Met de jaarlijkse uitreiking van de 'awards' willen Morningstar en De Standaard die fondsen belonen die het vermogen van de beleggers het meest hebben doen aangroeien. De prijzen worden uitgereikt per categorie van vergelijkbare fondsen.

Algemeen gesproken leggen we de nadruk op de prestatie van het afgelopen jaar en minder op die van de jaren voordien, maar daarmee valt het langetermijnperspectief niet weg. Fondsen kunnen maar in aanmerking komen voor een certificaat als ze tijdens ten minste drie van de voorbije vijf jaar ook in de eerste helft van hun categorie geëindigd zijn. Daarbij wordt de return als criterium gehanteerd, maar dan wel gecorrigeerd voor het risico dat de fondsenbeheerders daarbij hebben genomen.

Op die manier moeten beheerders en hun fondsen in de prijzen vallen die het afgelopen jaar sterk gepresteerd hebben, maar al langer aangetoond hebben dat ze stevige rendementen kunnen halen zonder overbodige risico's te nemen.

Er zijn twee soorten prijzen. De 'Certificaten' (Category Awards) belonen een fonds dat de beste prestatie geleverd heeft in zijn Morningstar-categorie. De 'Grote Prijzen' (Fund House Awards) gaan naar beheerders die de sterkste prestatie leverden met een geheel van fondsen.

In beide gevallen worden de absolute prestaties gecorrigeerd voor het risico dat werd genomen om het rendement te halen.

De volledige uitslag van de categorieën waarin een prijs wordt toegekend, vindt u achteraan in deze bijlage.

Selectiecriteria

Alle Belgische en buitenlandse fondsen met een verkoopvergunning in België komen in aanmerking, met uitzondering van de tien procent kleinste fondsen (portefeuillewaarde in euro einde juni 2009), de verzekeringsfondsen, fondsen met kapitaalgarantie, absolute-returnfondsen die niet in euro zijn uitgedrukt, geldmarktfondsen, fondsen met doelstelling, long-short-fondsen en de fondsen met een vaste looptijd.

De analisten van Morningstar kunnen er ook voor kiezen om fondsen uit te sluiten die op 30 juni van vorig jaar minder dan 10 miljoen euro activa beheerden.

Certificaten

Elk fonds wordt ondergebracht in een categorie volgens het classificatiesysteem GIFS (Global Investment Fund Sectors) van Morningstar. Er worden dit jaar 15 Category Awards uitgereikt, waarvan elf in heel Europa. De resterende vier verschillen van land tot land. U vindt het overzicht op pagina twee van deze bijlage.

Bij de berekening is de return van een fonds goed voor 80 procent van de eindscore. Dertig procent komt van de return op één jaar, de overblijvende 50 procent wordt gehaald op de return op drie en op vijf jaar. Daarbij weegt de return op vijf jaar zwaarder (30 procent) dan die op drie jaar (20 procent).

Het risico dat bij het beheer genomen werd, zorgt voort de resterende 20 procent van de totaalscore van het fonds. Daarvan komt 8 procent van het risico dat genomen werd tijdens de voorbije drie jaar en 12 procent van het risico tijdens de voorbije vijf jaar.

Als die parameters gecombineerd worden en herverrekend naar het totale belang (return en risico samengenomen) van elk jaar, weegt het jongste jaar 48 procent, het tweede en het derde elk 18 procent en het vierde en het vijfde elk 8 procent. Samen is dat, uiteraard, 100 procent.

Na die kwantitatieve benadering worden de tien best gerangschikte fondsen in elke Morningstar-categorie aan een kwalitatieve analyse onderworpen. Daarbij worden fondsen geweerd waarop particulieren niet kunnen intekenen, net als fondsen die zich volgens Morningstar niet aan hun beheersmandaat gehouden hebben of die niet tijdens ten minste drie van de jongste vijf jaar beter presteerden dan de mediaan van hun categorie.

Morningstar kan van die laatste regel afwijken als de kwantitatieve analyse aantoont dat het fonds uitzonderlijke kwaliteiten heeft die niet door de klassieke criteria worden naar waarde geschat.

Grote prijzen

Deze prijzen - 'Fund House Awards' - worden toegekend aan beheerders met het beste gamma beleggingsfondsen in een bepaalde categorie. Daarbij moet een beheerder, na corerectie voor het genomen risico, duidelijk beter doen dan het gemiddelde. Voor elk van de vijf categorieën gelden andere criteria.

Voor het beste groot gamma aandelenfondsen komen enkel beheerders in aanmerking met minstens 20 aandelenfondsen.

Voor het beste groot gamma fondsen die vastrentend beleggen, moet een beheerder minstens 15 van die fondsen onder zijn hoede hebben. Monetaire fondsen komen niet in aanmerking.

Voor het beste klein gamma aandelenfondsen komen beheerders in aanmerking met ten minste 5, maar niet meer dan 19 fondsen die uitsluitend in aandelen beleggen.

Voor het beste klein gamma vastrentende fondsen wordt gekeken naar beheerders met ten minste 3 en niet meer dan 15 fondsen die vastrentend beleggen. Monetaire fondsen komen niet in aanmerking.

Beheerders met ten minste vijf aandelen- en vijf vastrentende fondsen komen in aanmerking voor de prijs voor het beste gemengd gamma. Ook hier weer komen geldmarktfondsen niet in aanmerking.

Voor elk van die vijf gamma's gebruikt Morningstar zijn ratings voor een periode van vijf jaar. Fondsen die nog geen vijf jaar bestaan of niet voorkomen in het GIFS-universum van Morningstar, komen dus niet in aanmerking.

De berekening van de score is vrij ingewikkeld.

Eerst wordt voor elk fonds van een beheerder het risico-gecorrigeerd rendement (MRAR) berekend en ook de rangschikking (in procent) binnen de GIFS categorie.

Vervolgens wordt de gemiddelde rangschikking van de MRAR berekend van elk fonds van het fondenshuis, gevolgd door de mediaan van de MRAR van elk fonds van diezelfde beheerder. Die score wordt aangepast op basis van een kansfunctie die toelaat om de grootte van de verschillende fondsenhuizen te compenseren. Daardoor wordt het mogelijk om de gemiddelde scores van de fondsbeheerders op een correcte manier met elkaar te vergelijken.

Daarna volgt een kwalitatieve analyse waarbij uitzonderlijk beheerders geweerd kunnen worden omdat zich belangrijke verschuivingen hebben voorgedaan die het onwaarschijnlijk maken dat de prestaties uit het verleden kunnen worden overgedaan.

Zo kan het vertrek van één of meerdere topbeheerders een reden zijn om een fondsenhuis te weren, net als een forse toename van de kosten van een vermogensbeheerder of een overname door een andere groep waardoor het toekomstig beleid ter discussie kan worden gesteld. Een beslissing tot diskwalificatie moet steeds worden goedgekeurd door de leiding van Morningstar's Europese researchafdeling.

Alle berekeningen van deze jaargang hebben betrekking op de volgende periodes:

- 1 jaar: van 1 januari 2009 tot 31 december 2009.

- 3 jaar: van 1 januari 2007 tot 31 december 2009

- 5 jaar: van 1 januari 2005 tot 31 december 2009