Een dodenrace. Hoe noem je de helse rit naar het Zuiden anders? Als individu in de auto voelt het natuurlijk heel anders aan. Maar als je even doordenkt, is het toch waanzin. Miljoenen oververmoeide chauffeurs die vrijdagavond, na een dag op kantoor of in de fabriek achter het stuur zijn gekropen in de hoop zaterdag of zondag heelhuids aan te komen. Een ogenblik onoplettendheid volstaat om de vakantiedromen van velen te verknallen. En het ergste moet nog komen. Het weekeinde van 30 en 31juli, als de eerste vloedgolf vakantiegangers afgelost wordt door de volgende.

MERKWAARDIG dat er jaarlijks niet veel meer doden en zwaar gewonden vallen. In honderdduizenden overladen wagens zijn we op weg naar of keren we terug van drukke dorpen die hun bestaansreden soms (nog) uitsluitend lijken te halen uit vakantiewoningen. Huizen waarin je thuis comfortabel met één gezin zou kunnen leven, zijn er opgedeeld in vier of meer ,,appartementen''. Je betaalt er pakken geld voor, elk jaar wat meer. Net als voor het eten in snackbars die in iets meer dan drie maanden proberen om een inkomen voor een heel jaar bijeen te harken.

Maar reizen heeft uiteraard ook zijn leuke en interessante kanten. Als je tenminste de ,,juiste'' bestemming kiest. Gelukkig zijn die niet voor iedereen dezelfde. En bovendien kan de moderne toerist op steeds meer hulpverlening terugvallen, zowel voor als tijdens de lange rit.

Toen we vijf jaar gelden voor het eerst een verhaal schreven over de gestegen brandstofprijzen en de invloed daarvan op het vakantiebudget, hadden we eerlijk gezegd niet verwacht dat de prijzen nu nog een stuk hoger zouden liggen. Benzine, maar vooral diesel, is afgelopen jaar weer fors duurder geworden.

Gemiddeld betaal je in Europa nu 16 procent meer voor diesel dan een jaar geleden. Koploper is merkwaardig genoeg Luxemburg. De prijs van een liter diesel klom er sinds de zomer van vorig jaar van 67 naar 87 eurocent, een toename met maar liefst 30 procent. Toch blijft onze kleine zuiderbuur het goedkoopste dieselland in Europa, een plaats die het weliswaar moet delen met Griekenland, waar de diesel afgelopen jaar toch ook 19 procent duurder is geworden. Vorig jaar was Griekenland het enige land waar diesel zelfs iets goedkoper werd. Aan de andere kant van het spectrum vinden we Groot-Brittannië waar een liter diesel nu weliswaar ,,maar'' 12 procent meer kost dan een jaar geleden. Een liter van het zwarte goud kost er nu al 1,35 euro. Nergens in Europa betaal je meer.

Het aantal landen waar diesel nog minder dan een euro per liter kost is nog net niet op de vingers van één hand te tellen. Naast Luxemburg en Griekenland zijn het Spanje, Portugal, Finland en ook België.

Vorig jaar konden we voor het eerst vaststellen dat ons land met een prijsstijging van 2,5 procent voor diesel en 4,75 procent voor benzine een van de betere leerlingen in Europa was geworden. Met een gemiddelde prijsstijging van 12 procent voor diesel versterken we die positie nog, maar voor benzinerijders ziet het er minder rooskleurig uit.

De prijs van een liter van die brandstof steeg met 18 procent, vijf keer zoveel als het Europees gemiddelde. Enkel Groot-Brittannië en vooral Nederland zijn nog slechter af, terwijl Noorwegen en Denemarken zich ongeveer op hetzelfde peil bevinden. Nederland is met 1,4 euro per liter duidelijk het duurste benzineland, hoewel de prijs er in een jaar tijd ,,maar'' 4,5 procent gestegen is. Onze noorderburen waren vorig jaar immers ook al bij de duurste.

Landen waar benzine minder dan een euro per liter kost zijn er niet meer, tenzij in Zwitserland, als je goed zoekt. De gemiddelde prijs schommelt er momenteel rond de euro per liter, meteen goed voor de hoogste podiumplaats. Niet meteen wat je van het Alpenland zou verwachten. De tendens waarbij het prijsverschil tussen benzine en diesel steeds kleiner wordt, werd in 2004 even onderbroken, maar zette de jongste maanden opnieuw door. Zwitserland is nog steeds het enige land waar diesel duurder is dan benzine - nu al 6 procent - maar bij een aantal landen is de kloof nu wel erg klein geworden. In Groot-Brittannië bedraagt het prijsverschil nog nauwelijks 2 cent, in Ierland 5 cent.

En dan moeten we, na vijf jaar observatie, toch ook even naar de wat langere termijn kijken. Benzine werd in die periode gemiddeld 7 procent duurder, terwijl nu voor diesel 22 procent meer moet betaald worden. Opvallend dus hoe diesel zijn - zuiver fiscaal - prijsvoordeel snel aan het verliezen is. De koppositie lijkt ons weggelegd voor Portugal, waar benzine 22 en diesel liefst 39 procent duurder werd. De prijs voor de meest stabiele brandstofprijzen gaat ongetwijfeld naar Noorwegen waar diesel 1,08 en benzine 1,29 euro kosten, twee keer nagenoeg onveranderd tegenover vijf jaar geleden. In Frankrijk, het vakantie- of transitland bij uitstek, werd benzine het afgelopen jaar 4,5 procent duurder en diesel 16 procent. Dat komt ongeveer overeen met de gemiddelde prijsevolutie in Europa.

Een rit heen en weer naar het zuiden van Frankrijk, met een volgestouwde modale middenklasse dieselwagen, is het afgelopen jaar zowat 7 euro duurder geworden. Vorig jaar was er ook al 6 euro bijgekomen. In vergelijking met 1999 ligt het dieselbudget voor een reis heen en terug naar Nice zelfs 25 euro hoger. En wie ter plaatse niet in zijn luie stoel blijft zitten, maar flink wat uitstappen maakt, houdt het best rekening met nog een tank extra, waardoor de reis in vergelijking met 1999 nog eens zowat 7 euro duurder is geworden. Voor dieselrijders zijn Groot-Brittannië en Nederland nu al jaren dé te mijden vakantielanden. Liefst 1,4 euro voor een liter blijft onwaarschijnlijk veel als je vergelijkt met landen als Spanje (90 cent), Griekenland (88 cent) of Portugal (90 cent). Een volle tank van pakweg 60 liter kost in Cambridge 28 euro meer dan in Athene.

En toch mogen we ons gelukkig prijzen, want het zijn natuurlijk vooral de prijsstijgingen in verder gelegen landen die de vakantieganger het meest treffen. Behalve als die vakantiebestemming zo ver ligt dat de meeste mensen het vliegtuig of de trein verkiezen (wat vaak goedkoper is dan de auto). Naar Turkije of het zuiden van Griekenland met de auto is niet meteen een pretje. Maar dat brandstof in Nederland en Groot-Brittannië erg duur is, speelt evenmin een grote rol. Voor een vakantie in Nederland vertrek je met een volle tank en als je niet naar het uiterste noorden van Friesland hoeft, kan je met de laatste druppels van diezelfde tank nog terug over de grens raken. Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië, tenzij je naar Schotland trekt, uiteraard, of als het dit jaar rondtrekken wordt.

Hou ook rekening met de prijzen in de landen waar je door rijdt. Zo is het vanzelfsprekend dat de kostprijs van een autorit naar een hotel in het noorden van Spanje veel meer afhangt van de benzine- of dieselprijs in Frankrijk dan in Spanje zelf. Voor de Scandinavische vakantieganger is de brandstofprijs in Duitsland van belang, en wie uit België naar Italië trekt, moet letten op de brandstofprijzen in Frankrijk, Duitsland en Zwitserland en op basis daarvan zijn route bepalen.

Maar pas op. Van tevoren even nagaan welke landen het interessantste brandstoftarief afficheren is één zaak, een omweg maken om goedkoper te tanken is een heel andere. In de kostprijs per kilometer van een auto zitten nog altijd veel meer elementen dan alleen maar de brandstofprijs. Naast de verzekering, de verkeersbelasting en allerlei slijtage (banden, ruitenwissers, onderhoudsbeurten,...) speelt vooral de afschrijving van je auto, en die loopt snel op tot 0,15 euro per kilometer voor een flinke middenklassewagen. Voor je besluit om een 50 kilometer langere route te volgen door bijvoorbeeld via Luxemburg naar je bestemming te rijden en daar goedkoper te tanken, moet je even rekenen.

Vijftig kilometer omrijden kost makkelijk 3 tot 5 euro brandstof, 7 euro extra afschrijving en ongeveer twintig minuten file aan het benzinestation. En wat bespaar je door in Brussel met nauwelijks 20 liter in de tank te vertrekken en in Luxemburg pakweg 60 liter te tanken? Ruim 25 cent per liter als je benzine nodig hebt, 3 cent voor de dieselrijder. In het beste geval bespaar je in Luxemburg dus 15 euro. Maar daar moet je al gauw 10 tot 12 euro ,,mwegkosten'' aftrekken. Van een schijnbesparing gesproken.

Vergeet ten slotte niet dat de prijzen op deze kaart niet meer dan een richtlijn zijn en vooral de verhoudingen aangeven tussen de belangrijkste landen. Wie de prijzen op de sites van Touring en van de VAB vergelijkt, botst vaak al op prijsverschillen van enkele eurocenten. In het algemeen kan je stellen dat tanken langs de autosnelweg duurder is dan langs een gewone baan. Ook in kleine dorpjes is brandstof vaak duur, zeker als ze bovendien in de bergen zijn gelegen. In Frankrijk moet je beslist bij een grootwarenhuis tanken. Maar je hebt uiteraard niet altijd de keuze. Soms is de omweg te groot en verlies je kostbare vakantietijd. Een kwestie van karakter.