkgelegenheid hebben zulke investeringen immers nog andere belangrijke effecten. Ze zorgen ervoor dat de Belgische economie voorop blijft lopen inzake nieuwe technologieën en innovatie. Verscheidene van de investeringen die BASF aankondigde, hebben te maken met zeer vooruitstrevende technologieën. Een ervan wordt zelfs voor het eerst toegepast. Dat betekent dat ze niet alleen voor BASF, maar voor de hele chemiesector van belang zijn. En in de Belgische economie neemt de chemie een vooraanstaande plaats in.

,,Als zulke investeringen niet zouden gebeuren, raken we technologisch achterop en raken we ons concurrentievoordeel kwijt'', betoogt Konings. ,,Dat is heel belangrijk nu we de hete concurrentie-adem van China in onze nek voelen. Deze investeringen leveren nu misschien niet zo heel veel banen op, maar ze zorgen er wel voor dat er in de toekomst geen werkgelegenheid verloren gaat.''

Dat de overheid in zijn pogingen om werkgelegenheid te creëren beter zou kunnen inzetten op arbeidsintensievere sectoren, bestrijdt professor Konings. ,,De hoge Belgische loonkosten vormen als het ware een onrechtstreekse incentive voor dergelijke kapitaalintensieve investeringen. Als de overheid nu zou gaan focussen op arbeidsintensieve sectoren, wordt het lastiger om onszelf te profileren als kenniseconomie. En juist het hoge kennisniveau in België is belangrijk om welvaart te creëren. Het aantal directe jobs is daarbij niet essentieel. Meer welvaart creëert immers automatisch meer werkgelegenheid. Dat zie je ook heel duidelijk in Leuven. Het wetenschapspark, met alle universitaire spin-offs, biedt veel hooggekwalificeerde jobs. En met de welvaart die op die manier wordt gecreëerd, wordt ook de vraag naar laagwaardiger arbeid gestimuleerd. Als zo'n bedrijf een feestje geeft, moet er wel iemand zijn om de feesttent op te zetten.''

De vrees dat de focus op innovatie en kennis een probleem zou kunnen gaan vormen voor lager geschoolden, is volgens Konings niet terecht. De groei van hoogtechnologische activiteiten heeft een effect op de werkgelegenheid in het algemeen. Bovendien zullen er altijd banen zijn die niet naar het buitenland verplaatst kunnen worden, zoals haarkappers, koks of schoonmaakpersoneel. ,,Creatie van welvaart zorgt ervoor dat er geld wordt uitgegeven, en dat biedt ook mogelijkheden voor mensen met een lagere scholing''.